*

 
dossier

Archief

Vader van An presenteert België zijn partij

NICOLE LUCAS − 15/01/98, 00:00

BRUSSEL - Veel was er de afgelopen dagen al gespeculeerd over de naam van de nieuwe politieke partij van Paul Marchal, vader van het vermoorde meisjes An. Het werd Partij voor Nieuwe Politiek, omdat dat in Vlaams, Frans en Duits dezelfde afkorting oplevert.

“Want wij willen een nationale partij zijn, die de tegenstellingen in dit land overbrugt”, zei Marchal bij de presentatie in een overvol zaaltje in Hasselt. “De traditionele partijen hebben de verschillen tussen Walen en Vlamingen, katholieken en ongelovigen, arbeid en kapitaal, al te lang slechts ten eigen voordele bestendigt en gebruikt.”

'Geloofwaardigheid, eerlijkheid, openheid en waardigheid' zijn, aldus Marchal - die voor de beantwoording van in het frans gestelde vragen de hulp kreeg van zijn vrouw - de 'krachtlijnen' van zijn partij, die nog geen programma heeft. Dat is bewust niet gebeurd, zei Marc Similon, advocaat van Marchal, en voorzitter van de PNP, omdat 'we niet willen werken zoals de traditionele partijen'. Nieuwe leden - enkele tientallen - moeten hun eigen inbreng kunnen hebben.

Geheel blanco gaat de partij echter niet de boer op. In het tienpunten-programma staan hervorming van justitie en bescherming aan slachtoffers centraal. Toch bestreed Marchal dat de PNP een 'één-thema-partij' zal worden. Zo wil de leraar uit Hasselt ook 'de staat de inkomsten daar laten halen waar ze zijn'. Wat dat inhoudt, is niet duidelijk.

Marchal riep de ouders van andere verdwenen kinderen op zich bij de PNP, waarvan hij vice-voorzitter is, aan te sluiten. Of die dat doen, moet nog blijken. De afgelopen jaren kreeg Marchal het meermalen aan de stok met de vader van Eefje, de vriendin van An. Die kon de, gedreven, maar ook geobsedeerde manier van werken van Marchal niet waarderen.

De vraag is of de partij van Marchal een kans heeft. Enquêtes die vlak na de Witte Mars van 20 oktober 1996 werden gehouden, wezen uit dat, met name in Wallonië, een 'Witte Partij' op grote steun zou kunnen rekenen. De emoties van toen zijn weliswaar wat bekoeld, maar volgens een gisteren gepubliceerde opiniepeiling van de dagbladen Het Laatste Nieuws en La Dernière Heure zou de partij van Marchal op tien procent van de stemmen kunnen rekenen. Daarmee zou de PNP groter worden dan het linkse Agalev en het extreemrechtse Vlaamse Blok.

Marc Hooghe, politicoloog aan de Vrije Universiteit van Brussel, moet het allemaal nog zien. “Het is duidelijk dat de afkeer van de grote politieke partijen die al jaren de dienst uitmaken, de socialisten en christendemocraten, enorm groot is. De mensen zoeken een alternatief. Maar dat moet toch wel enige inhoud hebben. En voorlopig is het plan van Marchal erg vaag. Er worden veel grote woorden gebruikt, maar het gaat uiteindelijk toch ook om heel concrete zaken: wat wil hij met de werkgelegenheid, met de sociale zekerheid, met het asielbeleid.”

Daar komt bij dat niet alleen Marchal zich als 'vernieuwer' presenteert. Een bont gezelschap, variërend van ambtenaren die opkomen voor het recht corruptie aan de kaak te stellen tot beroepspolitici die het licht hebben gezien, presenteert zich als het enig echte alternatief. Het bracht Agalev-parlementslid Jos Geysels er al toe te waarschuwen tegen een 'verkruimeling' van de vernieuwing. Laten we vooral concreet zijn, zei hij, anders gaat het 'tandem Tobback-Dehaene' (de kopstukken van socialisten en christendemocraten, red) weer met de winst aan de haal.

Politicoloog Hooghe wijst er bovendien op dat een partij niet alleen stemmers nodig heeft, maar ook leden, vooral actieve leden. En enquêtes wijzen tevens uit dat veel Belgen voor een alternatief allerminst een nieuwe politieke partij van de grond willen helpen. In zijn vorig jaar verschenen boek 'Het Witte Ongenoegen' wees Hooghe er al op dat 'de politiek' voor velen hetzelfde is als pikzwarte handen maken. “Maar de partij kan natuurlijk niet alleen bestaan bij de gratie van Paul Marchal. Er is ook een goede organisatie, een structuur nodig.”

Zonder dat is de kans groot dat de partij weliswaar bij haar eerste stembusgang een paar zetels in de wacht weet te slepen (in België is dat, omdat er geen kiesdrempel bestaat, een stuk makkelijker dan bijvoorbeeld in Duitsland), maar vervolgens roemloos ten onder gaat. Jean-Paul Van Rossem, oud-beursgoeroe, inmiddels bajesklant, weet daarover mee te praten. In 1991 wist hij met ROSSEM nog vier zetels in de wacht te slepen. Vier jaar later was hij nergens meer.

Wanneer de Belgen naar de stembus moeten blijft onzeker. Officieel moet 13 juni 1999 een 'superverkiezingsdag' worden. Minister Vande Lanotte van binnenlandse zaken maakte in ieder geval onlangs bekend dat de Belgen die dag zowel hun Europese vertegenwoordigers als de leden voor de vijf parlementen die het land telt, mogen kiezen. Of beter: moeten, want in België bestaat nog stemplicht.

Het zijn vooral de socialisten, nog steeds niet verlost van allerlei corruptie-schandalen, die hun termijn tot het uiterste willen rekken. Hardnekkige geruchten willen echter dat premier Dehaene in mei al naar de stembus wil, onmiddellijk nadat het besluit is gevallen welke Europese landen deelnemen aan de euro. Inmiddels is duidelijk dat ook België voor het examen zal slagen. De christendemocraat, die als premier vervroegde verkiezingen uit kan schrijven, zou daar electorale munt uit willen slaan.

mailIcon print |