MEGEN - Ze komen tegelijk aan. Van de ene kant twee moeders, achterop de fiets peuters met kleurige rugzakjes. Hangend aan de kruk maken ze zelf de deur van peuterspeelzaal Ut Hummelhonk open. Van de andere kant arriveert een busje met twee kinderen in rolstoelen, de riemen stevig vastgegespt. Ze worden naar de deur van de Korf gereden.
Ze hebben aparte ingangen, maar de Korf, het dagverblijf voor kinderen met een verstandelijke handicap, biedt ook onderdak aan Ut Hummelhonk, de peuterspeelzaal uit het dorp Megen. En dat is een van de vele vormen van integratie van de Korf: kinderen met vertraging in de verstandelijke ontwikkeling laten opgroeien tussen andere kinderen uit het Brabantse boerendorp aan de Maas in het land van Antoon Coolen.
“Je confronteert ouders wel met kinderen waar iets mis mee is, maar toen we vroegen of ze mee wilden doen bleek honderd procent voor te zijn. Deze opzet maakt ons gebouw en de kinderen een stuk gewoner”, zegt Wim Marijnissen, het hoofd.
Grote ogen De dag begint. Peuters in Ut Hummelhonk vertellen spontaan hoe het dagrooster eruit ziet: “Het is vandaag donderdag. Eerst gaan we wandelen en de eendjes brood geven.” Bij het groepje van de Korf gaat het er voorzichtiger aan toe. Zorgzaam verwarmt een groepsleider de handen van een jongetje dat met grote verbaasde ogen binnenkomt. Zijn vertrouwen wordt gewonnen met de warming-up. Het kennismakingsliedje: “Ik weet hoe ik heet. Hoe heet jij?” doet wonderen. “Pieter,” klinkt het en hij lacht, hij komt los.
In het speelkwartier spelen de kinderen buiten: die van Ut Hummelhonk en die van de Korf. In het zand en op de schommel wordt stoom afgeblazen. Dat ze onder één dak zitten maakt onderlinge contacten mogelijk. Regelmatig komen de kinderen van de Korf over de vloer van peuterspeelzaal Ut Hummelhonk om te spelen.
De Korf als orthopedisch dagverblijf voor kinderen met een verstandelijke handicap is de laatste tijd bezig met een nieuwe opzet. Het centrum bestaat al 27 jaar. In de beginperiode wilden de ouders uit het zuidelijker gelegen Oss en omgeving een kleuterschoolachtige opvang voor deze kinderen. Later werd meer know how binnengehaald en kreeg het de benaming orthopedagogisch centrum, maar daar zijn ze een beetje van terug gekomen, vertelt Marijnissen.
Respect “We hebben te lang gekeken naar wat niet goed was aan een kind: hij liep, zag, of bewoog niet goed. Maar nu vragen we ons af waar hij wel goed in is en hoe waardevol hij is voor zijn omgeving? We zijn hem meer met respect gaan behandelen.”
Hij gaat zelfs nog verder: “We willen het kind meer zien als koning en wij zijn dienaren. We willen laten zien hoe we die koning, die misschien is behept met kleine ongemakken, kunnen helpen, niet door aan alle kanten aan hem te trekken, maar hem als waardevol te zien met een eigen taak in de samenleving.”
Marijnissen vindt het belangrijk dat het kind voelt dat hij mag zijn zoals hij is. “De medewerkers proberen steeds meer oog te hebben voor het kind, niet alleen als individu met handicaps maar vooral met talenten.
We zitten hier misschien een beetje achteraf, dat kan aan de ene kant lastig zijn, de samenleving is tenslotte ook niet geïsoleerd, maar we hebben in deze overzichtelijke gemeenschap wel fijne kansen voor integratie. In een dorp kun je makkelijker de inwoners bij dit werk betrekken.''
Eens in het jaar houdt de Korf spelletjesdag in Megen. Al twintig jaar hangen de bewoners slingers aan de deuren en steken ze de vlag uit. “Dan is de straat van ons en de kinderen die daar wonen doen ook mee. We verzinnen samen een probleem. Zo zou er in Megen een piratenschip verdwenen zijn. We varen met een boot de Maas over om in de huizen aan de overkant naar de verdwenen schatten te zoeken.”
Vriendschappelijke banden zijn er tussen de Korf en het plaatselijke bejaardenhuis. “De bewoners hebben veel vrije tijd over en wij komen handen tekort. Wat is er leuker dan een opa die verhaaltjes vertelt en de kinderen meeneemt om de eendjes brood te geven?”
Uitwisseling is er ook met de zusters Clarissen uit het naburige klooster, die in het verwarmde water van het zwembad van de Korf komen zwemmen, terwijl de kinderen van de Korf hun kerstspel in de kapel van het klooster opvoeren.
Marijnissen: “We zijn stom geweest om mensen met een handicap bij elkaar te zetten. Dat is gebeurd voor het gemak van de behandelaars en niet in hun belang. Stel je voor dat je alle roodharigen of brildragers zou oppakken en bij elkaar zou zetten. Dan selecteer je juist op het níét hebben van kwaliteiten.”
De Korf werkt ook samen met de laagste groepen van basisschool Klimop uit het dorp. Van de vijftig Korf-kinderen gaan er negen op bepaalde dagen naar de basisschool. Drie zitten er helemaal. De kinderen worden er gewaardeerd om wat ze extra hebben. Zo is Anita, een zorgzaam type, goed in sociale contacten. Marijnissen: “Haar kwaliteiten zou je alle volwassenen toewensen. We moeten de kinderen niet opvoeden tot rekenwonders, maar tot mensen die positief in de sameleving staan.
Een keer in de twee weken staan de kinderen van de Korf bij Klimop op het podium, ook die in de rolstoel zitten en hun tekst niet kunnen onthouden. Je ziet ze genieten van de sfeer en verbaasd rondkijken, zelfs die met het laagste niveau. Bij Klimop vinden ze dat heel gewoon. De andere keer treden die van Klimop bij de Korf op.''
En dat is nog niet alles. Als de kinderen uit het dorp woensdagmiddags vrij zijn worden ze de ene week uitgenodigd te komen spelen bij de Korf. Broertjes en zusjes van de Korfkinderen kwamen al eersten. We hebben gezegd dat we hier hele leuke kinderen hebben en ons zwembad gebruiken we als lokkertje. De andere week blijven de kinderen van de Korf thuis bij hun ouders en worden de kinderen uit het dorp gevraagd daar te komen spelen.''
Ook op het gebied van weekendopvang en kinderhotelopvang zijn de schotten weggevallen. Om de ouders te ontlasten kunnen twaalf gehandicapte kinderen komen logeren bij drie vaste beroepskrachten en vier vrijwilligers. Tijdens de kinderhotelweekends, eenmaal in de maand, zijn broertjes, zusjes, vriendjes en vriendinnetjes van het gehandicapte kind ook welkom.
De enthousiaste Marijnissen wil met integratie in de samenleving zelfs zover gaan dat de Korf als geografische lokatie binnen tien jaar kan worden opgeheven. Dat kan als de kinderen met aangepaste voorzieningen helemaal zijn opgenomen in het reguliere onderwijs. “Heeft het kind bepaalde problemen op de peuterspeelzaal of op de basisschool dan willen we graag naar die plek komen. Dat vraagt een andere houding van de peuterspeelzaal en van het basisonderwijs. Die moeten ook mee, net zoals wij ons moeten aanpassen. Als we meer oog krijgen voor elkaar is er pas kans van slagen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.