*

 
dossier

Archief

Als te hoge rekening niet werd betaald, kreeg klant een grafkrans

Door: redactie − 13/01/96, 00:00

Van onze correspondente UTRECHT - Is gereedschapsslijper Louis P. een meedogenloze afperser, die uit 'ordinaire geldzucht' dreigt volledige gezinnen naar een andere wereld te helpen als zijn exorbitant hoge rekeningen niet worden voldaan? Of is hij ten prooi gevallen aan criminelen die zijn naam misbruiken?

Louis P. is een onschuldig slachtoffer, meent zijn advocaat G. Knoops. In 1994 werd P.'s auto opengebroken en zijn koffertje met visitekaartjes en blanco rekeningen gestolen. De dieven kunnen die hebben gebruikt. Bovendien komen er bij P. erg veel mensen over de vloer; zeker sinds de tijd dat het slecht ging met zijn vader, kwamen er zigeuners uit heel Europa naar zijn caravan in Amstelveen. En die zijn allen zeer bedreven in het slijpersvak. Het is niet denkbeeldig dat zij in Nederland op pad zijn gegaan en Louis' naam hebben misbruikt.

Louis P. stond gisteren terecht op verdenking van zeven gevallen van afpersing of pogingen daartoe. Bovendien werd hem verboden wapenbezit ten laste gelegd en steunfraude voor een bedrag van 127 000 gulden. Zijn 23-jarige zoon Cassius wordt ervan verdacht zijn vader vier keer te hebben bijgestaan en de sociale dienst voor 44 000 gulden te hebben getild.

De 40-jarige P. erkende gisteren dat hij zaken heeft gedaan met op een na alle bedrijven die een klacht tegen hem hebben ingediend. Maar, aldus P., het Utrechtse bedrijf CAB Voertuigentechniek heeft hij zijn diensten nooit aangeboden. Toch zegt de eigenaar van dat bedrijf P. 9500 gulden te hebben betaald voor slijpwerk, daags waarna hij een fax kreeg omdat er een rekenfout was gemaakt: of hij alsnog 24 000 gulden extra wilde betalen.

Kind

De man weigerde, waarna hij vele malen telefonisch werd bedreigd door een man die zich Louis P. noemde. “U heeft toch een kind? U zou toch niet willen dat uw kinderen of vrouw wat overkwam? Ik heb uw visitekaartje en weet u dus te vinden.” Bang geworden, bedong de ondernemer een korting van tien procent en betaalde.

Maar daarmee was de zaak niet af. Er volgden een nieuwe eis - 62 862,50 gulden - en nieuwe bedreigingen. Het gezin dook onder en was daarom niet thuis toen er een rouwkrans werd bezorgd met een kaartje waarop de tekst 'met innige deelneming'. “Houdt u van bloemen?” had de afperser in een eerder telefoongesprek gevraagd.

Die krans met dat kaartje kan niet van P. afkomstig zijn, zei advocaat Knoops. P. kan niet schrijven. Officier van justitie mr. Plooy poogde zijn zaak kracht bij te zetten door een deel van een gesprek tussen de afperser en zijn slachtoffer - opgenomen op advies van de politie - af te spelen. Maar de advocaten van vader en zoon P. waren niet onder de indruk. “Ik hoor een kinderstem,” zei advocaat Van Alst.

De andere bedrijven zeggen door P. op soort gelijke manier te zijn bedreigd: vernielingen, brandstichting, ontvoering en moord werden hen in het vooruitzicht gesteld. In het totaal zou P. daarmee 30 707 gulden hebben geïncasseerd.

Dat geld moet terug, eiste de officier van justitie en als dat niet lukt moet P. 307 dagen zitten. Daarnaast eiste Plooy vier en een half jaar onvoorwaardelijk voor de vader en drie jaar voor de zoon met aftrek van voorarrest.

Beide advocaten bepleitten vrijspraak. Rechter Weijsenfeld doet over twee weken uitspraak.

mailIcon print |