Minister Peper mist leiderschap, visie en moed bij politici. Dat schreef hij in een vertrouwelijk essay ter gelegenheid van het kabinetsberaad over het ontbrekende elan van Paars II. Omdat politici deze kwaliteiten missen, laten burgers de politiek links liggen en wordt de kloof tussen burger en politiek steeds groter.
De vraag is natuurlijk of dat erg is. Hebben wij echt politici met leiderschap, visie en moed nodig? Men zou zeggen van niet. Het gaat zonder die visionaire politici volgens de algemene opvatting juist bijzonder goed in Nederland. Mocht de burger de indruk hebben dat er nogal eens gefaald wordt, dan wordt hem snel duidelijk gemaakt dat de politici wel degelijk competent gehandeld hebben. Zij blijven althans op hun post, ook al blijft de burger met twijfels zitten.
In dit gezelschap van (quasi-)competente maar visieloze politici voelt Peper zich dus kennelijk niet thuis. Dat maakt hem niet onsympathiek. Maar zou Paars II wel uit een ander soort politici kunnen bestaan? Ik betwijfel dat. De paarse kabinetten berusten op twee pijlers, wanneer we het verlangen om de christen-democraten buiten te houden buiten beschouwing laten. In de eerste plaats de neoliberale ideologie van de terugtredende overheid en de triomferende markt. In de tweede plaats het aloude corporatisme dat voor de gelegenheid het poldermodel genoemd werd. Nu bestaat er een zekere spanning tussen de dominantie van de markt en de overlegeconomie waarin ondernemers en vakbonden zich als verantwoordelijke partners gedragen. Het recente gezeur over de hoge salarissen van bepaalde managers is daar een voorbeeld van. Hoe dan ook speelt zowel in het neoliberale als in het corporatistische model de politiek een ondergeschikte rol. In het eerste geval is de politiek de dienaar van de markt, in het tweede staat de politiek in dienst van het compromis tussen werkgevers en werknemers. Politici met leiderschap, visie en moed, die bijvoorbeeld een betoog zouden houden voor de versterking van het publieke domein en de verantwoordelijkheid van de overheid, kunnen hier als kiespijn gemist worden. Zij zouden de neoliberale consensus maar doorbreken of het overleg tussen de sociale partners bemoeilijken. Het ontbreken van visionaire politici in Paars II is dus geen weeffout of ernstig gebrek, maar een onmisbare voorwaarde voor succes.
Als Peper ook in de politiek groots en meeslepend wil leven, dan zou hij Paars II moeten opblazen en moeten werken aan een nieuwe coalitie die opnieuw het primaat van de politiek bevecht tegenover de ideologie van de markt en die de strijd aanbindt met het corporatisme. Zo'n coalitie kan inderdaad niet zonder politici met leiderschap, visie en moed. De kansen op zo'n coalitie zijn in de Nederlandse verhoudingen gering. Met het CDA zou nog de rol van de overheid opnieuw gedefinieerd kunnen worden, maar juist deze partij is de hoeder van het corporatisme, de verdediger van het maatschappelijk middenveld. Nederland wordt niet gekenmerkt, zoals Frankrijk, door staatsdirigisme. Hier wordt besluitvorming voorbereid in overleg met belangengroepen en uiteindelijk gesanctioneerd door de politiek. Het succes van de Nederlandse economie berust op het Akkoord van Wassenaar, in de jaren tachtig door werkgevers en werknemers gesloten waarbij loonmatiging aanvaard werd in ruil voor afspraken over werkgelegenheid. Het is symbolisch voor de Nederlandse verhoudingen dat de toenmalige onderhandelaar van werknemerszijde, Wim Kok, nu premier is. Waarmee de dienende rol van de Nederlandse politiek fraai is geïllustreerd.
Kok is de vleesgeworden man van het compromis. De kleur van politiek succes in Nederland is niet paars maar grijs. Grote woorden zijn overbodig en zelfs gevaarlijk. Wij letten liever op de kleine lettertjes.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.