*

 
dossier

Archief

Prolongeren van nationale titel is voor Timmer fluitje van een cent

JOHAN WOLDENDORP − 05/01/98, 00:00

GRONINGEN - Kerst en oud en nieuw in eigen land, dat was ook de nationale schaatstop die in deze maanden voortdurend onderweg is, heel wat waard. Jan Bos moest zich bij de jaarwisseling onder vrienden wel behoorlijk intomen, maar een champagne vermengd met spa was altijd nog beter dan elkaar het allerbeste toewensen in Calgary. Daar was het regiem voorheen onveranderd streng: tegen twaalven wakker worden en vijf minuten later weer onder het dekbed kruipen.

In Nederland staan de kerstdagen evenwel op gespannen voet met een normaal openbaar leven. De ijsbaan in Deventer was een paar dagen dicht en dus kon er niet worden getraind. “Ik wilde het direct na de NK afstanden (een week voor de kerst - red) even rustig aan doen, maar van zoveel inactiviteit baalde ik toch ook weer. Drie dagen heb ik niet op het ijs gestaan. Nou ja, ik kon net twee rondjes rijden, dat was het zo'n beetje.” Datzelfde gevoel van onbehagen was Marianne Timmer bekropen. “,Het ritme was weg. Ik kon nog wel schaatsen op mooi ijs, maar moest me behelpen in de publieksuren en dan is het te gevaarlijk om tempo's te rijden. Tot overmaat van ramp was de krachtsportschool dicht en het weer veel te vies om te fietsen.”

Anders gezegd: met de NK sprint hervatte de Groningse in feite de training weer, en de meeste tempootjes waren prompt om over naar huis te schrijven. Het prolongeren van de titel was, na een kleine door griep beheerste dip, een fluitje van een cent. De voorsprong van Timmer op nummer twee, Annamarie Thomas (geen sprintster dus) bedroeg ruim 1,6 punt, op Andrea Nuyt 2,7 en op Sandra Zwolle zelfs meer dan drie volle punten. Er mogen er vier naar de WK in Berlijn, maar wat de vrouwenploeg er op Timmer na te zoeken heeft, moet ook sprintcoach Peter Müller niet duidelijk zijn. Ofschoon 'Groningen' geen graadmeter was voor olympische kwaliteitsnormen en potentiële Nagano-gangers hun teleurstellende verrichtingen gemakkelijk konden afdoen als een bagatel, geeft met name de vormcrisis van Sandra Zwolle te denken. De Friezin heeft inmiddels het ja-woord van NOC-NSF (voor de duizend meter) op zak, maar rijdt rond alsof ze puur voor programmavulling naar Japan gaat. Nuyt, de verrassende 500 meterkampioenen op de NK afstanden, Oonk en Wijsman krijgen nog een kwalificatiekans in de wereldbekerontmoeting in Baselga di Piné en - eventueel - de WK. Maar zo grillig is de topsport ook weer niet dat ze zich dan wel ineens onder de wereldtoppers zullen mengen.

Gelden de nationale sprintkampioenschappen wel als graadmeter, dan zal de olympische schaatsploeg zoals die op 23 december werd geopenbaard, niet worden uitgebreid. Ook niet met Gerard van Velde, voor wie uit piëteit nog een plaatsje op de 500 meter is opengehouden. De Gelderlander kampt met privéproblemen, maar straalt ook zonder die sores allang niet meer het zelfvertrouwen uit van de krachtbonk voor wie het licht aan het snel naderende einde van de tunnel steeds feller ging schijnen. Zijn afgang was bijna net zo schrijnend als die van Jeroen Straathof. De grootste schlemiel van het schaatsseizoen kwam naar Groningen om zelfvertrouwen te herwinnen, maar moest als een shorttracker voortdurend met de hand correcties uitvoeren op het ijs en kwam op zijn tweede 500 meter tot overmaat van ramp ook nog ten val. Het was een echt Murphy-weekeinde voor de Zuid-Hollander.

Hadden ze alleen maar problemen met hun schaatsen, zoals de kampioenen Bos en Timmer, dan was hun leed gemakkelijk te overzien. De beide vaandeldragers van het sprinten in Nederland, vertellen er tenminste vrolijk over. Het steeds wisselen van materiaal en de bijbehorende aanpassing van de techniek kosten energie en tijd, maar goed, het schijnt bij het vak te horen. “De schaats loopt weg”, klaagt Timmer en veert vervolgens verheugd op als ze van journalisten hoort dat Jan Bos een oplossing voor dat euvel heeft gevonden. “Ik ga meteen naar hem toe”, jubelt ze.

Timmer beleefde in Groningen voor volle tribunes (een ongekend verschijnsel in een sprinttoernooi) een sterke eerste dag. Ze reed als enige een 40'er op de 500 meter en 1.20 op de dubbele afstand. Het grootste winstpunt beschouwde ze het lopen van een goede bocht; daar waar sprinters de meeste winst moeten halen. Aan Calgary kunnen de tijden van Groningen bij lange na niet tippen. Het is evenwel de vraag of Catriona LeMay en Jeremy Wotherspoon zich niet te veel laten kietelen door de fantastische omstandigheden die zij keer op keer weer aantreffen op het magische ijs van de Olympic Oval. Deze en de volgende maand zullen zij buiten dat 'natuurreservaat' met de billen bloot moeten. Timmer, die in november in Canada het lijstje met persoonlijke, nationale en (heel even) wereldrecords bijstelde, erkent dat probleem, maar relativeert het ook. “Als je een paar maanden in Calgary gaat trainen, wen je aan het ijs. Maar in Roseville werd LeMay volgens mij ook tweede of derde.” Voor de volledigheid: de Canadese won toen op buitenijs in het kader van de World Cup de 500 meter en werd vierde op de kilometer.

Waar Bos zich de blijmoedige filosofie van teambuilder Peter Müller al aardig eigen heeft gemaakt, blijft Timmer de nuchtere Groningse. “Mensen in het westen spreekt het misschien meer aan als ze horen: You can do it, of Go for it. Maar ik moet zoiets eerst zien.” Zo praat ze ook over haar schaatsen - “ik ga er vanuit dat het wel goed komt” - en zo verheugt ze zich ook op het WK in Berlijn: “Het is natuurlijk een voorproefje voor Nagano, maar het is bovenal zinvol om daar goed te schaatsen.”

mailIcon print |