*

 
dossier

Archief

Bitter

Door: redactie − 05/09/97, 00:00

De uitkomst van het Kamerdebat over de zaak-Gümüs is bitter. Voor het gezin van de Turkse kleermaker in de eerste plaats. Dat moet de omgeving waarin het een bestaan had opgebouwd en een plaats had verworven verlaten. Dat is een hard gelag, vooral nadat de maatschappelijke en politieke actie de hoop had gevoed op een gunstige afloop.

Tegen die achtergrond viel er begrip op te brengen voor het voorstel van GPV en RPF in dit ene geval genade voor recht te laten gelden. De strekking van dat voorstel was dat je mensen niet straffeloos tot politieke speelbal mag maken. Daartegenover stond het bezwaar van willekeur, maar het was niet ondenkbaar geweest dat de uitzondering op de regel tot een aanpassing van die regel had geleid.

Om die reden gaf GroenLinks aan het voorstel van de kleine christelijke partijen steun. De fracties van PvdA (op vier leden na) en D66 stemden tegen met het argument dat zij niet alleen de familie Güüus maar alle vergelijkbare gevallen tegemoet wilden komen. Dat vonden VVD en CDA, evenals GPV en RPF, op hun beurt weer onrechtvaardig tegenover de eerder afgewezen illegalen. Zo vonden vrijwel alle partijen wel een politiek veilige schuilplaats, waar de handen in onschuld konden worden gewassen. Voor dat veilige gevoel zorgde ook de staatsrechtelijke regel dat de Kamer zich niet behoort uit te spreken over individuele gevallen, wat nochtans feitelijk wel gebeurde. De uitkomst is tragisch voor het gezin zelf, maar ook voor de zaak-Gümüs die door alle ophef een sterke symbolische en politieke betekenis heeft gekregen. Een Turks gezin dat zich met succes een plaats in deze samenleving heeft veroverd. Door dat gezin weg te sturen, heeft de Tweede Kamer een enorme kans gemist om de integratie van buitenlanders in Nederland een stoot in de goede richting te geven en de naargeestige krachten de loef af te steken. Dat die kans is gemist, stemt het meest bitter.

mailIcon print |