DEN HAAG - Musici starten een groep omdat ze samen sterker denken te staan. Om dat proces te bevorderen streven ze een groepsgeluid na. Wanneer dat niet lukt, is dat reden om de groep de ontbinden.
Hieraan moest ik denken toen ik vrijdagavond in het Haagse Korzo een optreden bijwoonde van het nieuwe nonet Tonk. De groep speelde een set van zo'n uur, waarin geen nummer iets gemeen leek te hebben met het vorige. Natuurlijk waren er wel enige overeenkomsten, al was het maar de instrumentatie en de persoonlijke, direct herkenbare inbreng van enkele leden. Niettemin leek het alsof er niet één groep speelde maar de ene band de andere afwisselde. Het ontbreekt Tonk, met andere woorden, nog aan een gezicht.
Enkele van de gezichten van Tonk mochten er ondertussen wel degelijk zijn. De geleide improvisatie bijvoorbeeld, waarin trombonist Joost Buis en gitarist Wiek Hijmans het voortouw namen. Of de uitgecomponeerde, uit de Louis Andriessen-school afkomstige bijdrage. En allicht de paar composities waarin zang en percussie het accent op Afrika legden. Wellicht groeien deze stukken de komende tijd wat meer naar elkaar, waardoor de muziek minder schizofreen gaat klinken.
Het is evenwel de vraag of dat mogelijk is. De complete groepsnaam luidt: 'Tonk (Amsterdam - New York ensemble for new music)'. Niet alleen de leden komen van beide kanten van de oceaan, ook de muzikale diversiteit is uitzonderlijk. Daarbij houdt Tonk 'zich niet alleen bezig met de relatie tussen muziek en andere kunstvormen, maar ook met de plaats van de hedendaagse muziek in andere culturen'. Dat laatste blijkt onder meer uit de rol van een Afrikaanse danseres/zangeres in de groep. Hoewel ook de andere musici tegenstellingen lijken te benadrukken, lukt dat niet altijd even goed. Bariton Kimako Trotman wist aardig te improviseren, zijn kracht ligt daarentegen onmiskenbaar in het met krachtige stem zingen van West-Side-Story-achtige liederen. Klarinettist Derek Bermel imponeerde met een klassieke, ronde toon, als improvisator toonde hij zich slechts een beginner. De rol in de groep van dichteres Wendy S. Walters bleef overigens vaag.
Het optreden van Tonk was onderdeel van de eerste van drie concertavonden in Korzo onder de noemer 'Thunderclaps Basics'. Deze als minifestival opgezette reeks concertavonden pretendeert een gidsfunctie te vervullen 'in de jungle van de nieuwe muziek'. Zonder gids is de nieuwe muziek inderdaad veelal een jungle. Maar zodra de Zwitserse hardcore-formatie Alboth tegen het eind van de avond het podium betrad, vluchtte het publiek al gauw de jungle uit naar het veilige café.
Op zich hadden de weglopers geen ongelijk. Alboth presenteerde ongemeen harde, loodzware hardcore-muziek, waarin weinig nuances zaten. De groep wordt wel eens beschreven als een kruising tussen hardcorebands als Napalm Death en Painkiller en jazzpianist Cecil Taylor. Op zich geen rare vergelijking, daar ook Taylor graag geluidsmuren optrekt, maar nuances blijven daarin altijd aanwezig. In de herrie van Alboth zocht ik er tevergeefs naar.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.