*

 
dossier

Archief

Contractverlenging sponsor biedt Raas meer mogelijkheden voor de toekomst

JOHAN WOLDENDORP − 22/01/97, 00:00

UTRECHT - Het eerste jaar van het ambitieuze wielerplan is sponsor Rabobank dermate goed bevallen dat ze het contract met de prof-, amateur- en juniorenploeg van algemeen manager Jan Raas nu al met twee jaar heeft verlengd tot 2001.

In eerste aanleg liep de overeenkomst door tot eind 1998, met een optie voor nog twee seizoenen. Een serie van 55 overwinningen op de weg, maar vooral het nieuwe elan in de wielersport, deed de bank besluiten de optie te lichten.

Raas kan daardoor deze zomer langlopende contracten met huidige en toekomstige beroepsrenners afsluiten. De amateur- en juniorenploeg kunnen in alle rust bijdragen aan het uiteindelijke streven met een sterk Nederlands getinte profformatie mee te duelleren om de hoofdprijs in grote wedstrijden.

Die ploeg hoeft niet uit louter landgenoten te bestaan. Wel mag op langere termijn de buitenlandse invloed niet zo overheersend zijn dat Nederlanders zich uitsluitend als (meester)knecht mogen manifesteren. Kwantitatief is hun invloed nu al aanzienlijk: veertien tegen zes. Van de nieuwkomers (Van Heeswijk, Jonker, Koerts en de Oostenrijker Luttenberger) is alleen de laatste, vorig jaar vijfde in de Tour de France, de Nederlandse taal niet machtig. “We hadden het geld om één of twee sterke buitenlanders aan te trekken”, vertelt Herman Wijffels, voorzitter van de hoofddirectie van de Rabobank, “maar onze filosofie is dat Nederlanders de kans moeten hebben voor zichzelf te rijden.”

Aardigst

Prestaties zijn voor Wijffels een relatief begrip. Wanneer het sponsorcontract afloopt en de Rabobank een bedrag van meer dan 50 miljoen gulden in de vaderlandse wielersport heeft gestoken, moet bij het grote publiek vooral de indruk achterblijven dat het leuk was. Wijffels: “Een enquete in NRC Handelsblad heeft onlangs uitgewezen dat wij veruit de aardigste bank worden gevonden. Je kunt in de krant uiteen zetten welke producten je hebt, maar je kunt in je publiciteit ook de nadruk leggen op iets waar mensen plezier aan beleven.” De Rabobank is in meer sporten actief. Vorig jaar werd ze hoofdsponsor van de hockeybond. Uit contacten met collega's heeft Wijffels de indruk dat grote multinationals, voor wie de belangrijkste bijzaak in het leven lange tijd iets van een andere wereld was, zich in de stijl van Rabo gaan uiten in sportsponsoring. “Wij kunnen ons laten zien als een bank waar je terecht kunt wanneer je verder wilt in het leven”, houdt Wijffels een keurig verkooppraatje.

De provinciegenoot van Raas noemt zichzelf een wielergek. Als Zeeuwen onder elkaar gooide de ploegbaas in het verleden herhaaldelijk een balletje op bij Wijffels, maar die weigerde hem consequent te vangen of zelfs op te rapen. Een zogeheten lucky shot was in het najaar van 1995 wel raak. Wijffels liet zich lange tijd bewust niet porren voor een sponsorcontract. “Ik wilde namelijk niet dat het als een hobby van de baas werd gezien. Nu hebben we te maken met een geëvolueerde opvatting over sportsponsoring. Voor een grote instelling is permanente aanwezigheid in de media een must. Dat ik een wielergek ben, valt overigens mee. Ik ben 25 jaar voetballer geweest. Daarna ging ik fietsen om fit te blijven.” De afgelopen jaren was Wijffels meer dan eens te gast bij Raas, die toen uiteraard andere sponsors diende. Het viel de (ex-)ploegleider op dat de bankier moeiteloos erelijsten van gevierde renners opdreunde. Lachend: “Ik weet er een hoop van. Ik heb als handicap een goed geheugen.”

Nu de profploeg in de breedte sterker en evenwichtiger is geworden - het verlies van Ekimov werd ruimschoots gecompenseerd - denkt directeur sportief Theo de Rooy op betere resultaten dan in 1996 in te kunnen zetten. De eindbalans kent overigens een prijs. Terwijl in het wielerwereldje de discussies over het gebruik van EPO weer hoog oplaaien, zal Wijffels geen overwinningen accepteren die dankzij schimmige trainingsstages bij de apotheker worden bevochten. “Voor de betrokken renner is het dan meteen einde contract. Ik zie liever wat mindere prestaties dan dat we door EPO aan de top staan.” De Rooy is blij dat hij en zijn collega-ploegleiders vrijdag bij UCI-voorzitter Verbruggen worden ontboden om grondig over de dopingproblematiek te praten. Erik Breukink zou ook wel een keer helderheid willen, al kan hij het zich voorstellen dat de internationale wielergemeenschap als de bekende kat om de hete brij heen blijft draaien. “Het is natuurlijk vrij pijnlijk allemaal”, stelt de gentleman onder de coureurs die zijn laatste seizoen als actief renner ingaat.

Pindakaas

Breukink stond, zoals bekend, in zijn carrière wars van medische experimenten. “Aan de andere kant: het is nog nooit iemand gelukt alleen met een broodje pindakaas de Tour uit te rijden. Dat lukte indertijd Wim van Est al niet. De Tour de France is niet gezond. Dat betekent dat van tijd tot tijd je reserves moeten worden aangevuld. In grote rondes ontkom je er niet aan dat je via het infuus vocht en mineralen krijgt toegediend. Je moet het alleen niet normaal gaan vinden.”

Refererend aan de geruchtmakende intralipid-zaak, waardoor de collectief ziek geworden PDM-ploeg in 1991 de Ronde van Frankrijk moest verlaten, zegt Breukink dat hem toen ook geen andere keus restte. Het spul kon volgens hem geen kwaad, het was alleen bedorven. Of het niet frustrerend is te worden voorbijgestreefd door collega's die mogelijk wel naar de 'epotheek' gaan? “Zo denk ik helemaal niet. Maar ik weet wel dat je meteen verdacht bent wanneer je een koers wint. Zeker als je een maand daarvoor nog slecht reed.”

mailIcon print |