*

 
dossier

Archief

Speldenprik Toyota-baas wekt in Londen commotie over beleid rond Emu

Door: redactie − 31/01/97, 00:00

Van een medewerker LONDEN - Hiroshi Okuda, topman van het Japanse autoconcern Toyota, heeft de regering in Londen er in bedekte termen voor gewaarschuwd dat het geen uitgemaakte zaak is dat zijn bedrijf in het Verenigd Koninkrijk nieuwe fabrieken zal neerzetten als de Britten buiten de Europese monetaire unie zouden blijven.

De Toyota-baas had geen gevoeliger snaar kunnen raken. Laatdunkende opmerkingen over het koningshuis, de slaapverwekkende kanten van het cricketspel of het lauwe bier, het had er allemaal mee door gekund. Maar een Japanse zakenman die zich mengt in de bijkans technische discussie over Britse deelname aan de Emu was wel het laatste waar de conservatieve regering van premier Major op zat te wachten.

Als er één Europees land heeft geïnvesteerd in de relatie met werkgevers uit het Verre Oosten, is het immers Groot-Brittannië. Op het moment dat Okuda zijn bommetje liet barsten, stak premier Major persoonlijk de spade in de grond voor een nieuwe fabriek van het Koreaanse LG in Zuid-Wales. Zijn ministers reageerden dan ook als door een adder gebeten. Labour probeerde uiteraard garen te spinnen bij de verlegenheid van de regering, al valt moeilijk te ontwaren wat nu precies de verschillen zijn tussen het “we doen waarschijnlijk niet mee aan de Emu” van de conservatieven, en de “enorme moeilijkheden” die de socialisten voorzien. In beide partijen woedt een interne strijd die nog niet is beslecht.

Dat de Britse economie zwaar leunt op buitenlandse investeringen, staat buiten kijf. Buitenlandse bedrijven kochten vorig jaar voor een recordbedrag van circa 70 miljard gulden aan Britse ondernemingen op, waarmee de buitenlandse investeringen over de afgelopen tien jaar op zo'n 300 miljard gulden uitkomen. De hele Britse auto-industrie, op sterven na dood aan het eind van de jaren zeventig, is er weer bovenop geholpen dankzij de investeringen van Japanse en Koreaanse ondernemingen, die Engeland kozen als bruggenhoofd op de Europese markt. Dit om importbeperkingen te omzeilen en transportkosten te drukken. De Engelse taal en het feit dat de Britten van begin af aan met open armen en vette subsidies klaarstonden, speelden daarbij een belangrijke rol.

Inmiddels kan de combinatie tussen Britse arbeid en Oosters kapitaal niet meer stuk, althans dat dacht de Britse regering. Het ministerie van handel en industrie kan niet precies zeggen hoeveel er sinds de jaren zeventig is geïnvesteerd. Maar Nissan, Honda en Toyota zijn inmiddels zodanig ingeburgerd dat veel Britten hun Sunny's en Corolla's met evenveel liefde koesteren als vroeger hun Morris Minor. De productiviteit van alle Britse werknemers is enorm vooruitgegaan. Ook Amerikaanse en Duitse fabrikanten profiteren mee van de relatief lage arbeidskosten, lage belastingen en aantrekkelijke investeringsregelingen. Alleen al vorig jaar maakten Jaguar, Ford en Nissan melding van investeringsplannen ter waarde van respectievelijk 500, 330 en 250 miljoen pond. Toyota, dat nu de rel heeft ontketend, heeft al een fabriek van 700 miljoen pond staan, en zou daar de komende jaren nog 200 miljoen pond aan willen toevoegen.

Of dergelijke investeringen (en de duizenden arbeidsplaatsen die erbij horen) werkelijk aan de neus van de Britten zullen voorbijgaan als ze die ophalen voor de Emu, is de vraag. Zekerheid over de wisselkoers van een land speelt een rol, maar bij beslissingen over grote investeringen spelen veel meer overwegingen, zoals het arbeids- en belastingklimaat, en de nabijheid van afzetmarkten.

Aan de andere kant komt de speldenprik van Okuda niet helemaal uit de lucht vallen. Kenneth Clarke, de minister van financiën, voert binnen het kabinet een bittere strijd om Emu-deelname open te houden. Hij stelt dat het zijn tegenstanders niet zozeer is begonnen om de monetaire unie, maar om het lidmaatschap van de Europese Unie zelf. Uit de opmerkingen van Okuda valt af te leiden dat buitenlandse investeerders zich eveneens ongemakkelijk beginnen te voelen bij het anti-Europese klimaat in Engeland. Ook Britse concerns als Unilever en BP, benadrukken in hun commentaren steevast het feit dat Londen 'betrokken' moet blijven bij de Europese Unie, en niet bij voorbaat nee moet zeggen tegen de Emu.

mailIcon print |