*

 
dossier

Archief

De Paralympische atleten doen niet aan topsport

NICOLIEN VAN DOORN − 31/08/96, 00:00

De Paralympiërs hebben hun Spelen weer gehad. De televisie heeft er bijna niets van uitgezonden, de kranten hebben er bijna niets over bericht en de vraag of gehandicaptensport iets met topsport te maken heeft, kan weer voor vier jaar de kast in. Gelukkig maar, want het is een vervelende vraag. Omdat het antwoord een ongemakkelijk gevoel achterlaat. Als je zegt dat de deelnemers aan de Paralympics geen topsport bedrijven, etaleer je jezelf als een harteloze cynicus. En als je zegt dat het wél topsport is, doe je de waarheid geweld aan. Kortom, je zit altijd fout.

Bij de Nederlandse Bond voor aangepast sporten (NEBAS) dachten ze de vraag met keiharde cijfers te kunnen beantwoorden. Ze legden een aantal Olympische en Paralympische records naast elkaar en lieten zien dat het verschil tussen beide minimaal is. Een hardloper legt de 100 meter sneller af dan een rolstoelgebruiker, maar op langere afstanden presteert de rolstoeler weer beter. Waarmee bewezen is dat Paralympiërs nauwelijks onderdoen voor Olympiërs. Gewoon een kwestie van benen met wielen vergelijken.

Op het gevaar af voor een harteloze cynicus te worden uitgemaakt: mensen met een lichamelijke of verstandelijke handicap doen niet aan topsport. Zij leveren topprestaties, maar het is geen topsport. Sport is pas topsport als er een aan de perfectie grenzende prestatie wordt geleverd, wat slechts haalbaar is voor een aan de perfectie grenzend mens. Alles wat daar onder blijft, valt niet onder topsport.

Topsport heeft er een jaar of honderd over gedaan om te worden wat het anno 1996 is: een commercieel bedrijf met hoogst gespecialiseerde werknemers, die fulltime en desnoods met ongeoorloofde middelen bezig zijn met het verleggen van hun grenzen. Atleten halen het maximum uit zichzelf door lichaam en geest te richten op één enkele, scherp afgebakende, afstand of discipline. Vandaar dat het zelden voorkomt dat een atleet tijdens de Olympische Spelen meer dan één gouden medaille in de wacht sleept.

Op de Paralympische Spelen is het daarentegen doodnormaal dat dat de medailles in een bepaalde sport naar een en dezelfde persoon gaan. Bij zijn aankomst op Schiphol boog Alwin de Groot bijna door onder het gewicht van zijn acht (!) zwemmedailles. Vijf van goud, twee van zilver en een van brons. Paralympische sporters kunnen bovendien overschakelen naar een andere tak van sport, zonder daar nadelige gevolgen van te ondervinden. In Seoul en Barcelona behaalde Maaike Smit brons met het basketbalteam, in Atlanta werd ze tenniskampioene. In het zwembad van Barcelona won Joop Stokkel drie gouden en twee zilveren medailles, in Atlanta haalde hij brons op een dressuurpaard.

Dat komt omdat de gehandicaptensport nog volop in ontwikkeling is. Vergelijk het maar met honderd jaar geleden, toen niemand het vreemd vond dat Jaap Eden 's winters oppermachtig was op de schaatsbanen en 's zomers op de wielerbanen. De bewegingsleer was destijds nog zo weinig ontwikkeld, dat een lichte (en vaak bij toeval ontdekte) verandering van techniek al voldoende kon zijn om de concurrentie jarenlang voor te blijven. Op de Olympische Spelen van 1924 in Parijs won Johnny Weissmuller drie gouden zwemmedailles doordat hij meer trekkracht in zijn armbeweging legde, een andere beenslag gebruikte en naar twee kanten ademhaalde.

Paralympiërs bedrijven dus geen topsport. Al is dat nog geen reden om ze te negeren. De NOS zwijgt de Paralympics dood, omdat - zo schreef Mart Smeets vorige week op deze pagina - er niemand is die belangstelling heeft voor de sportieve prestaties van lichamelijke kneuzen. Zou Smeets weten dat de BBC de afgelopen weken dagelijks drie kwartier Paralympics uitzond en in Atlanta zulke kundige en enthousiaste commentatoren had zitten, dat het voor de kijker puur genieten was? Is het denkbaar dat de Nederlandse omroepen een dergelijke deskundigheid niet in huis hebben, zodat de kijkers massaal afhaken wanneer Smeets in beeld verschijnt? En geef ze eens ongelijk. Want wie zit er nou te wachten op een commentator, die in gehandicapte atleten niets anders ziet dan een afschrikwekkende verzameling sportende stompjes?

mailIcon print |