LEIDEN - “We hebben wel eens kwade momenten, dan denken we, zullen we maar voorgoed uit Nederland vertrekken?” Gerard van Beynum, vice-president van het Leidse biotechnologiebedrijf Pharming, zucht. Toch is het nooit zover gekomen. “Dat zijn emoties, onze ratio zegt ons dan: ach, we blijven gewoon.” Dat het bedrijf liefst voor de zomer een notering aan de Amsterdamse beurs wil, moet duidelijk maken dat Pharming hier ook een toekomst ziet.
Pharming zou de grenzen die de Nederlandse wet stelt aan het genetisch sleutelen aan beesten overtreden, berichtte nog vorige zomer de EO in een documentaire. Het was de zoveelste keer dat Pharming negatief in het nieuws kwam. “Journalistieke manipulatie”, noemt Van Beynum de reportage, waarin werd gesteld dat Pharming werkt aan een crème tegen rimpeltjes bij oude vrouwen. Voor het onderzoek daarnaar zou het bedrijf onder valse voorwendselen van het ministerie van economische zaken een gunstige lening hebben gekregen. Want het genetisch veranderen van dieren mag volgens de huidige Nederlandse regels alleen als er een duidelijk medische noodzaak is. En het opkalefateren van verlepte Hollywooddames is dat niet.
Van Beynum erkent dat de stof 'humaan collageen', die het bedrijf maakt uit de melk van transgene runderen, inderdaad onder de huid gespoten kan worden en dan tijdelijk verjonging tot gevolg heeft. Pharming heeft van een Amerikaans bedrijf geld gekregen om dit te onderzoeken, een bedrijf dat ook inderdaad dames op leeftijd van hun rimpels afhelpt. Alleen gebruikt het daar tot nog toe collageen voor verkregen uit rundermelk en sommige dames reageren daar niet goed op. Vandaar de vraag aan Pharming om een humane variant te ontwikkelen.
“Collageen dient algemeen ter reparatie van beschadigd weefsel en kan dus ook vele andere toepassingen hebben dan een verjongingskuur. Toepassingen waar weldegelijk sprake is van een medische noodzaak. Het werkt bijvoorbeeld ter versterking van botten. Gelukkig heeft het ministerie de lening niet ingetrokken, er was geen sprake van valse voorwendselen.”
“De berichtgeving is vaak zo eenzijdig”, luidt zijn klacht. “Laten journalisten of de dierenbescherming ook eens met patiëntenorganisaties praten, met zieke mensen die zitten te springen om nieuwe medicijnen. Dat werpt toch een heel ander licht op biotechnologie.”
De toestemming om collageen te gaan produceren voor de markt, ligt bij de Commissie ethische toetsing genetische modificatie bij dieren en die heeft daarover nog geen besluit genomen. “Wij houden ons in Nederland aan het besluit dat gaat vallen”, zegt Van Beynum. Valt het echter negatief uit, dan sluit hij niet uit het humaan collageen, en andere producten, elders in de wereld te gaan maken, waar de wetgeving minder streng is. “Geen enkel bedrijf heeft toch de opdracht om de weg van de meeste weerstand te kiezen?”
Bekendheid kreeg het concern met de eigen creatie stier Herman, die nog altijd in de stallen van de proefboerderij in Polsbroek staat. En in veelvoud prijkt op de stropdas van Van Beynum. Herman was in 1990 de eerste transgene stier ter wereld. Hij kreeg een menselijk gen ingeplant, waardoor zijn nakomelingen het eiwit lactoferrine in hun melk hebben. Dat werkt onder meer weerstandsverhogend bij patiënten waarvan het immuunsysteem is aangestast door het Aids-virus of bijvoorbeeld door een chemotherapie.
Rond Herman ontstond een ware rel, omdat de Dierenbescherming vond dat ethische grenzen bij het maken van Herman waren overtreden. De intrinsieke waarde van het dier en zijn nakomelingen wordt beschadigd, luidde een van de argumenten van de actievoerders. Zij richtten hun pijlen op Nutricia, dat met Pharming samenwerkte bij het onderzoek naar humaan lactoferrine. Onder dreiging van een consumentenboycot trok Nutricia zich terug. “Chantage”, zegt Van Beynum, “maar begrijpelijk dat Nutricia zich terugtrok, ja. Met een pistool op mijn hoofd gericht, zou ik ook mijn portemonnee inleveren.”
Pharming heeft het bijltje er niet bij neergegooid en elders investeerders gevonden om de activiteiten voort te zetten. Dat was nodig, omdat Pharming geen geld verdient. Al sinds de oprichting in 1989 leeft het van ontwikkelingssubsidies (bijvoorbeeld van het ministerie van economische zaken) en contractonderzoek in opdracht van bedrijven. Extern is verder kapitaal aangetrokken onder meer bij participatiemaatschappijen als NPM. Een beursgang is een logische stap; zo kan het bedrijf aan extra kapitaal komen en de overgang van onderzoek naar productie financieren.
Volgend jaar komt het eerste product - 'humaan alfa glucosidase' - van Pharming op de markt, als alles meezit. In België heeft het concern een fabriek neergezet waar inmiddels genetisch aangepaste konijntjes rondhuppelen. In hun melk zit dit product. Het is een enzym waarmee de dodelijke spierziekte van Pompe kan worden bestreden. Een zeldzame ziekte, erkent Van Beynum, in Nederland lijden er honderd mensen aan. “Maar wereldwijd schatten wij dat het om vijf- tot tienduizend patiënten gaat.”
“Dit kwartaal bereiken we een mijlpaal”, vervolgt Van Beynum. “Want voor ons eerste product is de test begonnen op proefpersonen. Lukt dit ook, dan kunnen we de markt op.” In het jaar 2000 verwacht het bedrijf quitte te draaien. En als in de jaren daarop ook andere producten van Pharming worden verkocht, komt de winstgroei snel, denkt de directie. Het hoofdkantoor van Pharming, waar inmiddels wereldwijd 110 mensen werken, staat in Leiden, maar ook in België, Finland en de VS zijn vestigingen. Pharming timmert intussen hard aan de weg, sluit links en rechts samenwerkingsverbanden.
Zo werd vorige week bekend dat het Amerikaanse Rode Kruis een belang van vijf procent neemt in Pharming. Het Rode Kruis is wereldwijd de belangrijkste leverancier van bloed en bloedproducten. Uit dit bloed worden stoffen gehaald die dienen als medicijn voor bijvoorbeeld hemofilie-patiënten. Voor het bloed zijn altijd donoren (mensen) gevonden, maar zorgen dat de kwaliteit van dit bloed goed is, is in tijden van Aids en hepatitus lastig. Het Rode Kruis is daarom op zoek naar alternatieven. Het werkt daarbij met varkens die door een genenverandering in hun melk eveneens eiwitten krijgen die de bloedstolling regelen. Pharming gaat voor het eerst met varkens aan de slag. Met name voor hemofiliepatiënten - daarvan zijn er alleen al in Europa, de VS en Japan 55 000 - biedt dit een een mooie oplossing. Van Beynum: “Zo'n patiënt moet een keer per week een injectie met het eiwit hebben om zijn bloed op orde te houden.” Ook daar lonkt een fikse markt.
En de nieuwste technieken om schapen te klonen (Polly en Dolly) hebben gevolgen voor Pharming, vervolgt hij. Om over die technologie te kunnen beschikken heeft Pharming, tevens deze maand, een samenwerkingsverband gesloten met weer een ander Amerikaans bedrijf. Van Beynum ziet voordeel in kerntransplantaties, de techniek waarmee je de volledige kern van een cel in een lege eicel kunt stoppen. “De huidige technologie - een zaadcel en een eicel bij elkaar brengen in een reageerbuis en dan het genenmateriaal deels veranderen - werkt vrij langzaam. Je kunt pas een paar maanden later vaststellen of het embryo ook daadwerkelijk transgeen is geworden.” Wanneer met losse cellen gewerkt wordt waarvan het DNA is veranderd, is de productie “efficiënter”. Dan weet je vantevoren zeker dat er een transgeen dier uitkomt. “Tegelijkertijd kan je met die techniek ook meerdere kopiën maken van het dier, dat heet dan klonen. Wij willen kleine kuddes maken door te klonen. Om zo materiaal te krijgen voor klinische proeven.”
Hele grote gekloonde kuddes produceren, daar ziet Van Beynum niet veel in. “Dan doe je niet wat de natuur zou doen: elke keer nieuwe genetische informatie uitwisselen waardoor er een nieuw dier ontstaat. Je zet de hele genetische ontwikkeling stil. Zo'n kudde is op identieke manier vatbaar voor ziektes. Dat kan gevaarlijk zijn.”
Vijf aanvragen voor het maken van producten heeft Pharming bij de ethische commissie ingediend, daaronder humaan lactoferrine, collageen en humaan alfa glucosidase. Of Pharming zijn producten in Nederland gaat maken, hangt af van de interpretatie die de commissie aan de Nederlandse regels gaat geven. Er geldt in Nederland een 'nee-tenzij' principe voor genetische verandering van dieren. Er moet worden aangetoond dat de problematiek ernstig genoeg is en er mogen geen alternatieve wegen zijn om een bepaald medicijn te krijgen. Verder moet het welzijn van het dier in orde blijven. Van Beynum: “We wachten het besluit van de commissie af, we vertrouwen op de goede afloop.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.