*

 
dossier

Archief

Hoogte ouderbijdrage beïnvloedt kansen kinderen in onderwijs

MARJAN AGERBEEK − 23/05/95, 00:00

AMSTERDAM - Het komt regelmatig voor dat scholen de vrijwillige bijdrage die zij van ouders vragen gebruiken om het onderwijs te verbeteren. Daardoor krijgt een kind op de ene school betere onderwijskansen dan een kind op een andere school.

De helft van de scholen voor voortgezet onderwijs met een bijzonder onderwijsconcept, zoals Dalton of Jenaplan, betaalt zelfs extra personeel van de ouderbijdragen, aldus het onderzoeksrapport van bureau Regioplan. Dat gebeurt in het basisonderwijs ook, maar de onderwijsinspectie geeft geen aantallen scholen. Waarvoor dat personeel precies wordt ingezet is ook niet onderzocht. Denkbaar is evenwel dat de klassen kleiner zijn gemaakt. Er zijn scholen bekend waar ouders een extra kleuterjuf betalen om de klassegrootte te beperken.

December vorig jaar legde de Amsterdamse socioloog prof. dr. J. Dronkers uit in Trouw dat rijke scholen hun leerlingen vooral grotere kans op een succesvolle schoolloopbaan bieden dan andere scholen als zij de ouderbijdragen gebruiken om de klassen te verkleinen. Maar ook extraatjes, zoals Engels als voertaal hanteren, geeft kinderen een voorsprong. Het hebben van veel computers of van een bijzonder mooie bibliotheek heeft daarentegen geen invloed op schoolprestaties, aldus de onderzoeker.

De Montessori, Dalton, Jenaplan, Freinet en Vrije scholen gebruiken de ouderbijdrage niet alleen vaker voor extra personeel dan andere scholen, ze kopen er ook graag aanvullend lesmateriaal van. Dat doet 96 procent, terwijl voor de overige scholen een percentage van 67 geldt.

Verder blijkt dat de helft van de vernieuwingsscholen de ouderbijdrage ook gebruikt voor onderhoud van de school en het inventaris. Dat doet een derde van de overige scholen. Scholen met een regulier onderwijsconcept gebruiken de bijdrage vaker voor het boekenfonds dan de vernieuwingsscholen.

Tweederde van de ouders keurt het goed als er van de ouderbijdrage aanvullend lesmateriaal wordt gekocht. Maar het bekostigen van een extra leerkracht of het onderhoud van de school van hun geld wijst ruim de helft af. Ze hebben echter over de hoogte noch over de besteding iets te zeggen. De medezeggenschapsraden mogen alleen adviseren, maar dat wil de staatssecretaris nu veranderen.

Opmerkelijk is dat juist de ouders met een kind op een vernieuwingsschool, die meestal uit hogere sociale klassen komen, gebruik van het geld voor extra personeel afwijzen. Op deze scholen komt dat het vaakste voor.

Omdat veel scholen de ouderbijdragen gebruiken voor ondersteuning van het onderwijs is het voor ouders moeilijk om betaling te weigeren. Wettelijk moet dat mogelijk zijn, maar de wet zegt ook dat kinderen voor wie geen ouderbijdrage is betaald mogen worden uitgesloten van de extra voorzieningen die ermee worden bekostigd. Zolang het om overblijven gaat of schoolreisjes is uitsluiting weliswaar sneu voor ouder of kind, maar verandert er niets aan de kwaliteit van het onderwijs. Wordt de ouderbijdrage daarentegen gebruikt voor extra lesmateriaal of het verkleinen van klassen, kan er geen uitsluiting plaatsvinden zonder aantasting van het onderwijs.

Zo wordt het kind van arme ouders impliciet naar een goedkopere school verwezen. Kansenongelijkheid is het gevolg, zeggen de ouders volgens het Nipo-onderzoek. Ruim zeventig procent van de ouders denkt dat een hoge ouderbijdrage een drempel vormt voor ouders uit lagere inkomensklassen. Over zichzelf erkennen ze dat liever niet: nog geen één procent zegt bij de keuze de hoogte van het schoolgeld te hebben betrokken.

Staatssecretaris Netelenbos geeft in haar brief aan de Tweede Kamer geen echte oplossingen voor het gevaar van kansenongelijkheid. De enige effectieve manier is het aan banden leggen van de hoogte van de bijdragen en de besteding ervan, maar dat is in strijd met de autonomie van de scholen. De staatssecretaris kiest nu voor intensievere controle van de onderwijsinspectie.

mailIcon print |