“In het Amstel Hotel zat ik met twee commissarissen te lunchen, toen ik werd gebeld. 'We horen dat je je aandelen gaat verkopen'. Dat klopte wel, dat heb ik me een tijdje geleden al gezegd. Misschien voor de eeuwwisseling, wie weet erna, heb ik gezegd. Dan belt het ANP even later, en gaat het balletje rollen. Het lijkt nu een feit. Daarom voel ik me wel een beetje onder druk gezet. Maar ach, misschien is het ook beter het te doen. Ik heb tachtig procent van de aandelen; op de beurs zou Free Record Shop-holding 'verhandelbaarder' worden.
Voor de centen of mijn ego hoef ik het niet te doen. Het zou puur zakelijk zijn. Het blijft vervelend dat zo'n verhaal in de wereld komt, want je wordt vanaf nu toch met andere ogen bekeken. Zo van: 'oh, hij zal er wel uit willen stappen'. En dat is onzin. Ik vind het nog veel te leuk. Ik lig ook weer niet wakker van zulke verhalen. Daar heb ik geen tijd voor, want ik slaap maar een uurtje of vijf.
Toen ik in 1971 met mijn eerste witte platenwinkel in Schiedam begon, dachten ze wel eens dat ik een langslaper was. Ging ik om tien uur open, maar dat kwam doordat ik eerst alles in orde moest maken. Op zondag sjeesde ik met lange haren en bakkebaarden naar Parijs of Londen om daar LP's te kopen. Die kon ik daarna goedkoper op de markt brengen, omdat ik niet gebonden was aan de vaste prijsafspraken van de detailhandel toen. In een gewone platenzaak kostte een LP 21 gulden, in een witte platenzaak f 14,90.
Het was een waanzinnige muziektijd. Veronica, Radio Luxemburg. Met de boot naar Londen, hèt centrum van de popwereld. Daar kwam ik Richard Branson tegen. Die had net het label Virgin opgericht en dat bracht Tubular Bells van Mike Oldfield uit. Dat werd de eerste grote hit voor Virgin en Free Record Shop. Muziek beheerste toen mijn leven. Nu moet ik meer vergaderen en organiseren, dat is wel jammer. Maar! Nederland mag vergrijzen, in mijn branche vergrijs je niet. Straks sta je met drie generaties bij het concert van de Rolling Stones. Te gek, vind ik dat. Dat zijn de naoorlogse generaties. In mijn winkels zie je dan ook niet alleen maar kids, ook veertigers en vijftigers.
Als ik om vijf, zes uur 's ochtends achter mijn bureau ga zitten, zet ik geen muziek meer op. Dat kan niet, dan worden ze allemaal wakker. Ik doe dan de correspondentie waar ik overdag niet aan toekom. Boven mijn werkkamer is de kamer van mijn dochter Constanza. Ze is nu wat op de romantische toer, maar tot kort geleden was het house. Mijn moeder riep al, als ik Yesterday van The Beatles op had staan: 'Kan die rotherrie niet af?' Nu zeg ik tegen haar: 'Kun je die bas niet wat uit die house halen?' Laatst antwoordde ze - en daar had ik nooit bij stilgestaan: 'Weet je waarom house zo wordt genoemd? Het moet je house op z'n grondvesten laten schudden, daar heb je veel bas voor nodig', leuk, hè? Maar ik vind house doorgaans gezichtloze computermuziek.
Bij ons is het ontbijt heilig. Half acht fris en geschoren met z'n allen aan tafel. Dan kunnen we praten. 's Avonds ben ik er meestal niet. We nemen de nieuwtjes van de dag door. Zoals deze week, over die walrus die is aangespoeld. Mijn jongste zoon Marvin weet dan precies hoeveel zo'n beest weegt. Ongelofelijk. Hij weet ook alles van dino's. Noemt namen van die beesten, die ik niet eens uit kan spreken. Hij draait ook de muziek van de film Lost World van Steven Spielberg. Dan ziet hij de beelden erbij.
Om kwart over acht moeten de kleintjes naar school. De oudste kijkt voor ze weggaat eerst naar de Bold and the Beautiful. Ze werkt bij Joop van den Ende en heeft een paard, dus heeft ze verder geen gelegenheid om te kijken. Daarna zitten Connie en ik nog even bij elkaar. Connie gaat 's ochtends hardlopen, dat kan ik op het ogenblik niet. Ik heb een infectie aan mijn heup. Normaal loop ik in het weekeinde. Twee keer heb ik de marathon van Rotterdam gelopen en de laatste was die van New York. Daar ben ik niet tevreden over. Ik moest een heel stuk wandelen. Niet goed genoeg getraind. Ik heb er vier uur zesendertig over gedaan. Dat is te lang. Je moet onder de vier uur lopen. Tegen mezelf zeg ik: 'Breukhoven, nog één keer, want dit was niet goed'. Maar of het er deze eeuw nog van komt... Maar ja, dat dacht ik ook met die aandelen.
Op een dag als vandaag heb ik eerst een afspraak met een goede vriend, met wie ik wat doe ik het onroerend goed. Dan heb ik een afspraak met jou, die eigenlijk vergeten was. Niet opgeschreven, dom. Om twaalf uur komt een ploegje praten over de verbouwingen in onze winkels. Om één uur heb ik een meeting over ons Internet-project. Vorige week zijn we op Internet gegaan. Worldwide is ons jaarlijkse personeelsfeest uitgezonden. In onze nieuwe winkel zat het dubbele aantal mensen van wat we verwachtten. Dat is dus gigantisch verkeerd gegaan, we knalden eruit. Nu moet-ie weer open. Daarna ga ik naar Huizen, daar wordt een nieuw soort marktonderzoek onder jongeren gepresenteerd. Daar moet ik bij zijn. Dan naar Rotterdam, daar opent een goede vriend van me een nieuwe zaak en dan dineren met twee directeuren. Lekker Chinezen. Om een uur of elf ga ik naar Wassenaar, naar huis. Dan is mijn vrouw nog op en drinken we nog wat. Ik wijn en Connie thee, want zij drinkt geen alcohol en rookt ook niet. Dan nemen we de dag door.
Zelf rijden doe ik niet. Ik vind het niet leuk en het is veiliger zo. Een chauffeur kan zich beter concentreren en ik kan werken in de auto. Ik rij in een verlengde Mercedes. Niet omdat ik die zo mooi vind, het is een kantoor. Ik kan twee dingen tegelijk doen. Lezen en telefoneren. Dat is heel handig. Het is een familietrekje. Mijn oma kon praten en breien. Dat is misschien niet zo bijzonder, maar mijn opa was huisschilder en die kon schilderen met links en met rechts. In de auto kan ik bellen en kranten lezen. Koppen snellen en advertenties doorspitten. Wat ik interessant vind, scheur ik uit en leg dat thuis op een stapel op mijn bureau. Dat bergje is nu zo'n twintig centimeter dik.
Een tijdje geleden kwam Wilma Nanninga bij ons om met mijn vrouw te praten. Ze is nu hoofdredacteur van Privé. Stomtoevallig lag bovenop mijn stapeltje toen een interview met Norman Schwarzkopf, de Amerikaanse generaal van de Golfoorlog. Het was een interview uit 1991. Wilma Nanninga werd bijna niet goed toen ze het papier bovenop zag. Het was een interview van haar met de generaal toen ze nog bij De Telegraaf werkte.
Zo'n verhaal bewaar ik dan, om te gebruiken bij optredens van mij. Nu doe ik het even een jaartje niet, maar ik ga weer gastcolleges op universiteiten geven en voor beleggersclubs een praatje houden. Ik ben er even mee gestopt, omdat het routine werd. Voor middenstanders doe ik het trouwens niet meer, daar heb ik niks aan. Studenten wel, dat zijn potentiële klanten en belangrijker: toekomstig personeel. Want dat wordt steeds moeilijker, het vinden van goed personeel. Gelukkig zitten we in de muziek, dat vinden jongeren leuk om te verkopen. Nog niet zo lang geleden huurde ik een winkelpandje en zocht dan personeel, nu is het door het aantrekken van de economie haast andersom. Er is haast geen werkloosheid onder de jongeren die ik kan gebruiken.
Trouwens, als ik in deze tijd opnieuw voor mezelf zou gaan beginnen, dan bleef ik niet hier. Ik heb het prima naar m'n zin, hoor. We hebben een leuk gezin en daar schamen we ons niks voor. Het kan me niets schelen dat mensen zeggen: 'Meneer Vanessa'. Ik ben trots op mijn vrouw. Over de populaire weekbladen doen we nooit moeilijk. Die moeten ook leven. Als je die leest, moet je wel denken dat we iedere avond ergens op een première of een gala zijn. Dat komt omdat sommige foto's veel later gewoon weer eens worden gebruikt. Connie weet dat precies te vertellen, want ze herinnert zich exact welke jurk ze bij een gelegenheid aan had. Anders ziet ze het wel aan haar kapsel.
Nee, als beginnend, jong ondernemer zou ik mijn koffers pakken. Richting Azië, denk ik. Juist nu er daar crisis is, geldt: na regen komt zonneschijn. Een zoon van mijn oudste broer studeerde voor ondernemer. Nijenrode, Business School. Die is vijf jaar geleden naar Rusland gegaan. Kwam-ie terug. 'Oom Hans, ik heb het. Ik ga daar voedsel inblikken, daar is schreeuwend behoefte aan. Een wereldmarkt. Als jij me vijf miljoen dollar leent...' Hij is nu tot ieders tevredenheid in dienst van een multinational. Want zo werkt dat dus niet. Niet nu en ook niet na de eeuwwisseling.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.