AMSTERDAM - Het kon niet uitblijven. Wie zijn laatste twee boeken - Het algemeen betwijfeld christelijk geloof, 1992, en Zeker weten, 1994 - las besefte dat. De gereformeerde theoloog Harry Kuitert stond op het punt het klassiek-christelijke Jezusbeeld, inclusief de tweenaturenleer, publiekelijk de wacht aan te zeggen. Dat is thans gebeurd. Op een moedige wijze. Zelden verwoordde een Nederlandse theoloog zo openhartig en eerlijk zijn gedachten: “Tot Jezus kun je niet bidden. Dat is grove ketterij.”
Gisteravond werd Kuiterts nieuwe boek gepresenteerd: Jezus, nalatenschap van het christendom. Gedachten van een auteur die geheel door de moderne cultuur is heengegaan en nu zijn enige houvast vindt in God. Van de rest van het christelijk erfgoed, ook wat Jezus betreft, is bij Kuitert weinig over.
Die klap zal daarom hard aankomen, al valt moeilijk te voorspellen bij wie. Want op sommige punten - zoals in zijn, al het andere uitsluitend, godsvertrouwen - lijkt Kuitert de bevindelijke orthodoxie dicht genaderd.
Over wie de 'echte' Jezus is - sedert twee eeuwen een favoriet vragenspel van theologen en geïnteresseerde amateurs - laat Kuitert zich wijselijk niet uit. Ook velt hij geen vooringenomen oordeel over de, door hem zorgvuldig beschreven, bonte galerij 'Jezusbeelden' die in de loop van de eeuwen binnen en buiten de kerk(en) is ontstaan en die in onze geseculariseerde tijd onverwacht aanvulling krijgt (al verheelt hij niet dat de EO-Jezus de zijne niet is).
Geen monopolie
De feministische, de revolutionaire, de post-christelijke Jezus - Kuitert vindt alles legitiem (“de christelijke kerk heeft geen monopolie op hem”). Op één voorwaarde: elk beeld moet passen binnen de enige historische zekerheid die we over Jezus bezitten: Hij was een jood en hing de joodse religie aan.
Een christologie (kerkleer over de persoon en het werk van Jezus Christus) die dat impliciet ontkent, bijvoorbeeld door van hem de eerste christen te maken, is een 'gemanipuleerde christologie'.
Volgt de genadeslag: “Dat Jezus het joodse ontwerp van God aanhing, betekent dat hij zichzelf nooit als God-op-aarde heeft gezien. Hem anders dan als bijstelling bij God zien, is Jezus geweld aandoen. Hij is niet een Tweede God, ook niet de Tweede Persoon van de heilige Drie-eenheid die vlees heeft aangenomen uit de maagd Maria.”
Exit het eeuwenoude beeld van Jezus als de Zoon van God, want dat is fundamenteel in strijd met het joodse geloof.
- Vervolg op pagina 10. Daar ook: Wil de echte Jezus opstaan? Recensie van Jaap Goedegebuure
Dat Jezus een goddelijke natuur bezat, is een waanidee
VERVOLG VAN PAGINA 1
“Als toevoeging aan de godskennis van het jodendom is Jezus voor geen enkele jood noodzakelijk of profijtelijk” - die centrale zin staat in het nieuwe boek van Kuitert. De figuur van Jezus is alleen van belang voor christenen, want ze opent voor niet-joden de weg naar God, de joodse God.
Alleen tegen deze achtergrond valt het bittere verwijt te begrijpen dat de joden na Jezus' dood richtten aan het adres van diens eerste volgelingen, Paulus voorop: 'Als joden hebben jullie, via het prediken van de boodschap van Jezus, de God van Israël uitverkocht aan de heidenen'.
Christenen die de joden op grond hiervan van godsdienstig exclusivisme beschuldigen houdt Kuitert een spiegel voor. Eeuwenlang heeft de christenheid zich getooid met de titel 'volk van God', een vorm van religieuze hovaardij waarvoor andersdenkenden, de joden voorop, duur moesten betalen. En nog steeds redeneren veel rooms-katholieke, orthodoxe en protestantse theologen vanuit de misvatting dat het christelijk geloof een algemeen aanvaarde, zo niet bewezen, waarheid is. In plaats van een geloof te midden van andere geloven.
Daarom zegt Kuitert: “Van alle religies geldt: ze moeten hun gelijk nog krijgen. Het geldt ook van het christelijk geloof (...) Met 'God heeft zich geopenbaard in Jezus Christus' zijn de wereldraadselen dus niet opgelost. Integendeel, we hebben er een wereldraadsel bij. Hoe kan het christelijk ontwerp van God 'het einde' zijn, nu er ook andere blijken te zijn.”
Zoals gezegd verwijst Kuitert het leerstuk van de twee naturenleer van Christus, inmiddels ruim 1500 jaar oud, naar de prullenmand. Mild en met gevoel voor kerkelijke traditie en volksdevotie, dat wel, maar onverbiddelijk. Zijn oordeel: “Het komt even weinig eeuwigheidswaarde toe als de gnostische Jezus of de Jezus van de Verlichting.”
Willen christenen er geen andere religie op na houden dan Jezus beleed, dan moeten ze, aldus Kuitert, afstand nemen van het waanidee dat hij naast een menselijke ook nog een goddelijke natuur bezat. Volgens hem een hellenistische vorm van verering die niet meer waarheidsgehalte bezit dan de stralenkrans rond het hoofd van Jezus op een zoetige prent in een kinderbijbel. De vier evangelisten suggereren overigens nergens dat Jezus God-op-aarde was.
Kuitert: “Dat is voor kerkmensen een onthutsende uitkomst. (...) Jezus heeft zichzelf niet als een soort supermens gezien, in het bezit van een goddelijke natuur, maar als mens onder de mensen, zij het met een bijzondere relatie tot een bijzondere opdracht namens Israëls God.”
Het heeft de christologie niet verhinderd eeuwenlang Jezus als concurrent van God op te waarderen. Reden waarom het voor haar hoog tijd wordt een toontje lager te zingen. Temeer omdat deze vorm van christologie heeft bijgedragen tot jodenhaat. “Was Jezus niet voorgesteld als God-op-aarde dan zou de Romeinse Catechismus de joden niet eeuwen en eeuwenlang als godsmoordenaars hebben kunnen voorstellen.”
In de optiek van Kuitert is Jezus niet meer, maar ook niet minder, dan een brug naar God. Voor grote groepen gelovigen en ook voor vele niet-gelovigen is dat te weinig. Mensen zijn zo gewend aan de voorstelling van Jezus als God-Mens, dat ze nauwelijks in andere termen over hem kunnen denken of spreken. Want dit klassieke kerkbeeld van Jezus mag dan wankelen, of zelfs bij menigeen bezweken zijn onder de stroom van historische kritiek, het neemt niet weg dat het nog steeds wordt aangehangen en de officiële leer is van bijna alle kerkelijke denominaties, de katholieke voorop.
Was de protestant Kuitert geen emeritus hoogleraar ethiek en dogmatiek aan de theologische faculteit van de VU, maar katholiek en docent aan de rk theologische opleiding in Nijmegen of Tilburg dan zou hij met z'n boek onherroepelijk in botsing zijn gekomen met het Vaticaans leergezag. Zo actueel brisant zijn de kwesties die hij aansnijdt. Al worden Kuiterts opvattingen daarover in theologische vakkringen veel algemener gedeeld dan de kerkelijke top de eigen basis wil doen geloven.
Neem de maagdelijke geboorte, Maria's onbevlekte ontvangenis of de in de rk kerk eveneens tot dogma verheven stelling dat Maria 'altijd maagd is gebleven'. De doorsnee katholiek heeft er allang moeite mee en de meeste theologen gaven hem daarin gelijk. Desalniettemin zwijgen ze en laten toe dat elk kerklid gedwongen blijft erin te geloven.
Toch zal zelfs menige progresieve katholiek even moeten slikken als hij leest dat met de 'ontgoddelijking' van Jezus ook Maria's titel als Moeder Gods op de tocht staat. Het beeld van Maria als middelares bij haar goddelijke zoon klopt daardoor ook al niet. Met één slag wordt zo het fundament onder de Mariaverering weggeslagen, een devotie die binnen de rooms-katholieke kerk een eeuwenoude traditie kent en door de huidige paus weer sterk wordt gestimuleerd.
Natuurlijk, je kunt Maria dankbaar blijven gedenken als de moeder van een opmerkelijke priester en profeet - de woorden zijn van Kuitert - maar dat is toch iets totaal anders dan de bijna goddelijke status die Maria binnen de rk kerk bezit. Al proberen theologen haar wat te demoveren.
Op het kernstuk van de transsubstantiatie botst de Jezus-visie van Kuitert eveneens frontaal met die van de kerk. De officiële katholieke leer gaat nog steeds uit van de reële presentie van de verheerlijkte Christus (God én mens) onder de tekenen van brood en wijn. Maar wat als Jezus niets goddelijks had en dus niet verheerlijkt is?
De protestantse kerken blijven evenmin buiten schot. Met name de 'rechtzinnige' gezindten zullen niet blij zijn met hetgeen Kuitert hun aan opvattingen voorhoudt. Net bekomen van de affaire-Den Heyer moeten zij bij Kuitert lezen dat de kerkelijke verzoeningsleer niet van Godswege gegeven is, maar door mensen werd bedacht. Dat maakt haar veel minder absoluut dan men in streng gereformeerde kringen denkt.
Zelf verwerpt Kuitert de eeuwenoude theologische Umdeutung die van een misdaad - de kruisiging van Jezus - een zegen, een groots verlossingsgebeuren maakt: de vergeving der zonden.
Aan de kerkelijke uitleg kleven volgens Kuitert gevaarlijke aspecten: “Als alles in elkaar zit zoals de klassieke kerkleer het wil, wordt Jezus' lijden en sterven (...) doorgestoken kaart, hij wist het allemaal al: hij was uit de hemel gekomen om te doen zoals met de Vader was afgesproken - aan het kruis onze zonden uitboeten, cr - zag ertegen op vanuit zijn menselijke natuur, maar als God kon hem niets overkomen.” Waarom dan Eli lama sabachtani?
Kuitert doet met zijn vrijzinnige coming out ongetwijfeld mensen pijn - “de Opstanding is niet het weer levend worden van een lijk” -, maar zijn boek zal ook christenen opluchting geven, hun een uitweg bieden uit een beklemmend doolhof. Zo blijkt de als verkrampt ervaren triniteitsleer ineens een menselijk concept en wordt daarmee discutabel. Net als andere leerstellige zaken die, vaak indirect, met deze leer van de 'heilige Drievuldigheid' verbonden zijn.
Dit alles beweert niet de een of andere rancuneuze Draufgaéger, maar een van de meest prominente theologen van het land en een gelovig man. Door zich kwetsbaar, want openhartig op te stellen verdient Kuitert het dat de kerken hem serieus nemen en het gesprek aangaan. Of ze dat ook doen zal spoedig blijken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.