AMSTERDAM (ANP, AFP) - Twee wereldoorlogen en tweemaal een krach hebben het aanzien niet kunnen schaden. Al jaren staat het imago van toonaangevend richtsnoer overeind. Elke dag volgen beleggers van over de hele wereld de stijging of de daling en nemen op grond daarvan een besluit voor verdere investeringen.
De Dow Jones-index, de index van de New Yorkse effectenbeurs, bestond zondag honderd jaar. Op 26 mei 1896 ging het geesteskind van Charles Dow en Edward Jones van start om de algemene beweging van de aandelenkoersen op de beurs van New York weer te geven. Drie jaar daarna richtten Dow en Jones de zakenkrant The Wall Street Journal op.
De Dow Jones-index bestaat uit dertig grote fondsen, die een doorsnede vormen van de industriële bedrijven in de Verenigde Staten. Aan het begin zaten er twaalf fondsen in, waarvan slechts General Electric is overgebleven. Op 1 oktober 1928 werd de index uitgebreid tot dertig fondsen. Andere grote namen zijn nu die van Exxon, IBM, Coca-Cola, Disney, General Motors, Kodak, DuPont en McDonald's
Honderd jaar geleden begon de Dow Jones op nul. De eerste dag leverde een stijging op tot 40,94 punten. Kort voor de beursmeter werd uitgebreid tot dertig fondsen, stond die op 240 punten. Op het ogenblik beweegt de index zich op het recordterrein van dik 5700 punten, maar dat niveau werd niet bereikt zonder slag of stoot.
Twee wereldoorlogen ontregelden danig het verloop van de aandelenkoersen en van de beursindex. Tijdens de eerste wereldoorlog werden er in 1914 en 1915 geregeld geen dagelijkse koersen opgemaakt, omdat het belegde geld werd gebruikt voor de financiering van de oorlogvoering. De tweede wereldoorlog leverde de index in twee weken tijd een daling van 23 procent op, kort nadat Duitsland Nederland had bezet. De Amerikaanse beleggers waren bang dat Hitler snel zou doorstoten naar Engeland.
Belegger of niet, velen hadden weet van de beurskrach van 28 oktober 1929, de dag waarop de index zakte met ruim 38 punten (13 procent). De gevolgen van deze “zwarte donderdag”, waren ook in de drie jaar daarna nog duidelijk merkbaar. Op 8 juli 1932 was de Dow Jones-index gezakt tot 41,22 punten, terwijl anderhalve maand voor de krach van 1929 nog een record van ruim 381 punten werd genoteerd. Het duurde tot 1954 voordat Wall Street dat niveau opnieuw haalde.
In de jaren twintig kon de belegger aandelen kopen waarvoor hij slechts 10 procent daadwerkelijk hoefde te betalen. Dat had tot gevolg dat de Amerikanen massaal met geleend geld hadden belegd in aandelen, zodat de koersval van 1929 aan vrijwel niemand in de VS voorbij ging. Bekend zij de verhalen van wanhopige beleggers die uit het raam van een wolkenkrabber sprongen.
Veel minder dramatisch waren de gevolgen van de krach van 1987. “Bij mijn weten heeft slechts één persoon een hartaanval gehad”, aldus beursanalist Ed La Varnway. Op 19 oktober van dat jaar, “zwarte maandag”, kelderde de beursindex met 508 punten (ongeveer 22 procent). Het daaropvolgende herstel verliep veel sneller dan na de krach van 1929, omdat de economische omstandigheden een stuk beter waren.
In de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig beleefden de Dow Jones-index en de beleggers gouden tijden. Op 14 november 1972 werd voor het eerst de grens van duizend punten genomen. Daarna ging het weer mis, want in december 1974 stond de graadmeter van de NewYorkse beurs op slechts 577 punten. Een echt herstel deed zich in 1975 weer voor, gevolgd door bescheiden schommelingen in de rest van de jaren zeventig.
Vanaf 1982 zette de echte opwaartse lijn in, alleen onderbroken door de krach van 1987. Sinds 'zwarte maandag' is de index met ongeveer 4000 punten gestegen, waarbij de periode om van de 4000- naar de 5000-grens te komen nog geen negen maanden in beslag nam.
Die periode werd gekenmerkt door onder meer grote bedrijfsfusies, waarbij voor de belegger veel geld te verdienen was. Bovendien was de lage rentestand voor velen aanleiding om hun heil te zoeken in aandelen, die beter rendeerden dan obligaties of spaarrekeningen. Die factoren gelden ook nu nog en het is dan ook niet erg waarschijnlijk dat zich op korte termijn weer een krach zal voordoen. Uitsluiten kunnen de analisten dat overigens niet, maar er zijn ook de zogenoemde 'goeroes' die vorig jaar voorspelden dat de beursindex in 1998 in de 7000 punten zou staan.
Nog maar kortgeleden sloeg de beleggers de schrik om het hart. Begin vorige maand kelderde de beursindex plotseling met ruim 171 punten, toen bleek dat er op de Amerikaanse arbeidsmarkt veel meer banen waren bijgekomen dan was gedacht. Dat zou duiden op een plotseling sterke groei van de economie, die een stijging van de rente zou inluiden. Hogere rente is nu eenmaal slecht voor de aandelenkoersen. De koersdaling werd echter al snel weer ingelopen. Bovendien is 171 punten verlies tegenwoordig minder erg dan het lijkt. Het is een verlies van drie procent, te vergelijken met 60 punten in de min in de tijd toen de Dow op 2000 stond.
Wijzigingen in de samenstelling van de index komen maar zelden voor. De redactie van The Wall Street Journal, die verantwoordelijk is voor de samenstelling, stelt zich zeer terughoudend op. Rode draad is dat de Dow Jones een afspiegeling moet zijn van de hele aandelenmarkt.
Tegen het gebruik van de Dow Jones-index als graadmeter voor de NewYorkse beurs spreekt dat er maar dertig bedrijven inzitten. Wall Street kent ook andere indices, zoals voor een bepaalde branche of voor veel meer fondsen, zoals de Standard and Poor-index voor 500 ondernemingen. De Dow Jones-index van de dertig grote industriefondsen heeft zijn naam echter al lang geleden gevestigd en zal ook in de toekomst de beleggers over de hele wereld houvast blijven bieden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.