*

 
dossier

Archief

Recherche weet veel over Russische zakenman, behalve wie hem vermoordde

Door: redactie − 28/03/98, 00:00

Van onze verslaggevers EINDHOVEN - Uiterst professioneel was de moord op Vadim Rozenbaoum, de Russische zakenman die juli vorig jaar in zijn woning in Oirschot werd vermoord. Acht maanden later ontbreekt van de dader(s) ogenschijnlijk nog elk spoor. Het politie-onderzoek is het kritieke stadium van doorgaan of stoppen nabij.

Eén mogelijk beslissende stap rest de politie Brabant-Zuid-Oost. Welke die precies is weigert zij te zeggen. Vaststaat dat hierbij een rechtshulpverzoek in het geding is aan één bepaald land. De uitkomst ervan zal, andere onvoorziene ontwikkelingen daargelaten, bepalend zijn voor één van de meest bijzondere onderzoeken in de historie van de politie van Zuid-Nederland.

Tweehonderd deelonderzoeken zijn tot dusver verricht, maar hebben niet tot de ontknoping geleid. Naar meerdere landen gingen in de voorbije maanden rechtshulpverzoeken uit en/of waren er informele contacten tussen onderlinge politie-organisaties. In het onderzoek zijn in Nederland 50 tot 60 getuigen gehoord, mensen die de op 34-jarige leeftijd gestorven Rozenbaoum van heel nabij kenden of slechts oppervlakkig. Het leverde alles tezamen een schat van informatie op, vooralsnog niet over dader(s) en motief, wel over de mysterieuze Rus zélf.

“Een briljante zakenman, die in Nederland strafrechtelijk gezien brandschoon was”, zegt de recherche aan de hand van de nu bekende feiten. “Hij maakte misschien gebruik van de mazen in de wet, maar dat is niet verboden.” Dat meteen na zijn dood zijn naam in verband werd gebracht met de Russische mafia, doet hieraan niets af. “Hij had die banden wel, maar de 'inhoud' daarvan weten wij niet”, zegt de politie, die hierbij aantekent dat het betalen van steekpenningen aan overheidsdienaren in Oost-Europa welhaast gebruikelijk is. Zeker waar voor de handel met de landen daar ingewikkelde en vaak tijdrovende douanefaciliteiten en andere officiële procedures gelden.

Het is mogelijk dat Rozenbaoum, die eind '94 na een tip over een naderende moordaanslag vanuit Moskou de wijk nam naar Nederland, in zijn 'Russische periode' contacten met de georganiseerde misdaad onderhield. Een Moskouse krant berichtte hier in de dagen na de moord over en publiceerde een foto waarop Rozenbaoum ontspannen borrelde met vermeende mafiosi. Dit aspect stond in schril contrast met de door bewijzen gestaafde beweringen van Rosenbaoum zelf, die inhielden dat juist híí bloot stond aan chantage door de Oosteuropese mafia.

Die heeft hem, blijkens onder meer authentieke bandopnamen, meermalen geprest om enkele miljoenen guldens te betalen. Rozenbaoum deed hiervan bij de politie in zijn woonplaats Oirschot aangifte en weigerde aan de eisen van zijn chanteurs te voldoen, ook nadat een zakenpartner en vervolgens zijn in Moskou wonende vader door onbekenden waren vermoord. Tegelijkertijd vond Rozenbaoum het onbegrijpelijk en naar eigen zeggen 'mensonterend' dat hij in Nederland geen permanente verblijfsvergunning kreeg. Volgens hem werd 'Den Haag' - en dan met name de ministeries van economische zaken en justitie - door leden van de voormalige Communistische Partij in Moskou gechanteerd om hem zo'n verblijfstitel te weigeren. Als de Nederlandse autoriteiten onder druk van Rozenbaoum tóch overstag zouden gaan, zou dit, aldus de zakenman enkele maanden voor zijn dood, ernstige gevolgen hebben voor de handelsbetrekkingen tussen de beide landen. Die chantage was, zo stelde hij, de ware reden dat hij en zijn vrouw en kinderen niet voorgoed welkom waren in Nederland.

Rozenbaoum werkte in Nederland voor tal van gerenommeerde bedrijven, die dankzij zijn kennis van de Oosteuropese markt en zijn schat aan relaties hun omzetten in Rusland sterk zagen groeien. Zo droeg Rozenbaoum ook ter dege zijn steentje bij aan de werkgelegenheid in Nederland. Waarom hij desalniettemin, anders dan enkele andere bij zijn voormalige bedrijf Lorit Trade werkzame Russen, geen permanente verblijfsvergunning kreeg, is tot op de dag van vandaag een raadsel. De politie heeft hiernaar geen onderzoek gedaan, aangezien het antwoord op deze vraag niets van doen zou hebben met de moord. Evenmin is er opheldering over de waarschuwing die Trouw eind 1996 van het ministerie van justitie kreeg om Rozenbaoum niet als 'slachtoffer' af te schilderen. Hij zou, aldus het departement, wellicht corrupt zijn, reden om beter niet meer over hem te publiceren. Van de vermeende corruptie werd ook één voorbeeld genoemd. Deze zaak heeft de politie, die langs andere kanalen hiervan op de hoogte raakte, ook onderzocht. De recherche: “We hebben in die kwestie geen onoirbare praktijken van hem gevonden.”

Hoewel de politie vanuit oogpunt van privacy geen enkele mededeling wil doen over het privé-vermogen van Rozenbaoum staat vast dat hij schatrijk was. Volgens betrouwbare bronnen bedroeg zijn kapitaal meer dan driehonderd miljoen gulden. Al in de periode dat hij in Moskou verbleef, maakte hij daar geenszins een geheim van. In een vraaggesprek met het weekblad 'Moskovskije Novosti' zei hij zes jaar geleden: 'Als je honderd miljoen hebt, kun je gerust twee miljoen afgeven aan degenen die dit nodig hebben'.

Zijn rijkdom en Russische achtergrond, gevoegd bij de afpersingspraktijken én zijn weigering hierop in te gaan, zijn het meest logische motief voor de moord op hem. De politie erkent evenwel dat andere, onzichtbare vijanden van Rozenbaoum, van dit gegeven juist zouden hebben kunnen 'profiteren'. Enig bewijs hiervoor is echter niet voorhanden. Vrijwel zeker staat daarnaast vast dat Rozenbaoum privé nooit grote leningen aan derden heeft verstrekt, wat een mogelijk motief ook in die richting elimineert. Dat Rozenbauom zijn zakelijke activiteiten naar elders uitbreidde, heeft volgens de politie vermoedelijk al evenmin een rol bij de moord gespeeld.

Niet bekend

Een raadsel blijft hóe de moordenaar heeft geweten dat zijn slachtoffer in de fatale nacht van zondag 27 op maandag 28 juli vorig jaar in die woning verbleef. Rozenbaoum was de dagen ervoor in Israël en had een terugvlucht geboekt voor 28 juli. Maar hij besloot een dag eerder, op zondag, naar Nederland terug te keren. De dader moet dit hebben geweten. Hij verraste Rozenbaoum in zijn slaap. Overigens bleek uit het onderzoek dat meer mensen dan werd aangenomen wisten van de eerdere terugreisdatum.

Het onderzoeksteam, dat bij de aanvang uit 20 rechercheurs bestond, is geleidelijk afgebouwd. Momenteel werkt nog één rechercheur met wisselende ondersteuning van drie van zijn collega's permanent aan de zaak. Misschien dat het rechtshulpverzoek aan het niet nader aangeduide land alsmede de afwikkeling daarvan nieuw perspectief biedt.

mailIcon print |