*

 
dossier

Archief

Het Parijs-Roubaix van de skeelerklassiekers

RUUD VAN HAASTRECHT − 28/03/98, 00:00

Een gediscrimineerde minderheid zijn ze, de skeelers en skaters hier te lande. Voor hun hobby zijn ze aangewezen op wat ordentelijk met asfalt geplaveide parken en industrieterreinen. Daarbuiten heerst het Wilde Westen. Want in de Verkeerstuin Nederland houdt geen auto of brommer rekening met snel voortbewegende stervelingen op wieltjes.

Het tourtochtengenie van de Skeelerbond Nederland, tourcoördinator G. Fikse-van Dijk van de afdeling Oost, krabt eens op haar achterhoofd. Maar nee, voorzover zij weet is er geen goed skateparcours over langere afstand. Voor een beetje tocht zijn de droogschaatsers aangewezen op de skeelertochten die de bond van lente tot herfst organiseert. Met een stel motorrijders als escorte en een bezemwagen in hun kielzog ronden ze 's weekends de Loonse en Drunense duinen, kronkelen langs de Oude Maas of glijden hoog over de West-Friese Omringdijk.

Maar de lente houdt zich niet aan vrije dagen. Het is zomaar een dinsdag en de wielewaal roept nog net niet, maar het scheelt niet veel. In het Amsterdamse Westerpark, een taartpunt groen in de dichtbevolkte negentiende-eeuwse gordel westelijk van het Centraal Station, bind ik onder het goedkeurend oog van Domela Nieuwenhuis de wieltjes onder. Dit is het Vondelpark van de Ugly People. Hier is geen bomvol terras vol trendy mensen bij het parkcafé, maar een snackwagen met drie lege plastic stoelen op de brug over de Haarlemmervaart. De Westergasfabriek met al haar cultuur en jungledisco waar je even verderop langskomt, hoort hier eigenlijk niet thuis. Dit is de buurt van de morgensterren, de schielijke junks met petjes, de gelegaliseerde krakers met intussen toch ook vier kruisjes, en de oeramsterdammers die niet de stad zijn uitgetrokken omdat ze aan de verkeerde kant van de streep zitten.

Voorbij allemaal volkstuintjes komt het parkpad uit op een kruising waar tramlijn 12 de hoek omscheurt. Dus uitkijken bij het oversteken. Eventjes skate je gelijk op met de tram. Voorbij het spoorviaduct slaat de tram rechtsaf richting station Sloterdijk, misschien wel het mooiste station van Amsterdam maar op de merkwaardigste plek: midden in een weide ver van de bewoonde wereld.

Aan de overkant van de weg staat het eerste groene bordje richting Spaarnwoude, Amsterdams eigen skaters paradise. Vanaf nu wijst de route zich vanzelf, behalve op een vage tweesprong aan het begin van de Brettenzone. Maar linksom of rechtsom, het is allebei even mooi en even lang en beide fietspaden komen uit bij de bulderende weg naar de Amsterdamse havens. Laat wel het grindpad links liggen dat nog wacht op de stoomwals.

Boven de bomen prikken de rokende schoorstenen van de Hemwegcentrale de heiig blauwe lucht in. Dit is de grens van stad en platteland, waar plattelanders ongetwijfeld hun neus voor zullen ophalen. Maar nergens spreiden de bomen hun takken zo wijd uit en fluiten de vogeltjes zo hard. Alsof ze weten dat het er hier toe doet, meer dan in de Groningse Lange Leegte of het Limburgse Mergelland.

Het rode fietspad buigt mee met de havenstraat vol denderende vrachtwagens. Gelukkig komt het bordje met Spaarnwoude al snel erna. Tussen over het land uitgesmeerde bedrijfsterreinen door gaat het richting Halfweg. Maar eerst is er het niemandsland tussen het Amsterdamse stadsdeel Geuzenveld / Slotermeer en Haarlemmerliede, waar geen Gemeentelijke Dienst Bestratingen zich ooit waagt. Dit is het Parijs-Roubaix van de skeelerklassiekers: echte kasseien in plaats van snel asfalt. Het leed is echter snel geleden. Op de Spaarnwouderdijk is het fietspad zo glad als ijs.

En dan Halfweg. Uit het treinraampje lijkt het niets, dit gehucht tussen Amsterdam en Haarlem. Maar met de spiegelende plas van de Grote Braak ervoor is het een plaatje. Halfweg, een betere plek om te wonen is er niet. Begonnen en op weg, halfweg zelfs. Maar je komt er godzijdank nooit aan. Want anders ben je levend begraven: aankomen en niet meer verder hoeven. Voorbij het Zijkanaal wacht het toetje: de brede geasfalteerde paden in recreatiepark Spaarnwoude. Dit is recreatie op z'n socialistisch: grijs asfalt tussen jonge aanplant. Maar skaten doet het wel. Met de rode paaltjesroute maak je een mooie ronde erdoorheen. Met gelukkig al rap een snackcar voor de hoognodige energy-drink. Het is wel uitkijken geblazen, want de paaltjesroute is milieuvriendelijk aangelegd.

Halverwege sla ik rechtsaf, als de brede weg weer overgaat in het smalle pad. De kans om het door de oprukkende havens bedreigde kunstenaarsdorp Ruigoord op skates te bereiken laat je niet schieten. Op het plaatsnamenbord staan er allemaal kinderhoofdjes om de naam heen. Want anders dan de meeste grote mensen snappen zij nog dat de economie er is voor mensen, bomen en dieren, en niet andersom. Aan de picknicktafel bij de kerk van Ruigoord hap ik in een boterham met kaas. De bomen ruisen, de stenen rusten. In de vitrinekast voor het hek worden de bewoners herinnerd aan een Ruigoordse die in het ziekenhuis is opgenomen. Dan knarsen de wieltjes weer op het kerkhofgrind. Want het Westerpark, dat is nog wel even skaten.

mailIcon print |