*

 
dossier

Archief

Kinderdoding: nabijheid ouders is grootste risico

BAS DEN HOND − 20/01/97, 00:00

UTRECHT - Waarom lopen kinderen bij de Ache, een Indianenvolk in Paraguay, grote kans bij hun dode vader in het graf te worden gestopt?

Het antwoord noteerde antropoloog Kim Hill van de mannen aan het graf: “Nu moeten wij voor hen zorgen en dat maakt ons kwaad.”

Waarom propageerden kerk en overheid in de 18de eeuw het in een wieg leggen van baby's, een gewoonte waar andere culturen met afschuw naar kijken? Dat was, denken historici, tegen 'engeltjesmakerij'. Vaak gehoord: “Ik ging per ongeluk op het kind liggen en nu is het dood.”

Waarom komt kindermoord nauwelijks voor onder de Aboriginals in Australie? Criminologe Heather Strang heeft: “Die mensen leven buiten en in een groep, niet in een gezin in een huis. Ze kunnen dus makkelijker wegrennen van gewelddadige ouders.”

Kinderdoding en al helemaal van je eigen kinderen, druist in tegen alles wat als normaal en natuurlijk wordt gezien. Voor rijke, westerse, moderne mensen tenminste. Vandaar de geschokte reacties op de driedubbele kindermoord in Hoofddorp. Gisteren werd alweer een kindermoord bekend, van een moeder op haar achtjarig dochtertje in Echt (L).

“Het is tegen de cultuur. Normaal beschermen ouders hun kinderen. Ik sta als hoogleraar met mijn mond vol tanden”, zei de Nijmeegse hoogleraar H. van Marle afgelopen week. Hij hield zelfs apocalyptische gevoelens over aan het drama in Hoofddorp, waar volgens de verklaring van de vader beide ouders samen hun drie kinderen ombrachten en aan de drie soortgelijke gevallen vorig jaar: “Het zou toeval kunnen zijn dat het ineens zo vaak gebeurt. Maar je kunt je ook afvragen of het iets cultureels is. Is de beschaving te ver doorgeschoten?”

Het omgekeerde is eerder waar. “Bijna elke categorie van kinderdoding die is beschreven voor andere dieren, is ook gemeld voor de menselijke soort”, aldus de Amerikaanse antropologe Sarah Hardy.

- Vervolg op pagina 3

De meeste moorden op kinderen worden door ouders gepleegd VERVOLG VAN PAGINA 1

Vier hoofdstukken van 'Infanticide, comparative and evolutionary perspectives' (1984) onder redactie van de Amerikaanse antropologe Sarah Hrdy gaan over kinderdoding bij mensen, de andere 21 hoofdstukken brengen de lezer bij hoe vissen, vogels, apen, kortom alles wat op de aarde beweegt en nageslacht voortbrengt, er onder omstandigheden toe kan komen de jongen van de eigen soort om te brengen.

Hrdy werd 25 jaar geleden de aartsmoeder van dat onderzoeksgebied. In 1971 deed ze in India onderzoek bij een apensoort waarvan was gemeld dat die de eigen jongen doodde. Overbevolking zou de oorzaak wel zijn, dacht ze tevoren: de bewuste soort werd door de bevolking als heilig beschouwd en gevoerd.

Bij het onderzoek kwam ze op andere gedachten: er wérden jonge apen vermoord, maar dat gebeurde altijd door 'nieuwe mannen', apen die zojuist een groep vrouwtjes hadden overgenomen. Volgens Hrdy hadden die mannen voordeel bij hun daden: vrouwtjes die hun zogende jong kwijtraken, worden weer vruchtbaar. En nageslacht verwekken, daar is het iedereen op deze wereld nu eenmaal om te doen.

Met haar hypothese verwekte Hrdy opschudding binnen de biologie, die er veelal nog van uit ging dat hogere doelen als 'instandhouding van de soort' het gedrag van dieren motiveerden. Het was wél in het straatje van haar leermeester E. O Wilson, mierendeskundige en oprichter van de sociobiologie: gedrag diende hier de genen. En net als de sociobiologie in het algemeen, kwam het onderzoek naar infanticide al gauw ook bij de mens terecht.

Maar kinderdoding bij de mens is toch wel bijzonder. Zo komt het vrij zelden voor, barbarijen in oorlogstijd uitgezonderd, dat, zoals bij Hrdy's apen, een vreemde de kans krijgt een mensenkind te doden. De Dutroux van deze wereld krijgen de meeste aandacht, maar in de VS werd van alle tussen 1980 en 1994 vermoorde kinderen onder de zes jaar 55 procent vermoord door een van de ouders. In Australië gold dat in de jaren 1989-1993 zelfs voor 70 procent van de vermoorde kinderen onder de 17. (In Nederland wordt volgens Justitie in de moordstatistieken de familierelatie tussen dader en slachtoffer niet bijgehouden.)

“Het grootste riciso lopen de jongste kinderen”, vertelt Heather Strang van de Nationale universiteit van Australië in Canberra, die de Australische gegevens verzamelde en analyseerde. “Na het eerste jaar zakt het risico enorm, om pas weer toe te nemen na het 14e jaar, wanneer kinderen een volwassener gedrag gaan vertonen, met alle risico's vandien.”

Tot ze zelfstandig worden hebben kinderen dus het meest te vrezen van hun ouders. “Soms zijn ze niet het doelwit van de agressie van de ouders, maar raken ze betrokken bij een conflict tussen die beiden. Ook kunnen ouders in een boze opwelling kinderen iets aandoen, of uit oppervlakkige altruïstische motieven: omdat het beter voor ze is. Maar het is moeilijk daar echt onderscheid tussen te maken. Als een vader een wapenvergunning vraagt, een geweer koopt en dan zijn kinderen doodt, deel je dat niet in als een impulsieve moord, terwijl je dat wel zou hebben gedaan als hij dat geweer al had.”

Of een ouder zijn kind doodt, hangt ook van de omgeving af. Een van de vreemdste getallen in Strangs onderzoek, komt uit de Northern Territories. Hoewel dat zo'n beetje het Wilde Westen van Australië is, met bijbehorende misdaadcijfers, werden daar de onderzochte jaren geen kinderdodingen gemeld. Belangrijk is volgens Strang het relatief hoge percentage Aboriginals dat daar woont: “Kinderen van Aboriginals hebben een heel bijzondere positie. Tot de pubertijd lopen ze totaal ongedisciplineerd rond, pas daarna krijgen ze, heel veel, beperkingen opgelegd. Daar komt nog bij dat ze in gemeenschappen wonen, niet in huizen met al of niet gewelddadige ouders, zodat eventueel geweld meteen openbaar is en ze weg kunnen rennen.”

Het heeft iets tragisch, vindt Strang, zelf moeder van drie, dat kennelijk de nabijheid van de ouders én de afhankelijkheid van hen dé risicofactor is. Maar dat kun je ook omdraaien: bewijst dat niet eerder dat de familie er zó goed in slaagt kinderen te beschermen tegen agressie van buiten, dat ouders vanzelf de belangrijkste overgebleven risicofactor zijn? Volgens sommige biologen is het gezin juist een succesvol antwoord van onze primatensoort op de constante bedreiging van de kinderen door jaloerse soortgenoten.

Rekenwerk In die familie geschiedt volgens de sociobiologie het genetische rekenwerk dat een individu vertelt of zijn genen op de goede weg zijn. De sociobiologie poogt dat rekenwerk na te doen en aan de hand daarvan controleerbare voorspellingen te doen over gedrag van dier of mens.

Soms zijn die voorspellingen grappig. Zo verwacht je dat de familie rond een pasgeborene vooral op zal letten of de kleine op zijn vader lijkt. Vaders hebben immers het leed gemeen dat ze niet, zoals moeders, zeker weten of een kind wel van hen is. Wat dat betreft is er niet eens zoveel grappigs aan: bij sommige volken worden kinderen gedood als het uiterlijk doet vermoeden dat een niet-stamlid de verwekker is. En veel kinderdodingen volgen het patroon van het drama van vorig jaar in Krimpen, waarbij de vader zijn kinderen doodt nadat de moeder de relatie verbreekt of lijkt te gaan verbreken. Volgens Margo Wilson en Martin Daly, van de McMaster universiteit in Canada, vat zo'n man de 'ontrouw' van zijn vrouw op als teken dat de kinderen niet van hem zijn. Voor een mens in gewone doen betekent dat niet dat ze daarmee waardeloos zijn geworden, maar, schrijven ze in het Journal of Agression, “Vanuit een evolutionair psychologisch gezichtspunt valt het te verwachten dat wanneer de seksueel bezittende houding van een man geactiveerd wordt, zowel de vrouw als de kinderen risico lopen.”

Theorieën, zeker over zo'n gevoelig onderwerp, zijn er om op de proef te worden gesteld en dat is juist bij zo'n onderwerp moeilijk. Wilson en Daly hebben veel kinderdoding bij mensen beschreven. In Infanticide analyseerden ze de gevallen in Canada. Een aantal ook uit de Australische cijfers opduikende patronen interpreteren zij vanuit de biologie.

Zo vinden ze het logisch dat vaker jongere kinderen het slachtoffer worden: omdat die kwetsbaarder zijn, maar ook omdat die nog een kleine investering in tijd, geld en energie vertegenwoordigen. Bij moord door niet-familieleden verwacht je dat effect niet en ook dat blijkt te kloppen. Verder verwacht je dat moeders die hun kinderen doden gemiddeld jong zijn en dus nog meer kinderen kunnen krijgen, en dat kinderen meer te vrezen hebben van stief- dan van echte ouders.

Complicatie is, dat voor al die effecten ook andere verklaringen zijn te bedenken. Ouders die zich vertillen aan het ouderschap merken dat misschien al snel, en dan is het kind dus jong als het de fatale gevolgen ondervindt. En er zijn meer factoren die bepalen hoe een stiefouder over zijn stiefkind denkt dan alleen het 'stiefschap'. Maar dat neemt niet weg, bevestigt de Utrechtse hoogleraar gedragsbiologie J. A. R. A. M. van Hooff, dat dan tegelijk de biologische verklaring waar blijft. “Voor alle biologische fenomenen zijn twee verklaringen, een onmiddellijke en een uiteindelijke. Een voor de hand liggend voorbeeld: mensen doen aan seks omdat het uiteindelijk tot nakomelingen leidt. Maar van alle seks van vannacht is het meeste toch niet gebeurd met de gedachte aan stamhouders of zoiets, maar om de satisfactie, de liefde. Die dingen sluiten elkaar niet uit.”

Volgens Van Hooff zijn er twee hoofdredenen (van het uiteindelijke soort) waarom dieren, of mensen, jongen van de eigen soort doden: “De eerste is, dat mannetjesdieren niet vriendelijk gestemd zijn tegen de nakomelingen van wijfjes met wie ze een relatie hebben, als die uit een vorige relatie afkomstig zijn. De tweede, als het om het doden van eigen kinderen gaat - en ik vind het moeilijk en pretentieus om dat op het drama in Hoofddorp toe te passen - is stress. Dat gebeurt in perioden van grote veiligheidsstress, of een tekort aan eten. Het doden van de eigen jongen wordt dan geïnterpreteerd als strategie voor het overleven. Zo'n dier ziet een zeer ongewisse toekomst voor zichzelf en het jong. Voeden van het jong gaat dan wellicht ten koste van de overleving van allebei en daarmee van de kansen om in betere tijden een ander jong wél groot te brengen. Geen dier bedenkt dat natuurlijk zo, maar het krijgt een emotionele instelling mee die in een stress-situatie dat effect heeft.”

Zulke emoties, houdt Van Hooff voor mogelijk, kunnen bij tragedies als vorige week in Hoofddorp hun trieste partij meeblazen. Dat kinderdoding vaak samengaat met zelfmoord geeft al aan dat het heus niet om een koele sociobiologische afweging is gegaan, met het oog op een latere, kansrijker voortzetting van het gewone leven. Hij wil ook niet doen alsof je zoiets met de sociobiologie in de hand wel even precies kunt uitleggen. “De onmiddellijke oorzaak zal in ieder geval geen vijandigheid tegen de kinderen zijn geweest maar wanhoop, diepe wanhoop.”

mailIcon print |