De extreem hoge inkomsten uit het parkeerbeleid van de gemeente Amsterdam - vorig jaar een nettowinst van 30 miljoen gulden - rechtvaardigt de stad door dat bedrag 'direct weer te investeren in de infrastructuur'. Een mooi doel, maar toch is dat een niet helemaal bevredigend verhaal bij een niet onomstreden beleid. Zeker niet voor dat deel van het bedrijfsleven dat zich slachtoffer voelt van het straffe parkeerbeleid.
'De infrastructuur' is daarvoor een te vaag begrip, zeker als blijkt dat elf miljoen gulden van die winst verdwijnt in de pot algemene middelen en bijna negen miljoen naar de deelgemeenten gaat. Betekent dit dat uit de algemene middelen elf miljoen elders besteed kan worden, of wordt er voor dat bedrag een aantal extra voorzieningen gecreƫerd die anders van armoe achterwege zouden moeten blijven?
Mede daardoor lijkt het alsof Amsterdam het parkeerbeleid tot een onderdeel van het stedelijk belastingbeleid heeft gemaakt. En met alle waardering voor de wijze waarop de enorme autoproblemen in een paard-en- wagen-stad worden aangepakt, dat kan niet de bedoeling zijn. Zeker niet naar de automobilisten toe, die behoorlijke prijzen moeten betalen voor een uur parkeren.
Bovendien zijn er in het openbaar vervoer in de hoofdstad nog wel wat directe doelen aan te wijzen, die een besteding van de opbrengst van het parkeerbeleid geloofwaardiger zouden maken. De financiƫle opbrengst van het parkeerbeleid hoeft niet direct gebruikt te worden om de chaos binnen het gemeentelijk vervoerbeleid op te heffen, maar het is goed voorstelbaar dat de gelden worden aangewend om eindelijk de onveiligheid op de metrolijnen op te heffen en zo ook nog eens bij te dragen aan een aantrekkelijk alternatief voor de rit met de auto in de stad. Dat is in elk geval geloofwaardiger dan zo'n vage bestemming van nu, die te veel weg heeft van uitmelken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.