Het 'In memoriam', gewijd aan het leven van dr. W. J. de Pous in de krant van maandag jl. verdient misschien enige aanvullingen, die het beeld van deze bijzondere man beter tot zijn recht doen komen.
Noch zijn politieke werk, noch zijn voorzitterschap van de Sociaal-economische raad kunnen worden los gezien van de eerste functie die hij na zijn studie economie vervulde: secretaris van het Verbond van protestants-christelijke werkgevers. In deze functie nam hij deel aan het werk in de Stichting van de arbeid en de Sociaal-economische raad, waaraan hij aanzienlijke bijdragen heeft geleverd.
Vooral de loon- en prijspolitiek heeft hem in die tijd beziggehouden: de vraag op welke wijze een verantwoorde loonontwikkeling zou kunnen bijdragen aan de doelstellingen van het Nederlandse sociaal-economische beleid, zoals volledige werkgelegenheid en inflatiebestrijding. Dit vraagstuk bleef hem bezighouden, ook toen hij in 1953 een lectoraat in de economie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam aanvaardde. De openbare les bij de aanvaarding van dit ambt, was aan deze problematiek gewijd, evenals tal van artikelen in het blad Economisch-Statistische Berichten.
De toewijding van De Pous aan het sociaal-economische beleid werd in 1958 onderbroken door zijn benoeming tot lid van de Raad van State. Het lidmaatschap was echter van korte duur: op 19 mei 1959 trad het kabinet-De Quay aan met De Pous op het ministerie van economische zaken.
Door zijn werk bij de protestants-christelijke werkgevers, in de Stichting van de arbeid en de Sociaal-economische raad, als wetenschapsman, als minister van economische zaken en als voorzitter van de Ser loopt één duidelijk herkenbare fundamentele gedachtengang: de doelstellingen van het sociaal-economische beleid zijn alleen dichterbij te brengen in het kader van een verantwoorde maatschappij, waarin overheid, werkgevers en werknemers met elkaar samenwerken.
Dit heeft De Pous in verschillende belangrijke functies met grote toewijding en volharding nagestreefd. Ook met grote ernst. Hij was zich gelovig bewust van de grote verantwoordelijkheid die hij droeg. Hij verdiepte zich grondig in de vraagstukken waarmee hij zich bezighield en in de standpunten die betrokken partijen innamen. Compromissen die De Pous formuleerde, waren geen compromissen zonder meer, ergens tussen de standpunten van tegenover elkaar staande groepen, maar hij was er zelf doorheen gekropen en had ze zorgvuldig getoetst of hij ze voor zijn verantwoording kon nemen.
Leidschendam G. C. van Dam (oud-lid van de Tweede Kamer)
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.