Van onze correspondent PARIJS - België voelt zich benadeeld door het Nederlandse asielbeleid en maakt zich bovendien zorgen over een eventuele versoepeling van het Nederlandse drugbeleid.
Irritaties over en weer tussen de buurlanden kwamen gisteren aan het licht in Parijs, tijdens een informele bijeenkomst van Europese ministers van justitie en binnenlandse zaken.
De Belgische minister van binnenlandse zaken, Vande Lanotte, was ontevreden met een brief van staatssecretaris Schmitz (justitie) over het asielbeleid. Op haar beurt reageerde minister van justitie Sorgdrager geërgerd op uitspraken van de Belgische bewindsman over het Nederlandse drugbeleid.
Vande Lanotte zei gisteren “niet volledig gerustgesteld te zijn” door een brief die hij kort tevoren ontvangen had uit Den Haag. De Belgische bewindsman had tekst en uitleg gevraagd over het nieuwe Nederlandse asielbeleid, dat volgende week in de Eerste Kamer aan de orde komt. De Belgen vrezen dat “elke asielzoeker die Nederland via België binnenkomt, wordt teruggezonden.” In de nieuwe wetgeving staat dat de toegang tot de asielprocedure kan worden geweigerd, indien een asielzoeker via een 'veilig derde land' naar Nederland is gekomen.
België maakt zich ook zorgen over het Nederlandse drugbeleid. Uitspraken van minister Sorgdrager, afgelopen weekeinde, leidden in Brussel tot een scherpe reactie van haar collega Vande Lanotte. Het 'reguleren' van de produktie van drugs in Nederland, waarover Sorgdrager in een interview had gerept, leidt volgens de Belg tot het “isolement van Nederland binnen Europa”.
Tegenover een Vlaamse krant zei Vande Lanotte ook dat het Nederlandse experiment met het dulden van coffeeshops (waar drugs worden verhandeld) mislukt is, en dat Nederland dat eindelijk eens zou moeten toegeven.
Minister Sorgdrager reageerde gisteren geprikkeld op de kritiek, die ze via de pers had moeten vernemen. Had Vande Lanotte “niet kunnen proberen of de telefoon het nog doet,” vroeg zij zich bits af. Sorgdrager zei in Parijs niets te merken van een Nederlands 'isolement', als het om drugsbeleid gaat. Als voorbeeld noemde ze Noord-Frankrijk, waar de uitgaven voor drugpreventie vertienvoudigd zijn, nadat een delegatie uit het gebied Nederland had bezocht.
De Franse minister van binnenlandse zaken, Pasqua, zei de indruk te hebben dat het “in Nederland de goede kant op gaat.” Veel woorden wilden de conservatief Pasqua, verklaard tegenstander van het Nederlandse liberale drugbeleid, er niet aan vuil maken. Voor hem stond de ministeriële bijeenkomst vooral in het teken van Europol, het in Den Haag gevestigde EU-instituut dat zich bezighoudt met het verzamelen en uitwisselen van gegevens over drugs.
In de toekomst zal Europol zich ook bezighouden met andere vormen van misdaad, waaronder terrorisme. Een gevoelig onderwerp daarbij is de vertrouwelijkheid van de informatie. Niet alle EU-landen zijn bereid hun informatie met andere te delen binnen Europol. Pasqua legde de ministers een compromisvoorstel voor, dat volgens diplomaten echter erg vaag was, en nader bestudeerd moet worden. Haast is geboden; over enkele maanden moeten de Fransen als EU-voorzitter een kant en klaar-verdrag op tafel leggen, dat de juridische grondslag vormt voor Europol.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.