Zaterdag jl. publiceerden wij het eerste deel van een beschouwing van mr. W. Hoogendijk over de wijze van oppositievoeren door het CDA. Hij analyseerde daarin met name de interpellatie op 18 januari van minister Sorgdrager door CDA-Kamerlid F. J. van der Heijden, waarin deze haar beschuldigde van misleiding van de Kamer inzake het ontslag van de Amsterdamse procureur-generaal mr. Van Randwijck. In het slot van zijn beschouwing gaat mr. Hoogendijk, de laatste directeur van de Dr. A. Kuyperstichting, het wetenschappelijk bureau van de ARP, nog even verder in op die interpellatie, om vervolgens de taak van het CDA als oppositiepartij ten principale aan de orde te stellen.
Het gaat er mij niet om dat de heer Van der Heijden als bewijs dat de minister de Kamer had misleid een document hanteerde waar de andere Kamerleden geen kennis van droegen en zijn weigering om het zijn collega's te verstrekken voor hùn oordeelsvorming. Dat moeten de Kamerleden onderling maar uitvechten, al lijkt het mij als buitenstaander niet chic. Wat mij wel stoort is, dat in een openbaar parlementair debat, dat immers gevoerd wordt ten overstaan van het Nederlandse volk, in feite ook de burger geacht wordt genoegen te nemen met geciteerde fragmenten uit een vertrouwelijk niet gepubliceerd document, om in het voetspoor van de heer Van der Heijden de minister te vonnissen. Moeten wij burgers ons op deze manier laten overtuigen?
Principieel
Maar wat mij nog meer dwars zit is het volgende. Vanuit Justitie en politie is vaker gelekt uit vertrouwelijke stukken met de bedoeling de beleidsmakers en de publieke opinie te beïnvloeden. Dat de media deze lekkages gretig gebruiken spreekt vanzelf, zoals het ook vanzelf spreekt dat de media hun bronnen beschermen, ongeacht het eventueel moreel of strafrechtelijk dubieuze karakter van de bron. Dat is ingebakken in de code van de journalistiek. Dit ligt echter principieel anders in het geval van een politicus, van een parlementariër.
Een ambtenaar die vertrouwelijke stukken naar derden lekt met bijbedoelingen is corrupt, zelfs indien hij er geen geld voor krijgt. Het bevorderen van ambtelijke integriteit en het instandhouden van een betrouwbaar ambtenarencorps is een van de belangrijke taken van de politiek. Primair is dit een verantwoordelijkheid van het ambtelijke en politieke management. Maar, indirect . . . evenzeer van het parlement. Een ambtenaar die op eigen initiatief de heer Van der Heijden benadert met vertrouwelijke informatie teneinde die tegenover zijn eigen minister te doen gebruiken, misdraagt zich. Indien de heer Van der Heijden zo'n stuk aanvaardt en voor dit doel gebruikt, dan is hij aan deze misdraging medeplichtig. En wat erger is: hij werkt als christen-democratische volksvertegenwoordiger mee aan sluipende normvervaging in het ambtelijke apparaat. Het zou uiteraard nog kwalijker zijn indien de heer Van der Heijden op eigen initiatief een bestaande relatie met een ambtenaar misbruikt zou hebben voor dit doel.
Ik weet dat politici zich via ambtelijke contacten op de hoogte houden, waaronder ook vertrouwelijke informatie. Dat behoeft niet op voorhand en altijd verkeerd te zijn, maar het vergt wel wijsheid aan beide kanten, zowel terzake van de inhoud van de informatie als van het gebruik dat daarvan gemaakt wordt. Het is een kwestie van politieke stijl dat je sommige dingen op sommige momenten niet kunt doen of zeggen, zelfs al verwacht je de minister als oppositie (met een mokerslag??) daarmee te kunnen verpletteren. Hetgeen overigens niet gelukt is: het bleek een bananeschil, neergelegd voor de minister, waarop de heer Van der Heijden zelf uitgegleden is.
Twee aanbevelingen
Terugziende op het verloop van het debat herinner ik mij dat de heer Van der Heijden aan minister Sorgdrager heeft voorgehouden dat zij zo zeer beschadigd is, dat zij er goed aan zou doen, ook zonder een aanvaarde motie van wantrouwen, op eigen initiatief af te treden. Dit is staatsrechtelijk natuurlijk onzin, hetgeen de fractie zou moeten weten met de Kamervoorzitter en een hoogleraar staatsrecht in haar midden. Maar dat daargelaten, zou ik zijn redenering op hemzelf willen betrekken. Is zijn prestige door het verloop van het debat niet zo aangetast, dat hij er goed aan zou doen zich als woord
voerder op justitieel terrein terug te trekken, op zijn minst voor de nabije toekomst wat betreft het IRT en aanverwante zaken? En indien hij er niet zelf op komt zou de fractie of fractievoorzitter hem op dit idee kunnen brengen.
Het zou als signaal kunnen dienen naar de eigen achterban en naar het Nederlandse volk toe, wat voor type oppositie de fractie wèl nastreeft en wat voor type niet.
Hiermee kom ik toe aan mijn tweede aanbeveling. Ik ben begonnen met te zeggen dat het debat met minister Sorgdrager symptomatisch is voor de wijze waarop de fractie van het CDA meent haar oppositierol in het treffen met bewindslieden te moeten invullen. Ik denk dat het goed zou zijn indien de voorzitter van de fractie op korte termijn een gelegenheid zou zoeken om uit te leggen wat hij zelf verstaat onder de term 'loyaal' in de samenstelling 'loyale oppositie'. Zulks in contrast tot de Angelsaksische traditie en recht doende aan de christen-democratische visie op de overheid. Hoe ziet hij de opgave voor de parlementariër in deze situatie en hoe interpreteert hij zijn eigen verantwoordelijkheid als fractievoorzitter hierin?
Signatuur
Ik geef mijnerzijds alvast een voorzet. Het CDA is de drager van een bepaalde visie op overheid en samenleving. Wij worden ongeloofwaardig indien wij geen kans zien deze signatuur ook in onze eigen oppositierol in te dragen.
Wij behoeven er helemaal niet benauwd voor te zijn indien de wijze waarop wij oppositie voeren verschilt van het gangbare gebruik bij andere partijen, als gevolg van onze specifieke signatuur.
Christen-democratische politiek is van oorsprong dienend: niet alleen het partijbelang, dat zelfs niet in de eerste plaats, maar het gemenebest, land en volk, de samenleving als geheel. De partij is niet het eindpunt maar het middel. Dat wil zeggen dat indien de huidige coalitie het er niet slecht van af brengt, zelfs aanmerkelijk beter dan wij voor mogelijk hielden, dat wij de zaak op zijn kop zetten indien wij dit opvatten als een bedreiging. Wat kunnen wij vanuit christen-democratische signatuur méér wensen dan een regering die het redelijk goed doet vanuit nationaal belang gezien; het nationale belang is toch het belang dat wij als CDA voorstaan?
Indien het huidige beleid van de regering in grote lijnen een vervolg is op wat reeds eerder onder de drie kabinetten-Lubbers in gang is gezet, dan kan dat toch nooit een handicap zijn voor de oppositie, wat al te vaak gesuggereerd wordt? Dan sta je als oppositie toch voor open doel? Met een redering in deze trant:
“Waar de signatuur van de paarse coalitie een beleid voortbrengt dat wij schadelijk achten, kunt u regering, rekenen op een forse en principiële oppositie; wij vertrouwen er op dat u zo'n debat niet uit de weg gaat maar in de vormgeving van uw beleid betrekt. U kunt overigens op ons rekenen in de vele zaken die reeds vóór de paarse coalitie ons voor ogen stonden en ook nu nog steeds voor ogen staan. En indien u door tegenstellingen binnen uw coalitie in verlegenheid komt om een gewenst beleid door te zetten, dan kan het handig zijn een oppositie op de achtergrond te hebben om u ondanks een afvallige coalitiegenoot toch aan een goede beslissing te helpen.”
Is dit niet scoren voor open doel? Het gaat niet aan, zo zeg ik richting fractie, om steun aan een gewenste maatregel te onthouden, om daarmee te bereiken dat de regeringscoalitie wegens interne tegenstellingen in problemen komt. Dat is geen loyale, dat is destructieve oppositie.
Anders gezegd: geen luidruchtige leegte gericht op beschadiging van de regering of van bewindslieden, al of niet met een mokerslag (zie b.v. de buitenland-interventies van De Hoop Scheffer), maar emancipatoir beleid, het mobiliseren van het draagvlak in Nederland voor een integer, doorwrocht, betrouwbaar beleid, in goede en kwade dagen, als regeringspartij en als oppositie. Eigenlijk zou ons parlementaire werk niet wezenlijk moeten verschillen, ongeacht of wij partijgenoten hebben in het kabinet of niet.
Endemol-formule
De formule van Endemol voor de televisie, lichte inhoud, boeiende presentatie, moge geschikt zijn voor het bereiken van een grote kijkdichtheid, als formule voor christen-democratische politiek is die niet geschikt. Als burgers kijken wij natuurlijk geboeid naar politiek spektakel (kijkdichtheid, groot bereik). Maar het winnen van de burger voor een beleid dat zijn eigenbelang te boven gaat, maar daarin tegelijk in wezen ook zijn eigen belang, maar nu op een hoger plan, honoreert, dat gaat langs andere weg; niet via het politieke theater, maar via de onzichtbare band tussen kiezer en gekozene, op basis van geestverwantschap, vertrouwen en overtuigingskracht.
De partij heeft met een inspirerend ontwerp-program deze lijn ingezet; de fractie doet er goed aan deze lijn over te nemen. Een oppositie in 'Endemol-stijl' leidt tot niets.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.