AMSTERDAM - “Als je restaureert, dan moet je het doen met de hedendaagse technieken en niet het oude namaken.” Moshé Zwarts is heel duidelijk als het gaat over de renovatie van het door hem in 1976 ontworpen Polymerencentrum. Dat staat op het terrein van het Koninklijke Shell Laboratorium Amsterdam aan het IJ tegenover het Centraal Station.
Zwarts had ook een plan gemaakt voor een geheel nieuwe gevel, maar Shell besloot toch de oude gevel te vernieuwen. Slechts op details zijn veranderingen aangebracht. Die gevel werd gedomineerd door aan elkaar geschakelde sandwichpanelen met ramen met afgeronde hoeken, gevat in een rubberen frame. Het gebouw had iets futuristisch, alsof het een ruimteschip is met vliegtuigramen.
Voor zijn tijd was het materiaalgebruik heel vooruitstrevend, maar de tand des tijds kon het niet doorstaan. Zwarts werkte met een stramien-maat van 1,20 x 3 meter. Panelen van dit formaat konden toentertijd echter niet uit een stuk worden gemaakt en dus moest Zwarts panelen stapelen. Mede daarin lag de bron voor de ongemakken: de gevel tochtte en lekte. Herstel was onvermijdelijk.
De opdracht voor de restauratie ging uiteindelijk naar AGS Architecten uit Heerlen. Deze stelde met Van Zanten Ingenieurs uit Den Haag een plan op, waarbij het oude uiterlijk zo goed mogelijk in tact werd gelaten. De grootste verandering is dat de panelen nu wel uit een stuk zijn gemaakt, zodat de driedeling is opgeheven. Daardoor konden grotere ramen geplaats worden, waardoor meer licht binnenvalt.
Bouwtechnisch en klimatologisch levert de ingreep veel voordelen op, maar de oorspronkelijke architectuur is er - zij het mild - door aangetast.
Moshé Zwarts had het technische nadeel van drie losse panelen in zijn voordeel uitgebuit, door te spelen met ramen en blinde vlakken, zodat de gevel een gevarieërde compositie werd van horizontale lijnen die ten opzichte van elkaar verspringen. In dit geometrische spel waren de vertikalen extra dik aangezet doordat de kolommen van het skelet uit de gevel steken.
Met de renovatie door AGS Architecten is een deel van de horizontale belijning verdwenen, waardoor de gevel iets aan charme heeft ingeboet. Het karakter van het gebouw is niet aangetast, maar het is allemaal wel iets strakker en daarmee eigentijdser.
Voor Moshé Zwarts is het echter nog niet eigentijds genoeg. Pas in een later stadium werd hij bij de renovatie betrokken. “Via de welstandscommissie kwamen we erachter dat de renovatie op handen was”, legt Zwarts uit. “Toen zijn we behoorlijk boos geworden; per brief liet we weten dat ze ons niet zomaar konden passeren. Daar is door Shell heel correct op gereageerd. We kregen de kans om een ander plan te maken. Wij bedachten iets finaal anders dan het renoveren van de gevel. Op verschillende gronden werd dat afgewezen; wij legden ons neer bij het herstelplan van AGS.”
“Wij wilden de gevels helemaal van glas maken en vervolgens door middel van zeefdruk partijen afdekken. Door de zeefdruktechniek kun je op een subtielere manier met de vlakverdeling omgaan en het is een techniek van nu. De beste bedoelingen van de gevel blijven dan ook gehandhaafd. Ik heb in het oorspronkelijke ontwerp alleen glas aangebracht waar het nodig was, de rest werd dicht gemaakt. Daar waar 'verkeer' plaatsheeft - zoals op de gangen en in het trappenhuis - bracht ik van onder tot boven glas aan en in bijvoorbeeld de kantoren alleen op ooghoogte. Het was daardoor in een klap duidelijk welke functies waar zaten. Dat is nu verdoezeld.”
“Eerlijk gezegd vind ik de renovatie-opzet zoals hij nu is uitgevoerd geen verbetering. Ik ben tegen dit soort monument-achtige benaderingen, zeker voor zo'n jong gebouw dat binnen het experiment van zijn tijd is ontstaan. Het is hetzelfde als bij de gebouwen van de Nieuwe Zakelijkheid. Die hebben hele dunne gevels vol details, daar kun je ook geen dubbelglas in zetten. Je moet het doen met de middelen en denkwijze van nu en niet als namaak van het oude. Ik lig er aan de andere kant ook niet wakker van. Gebouwen zijn gebouwen en daar moet je aan kunnen klooien. Het Polymerencentrum heeft zijn waarde gehad als voorbeeld van het experimentele bouwen in de jaren zestig en zeventig, waarin een flexibele bouwmethode werd nagestreefd met kunststof modulen. Mijn dictaat erover voor de Universiteit van Delft heeft jaren lang dienst gedaan. Het was vermoedelijk een van de meest gelezen boeken.”
Iets van Moshé Zwarts' huidige huiding ten opzichte van renoveren was al terug te vinden in dat diktaat. Na een verhandeling over de flexibiliteit die het laboratorium-gebouw moest hebben, besluit hij met: 'Het is voor mij een intrigerende vraag of we bij een dergelijk gebouw niet geheel andere normen moeten formuleren. In dit verband denk ik aan een soort wegwerpgebouw. Ik kan me voorstellen dat er slechts een rudimentaire aanzet tot een gebouw gerealiseerd wordt (b.v. uitsluitend balken en kolommen) (...) en dat we de hele zaak vervolgens invullen en aansluiten op basis van de dan geformuleerde behoefte. Zodra de behoefte zich wijzigen slopen we de invulling en beginnen opnieuw.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.