Nog zes maal in januari; vier maal in juli.
Toen lag de muzikale leiding in handen van Nikolaus Harnoncourt. Met het Concertgebouworkest in kleine bezetting bracht hij een felle, dramatisch sterk geaccentueerde verklanking. Hij beschikte over een eerste-klas zangersbezetting, die voor een belangrijk deel terugkeerde in de uitstekende eerste herneming onder Harnoncourts leiding in juni 1992.
Bij de serie die nu loopt, kun je eigenlijk niet spreken van een herneming. Hans Vonk is nu de dirigent en hij toont een heel andere benadering van het muzikale verhaal. Zijn visie op 'Don Giovanni' en Mozart is vooral lyrisch van inslag. Hij legt de nadruk op de gevoelens van liefde die op velerlei wijze tot uitdrukking komen, en niet op de boosaardigheid, wraak of straf die in Harnoncourts uitwerking de expressie striemde.
Vonk heeft het Nederlands Kamerorkest tot zijn beschikking; dat speelt uitstekend met een fijne, strakke klank in de strijkers. De blazers klinken vol en kleurrijk. Een goede invoeging is een fortepiano voor de recitatieven, maar de stemming was vals.
Het allerbelangrijkst: de zangersbezetting ziet er heel anders uit. Zonder gedetailleerd alle verschillen aan te geven, is toch aardig om te vermelden dat bariton Roberto Scaltriti van Masetto, de bedrogene, is gepromoveerd naar de rol van Don Giovanni, de bedrieger. Met zijn lengte domineert hij de scène, en hij weet in gebaar en stemkleuring de vrouwtjes te lokken. Maar hij is niet het sensuele beest dat William Shimell in de voorgaande series neerzette. De herinstudering van David Prins is ook duidelijk minder scherp geprofileerd wat betreft de karakterisering. Er was bijvoorbeeld niets meer merkbaar van het gooi- smijt- en brulwerk tussen Don Giovanni en zijn knecht Leporello. Van de rebelse 'underdog' die Gilles Cachemaille in 1992 nog liet zien, is bij deze nu weinig over.
Charlotte Margiono kan nu eindelijk de rol van Donna Elvira gestalte geven. De hooikoorts hield haar in 1992 (het was mei tijdens de repetities) van het podium weg. Haar Elvira is werkelijk prachtig van klank en sappig van liefde. Hans Vonk draagt haar muzikaal op handen, zodat ze vocaal kan stralen. Maar het is geen Elvira waar Don Giovanni echt verontrust van moet worden. Het is begrijpelijk dat ze hem weer als een rijpe appel in de armen valt wanneer de Don onder haar raam aan het minnekozen gaat. Een pracht scène, met Margiono in dat halfronde raam, maar in een te witte, te felle belichting. Die past niet bij de milde Elvira van Margiono.
Als Donna Anna laat Luba Orgonasova de coloraturen verrukkelijk rollen in haar wonderschoon gezongen uiteenzettingen over haar liefde voor haar vader en voor haar minnaar Don Ottavio, die toch nog maar even geduld moet hebben. Maar de tenor Rainer Trost is te gespannen als persoon om in zijn stem en in zijn houding de noblesse en berusting te kunnen uitstralen zoals Hans Peter Blochwitz in de vorige serie. Laten we de ongelukkige, geperste weergave van 'Dalla sua pace' maar boeken op rekening van première-zenuwen.
Het boerenbruidje Zerlina krijgt van Rebecca Evans zo'n chique stem en houding mee, dat ik haar in een volgende herneming terug zie keren als donna (Elvira). Nathan Berg typeert Masetto parmantig. Met Andrea Silvestrelli stapt de vocaal indrukwekkendste Stenen Gast het toneel op.
De roep om wraak, die ook door deze opera echoot, en die in het massieve draaibare decor tot uitdrukking komt in bloedrode vegen op de grauwe wanden, is dit keer nauwelijks hoorbaar. Daarom detoneren die decors nu zo, dat je wenst dat er een nieuwe productie was gemaakt. Deze herneming, met hoeveel muzikale kwaliteiten ook, wijkt te zeer af van de originele opzet, en past dus niet in het hernemingsbeleid van de Opera.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.