*

 
dossier

Archief

Valse munters in de hete olie

NICOLE LUCAS − 20/03/99, 00:00

Het is de eerste mooie dag van het jaar en de krantenverkoper geeft een kwartje korting op het Deventer Dagblad. Dus beginnen we onze wandeling waar hij volgens de VVV moet eindigen; op de Brink, op het terras van het koekwinkeltje van J.B. Bussink, producent van Deventer koek sinds 1593.

Standaardrecept is koffie (voor kinderen ranja, maar cola mag ook) met een 'bijtje', een reepje van de koek - vervaardigd uit rogge, honing en een mengsel van specerijen en gebakken volgens geheim recept - die al eeuwen het belangrijkste exportproduct is van de stad aan de IJssel. Speciaal gemaakt om op lange reizen eindeloos goed te blijven, wist hij zich te handhaven lang nadat Deventer zijn positie als belangrijk handelscentrum was kwijtgeraakt.

Want ooit was deze, met 68.000 inwoners nu niet meer dan middelgrote Nederlandse plaats een bruisende handelsstad. Dat was in de Middeleeuwen, toen Deventer prominent lid was van het Hanzeverbond, de vereniging van, uiteindelijk, zo'n 150 steden van Novgorod tot Londen, wier kooplieden handel met elkaar dreven. De stad was ontmoetingsplaats van kooplieden uit alle windrichtingen. Stokvis, hout, laken, wijn, zout en haring; van heinde en ver werd het hier aangevoerd en weer doorverkocht.

Het legde (een deel van de) ongeveer tienduizend inwoners die Deventer telde, geen windeieren, zoals diverse kolossale huizen op de Brink laten zien. Een van die prachtige panden werd in 1575 gebouwd door Herbert Dapper. 'De Drie Haringen' heet het in de volksmond, naar de handel waarmee de oorspronkelijke eigenaar zijn fortuin verdiende.

Het huis ligt vlak achter de Waag, de plek waarvandaan de handel werd geregisseerd. Hier moesten de kooplieden hun goederen laten wegen. Dat kostte geld en was een belangrijke inkomstenbron voor de stad. In ruil daarvoor bood het stadsbestuur de kooplieden 'vrede en veiligheid'. Zo werden er boodschappers vooruitgestuurd om te kijken of handelsroutes wel veilig waren en kon de handelaar die over water richting Deventer kwam met kostbare waar rekenen op een gewapende escorte.

Ook ín de stad werd de koopman beschermd tegen iedere onverlaat die het op geld of goederen had voorzien. Aan de poorten van de stad hing een mes. Langere exemplaren mochten niet naar binnen en werden in beslag genomen. En wie probeerde met 'valse munten' te betalen, was aardig de pineut. Aan de zijkant van de Waag hangt nog de ton met gaten waarin betrapte valsemunters in de hete olie werden gekookt.

,,Is maar één keer gebeurd hoor'', meldt de suppoost van het in de Waag gevestigde museum onderkoeld, ,,de rest is gewoon in het gevang gegooid''. Of veroordeeld tot een bedevaart, naar Einsiedels in Zwitserland, of Santiago de Compostela in Spanje. Dat was ook een gangbare straf in die dagen. De veroordeelde kon niet ergens in de buurt onderduiken en zich na verloop van tijd vrolijk weer melden. Hij moest een authentiek bewijs overhandigen dat hij inderdaad op de opgegeven plek was geweest.

De stadswandeling van de VVV voert langs tal van plaatsen die herinneren aan dat glorieuze verleden van Deventer als Hanzestad. Dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Want een paar decennia geleden was juist dit deel van de stad zwaar verpauperd geraakt. Weg met die rotzooi en opnieuw beginnen, was de overheersende tendens. Er lagen al plannen voor grootschalige sloop.

Dankzij het initiatief van een aantal buurtbewoners kwam er een ander plan, dat oud en nieuw in het Bergkwartier combineerde. Nieuwbouw is op zeer aansprekende manier ingebed in een oude buurt. De gevelsteen op Bergstraat 37-39 herinnert aan de restaurantie van het Bergkwartier, die in 1967 begon. Hij toont Sint Nicolaas, schutspatroon van kooplieden en schippers, met drie zakken geld, symbolisch voor de 1,5 miljoen gulden die toenmalig minister Klompé ter beschikking stelde. De bewindsvrouwe is terug te vinden in de vorm van een speculaaspop.

Middelpunt van de wijk is de Bergkerk, die hoog boven de stad uittorent. Hij werd gebouwd in opdracht van 'buitenlanders'; Westfaalse monniken uit het klooster Varlar, dat dichtbij de handelsroute Westfalen-Deventer lag. Ingewijd werd de kerk in 1206 door een andere buitenlander, de bisschop van de Letse stad Riga, waarmee Deventer ook de nodige handelscontacten had. Net als de rest van de wijk is ook de kerk de afgelopen decennia volledig gerestaureerd. Naar de mis gaan kun je er niet meer. Wel allerlei wisselende tentoonstellingen bezoeken.

Heel veel handel wordt er niet meer gedreven in het deel van het Bergkwartier waar de wandeling langs voert -althans niet zichtbaar. Vandaar waarschijnlijk dat het er zo ongekend rustig is. Alleen in de Walstraat is, zoals de brochure het noemt, nog duidelijk 'de koopmansgeest voelbaar die eeuwen zo kenmerkend was voor het hele Bergkwartier'. Kleine winkeltjes met veel (quasi-)antiek maken de overgang naar de drukke Brink wat minder abrupt. Daar worden we, behalve met de middeleeuwse, ook weer volop met de hedendaags koopmansgeest geconfronteerd. We stuiten op V & D, gevestigd overigens achter een prachtige achttiende-eeuwse gevel, gesierd met de godinnen Juno en Diana.

Omdat we de Deventer koek al achter de kiezen hebben, besluiten we maar meteen aan de Hanzepot te gaan. Een foldertje heeft ons nieuwsgierig gemaakt naar gerechten uit een eerdere tijd toen 'mensen niet alleen elkaars producten leerden kennen, maar ook keukens uit andere steden'. Raasdonders met speksaus, nonnescheetjes of soepenbrije met krenten; we willen wel eens weten hoe dat smaakt. Helaas kunnen wij niet echt iets opmerkelijks ontdekken aan de varkensreepjes, die bij de Sjampetter worden geserveerd. Nou ja, dan nog maar een stuk Deventer koek genomen.

mailIcon print |