NAIROBI - Achter een ingestort lemen huis zit een vrouw in enkeldiepe modder gehurkt. Ze doet haar behoefte. Lucy Kahihia woont in Kibera, een van de grootste sloppenwijken van de Keniaanse hoofdstad Nairobi. “We hebben geen toiletten in onze huizen. De openbare wc's zijn allemaal vol en overgelopen. Ik kan het nergens anders doen dan hier”, zegt ze verontschuldigend.
Lucy Kahihia, onderwijzeres op een basisschool, probeert zoveel mogelijk op haar werkplek het toilet te gebruiken. Ze is zich bewust van de gevaren die de slechte hygiëne rond haar huis met zich meebrengen. “Onder normale omstandigheden is het leven in een sloppenwijk al een gezondheidsrisico. De onophoudelijke regen verslechtert de situatie alleen maar. De uitwerpselen drijven nu in stroompjes tussen de huizen door.”
Het natuurverschijnsel El Nino heeft in Oost-Afrika de afgelopen maanden voor ongekende regenval gezorgd. Het gevolg is dat er twee zeer besmettelijke epidemieën zijn uitgebroken, cholera en Rift Vallei-koorts, die samen al zo'n duizend slachtoffers hebben geëist. Ook malaria en dysenterie komen meer voor dan normaal, en eisen talloze levens doordat veel Kenianen zich geen privé-ziekenhuizen en medicijnen kunnen veroorloven. Tot overmaat van ramp zijn de verpleegkundigen in de staatsziekenhuizen al wekenlang in staking.
In Kenia komt altijd wel wat cholera voor, vooral in afgelegen gebieden waar schoon drinkwater ontbreekt. Maar in november nam de ziekte plotseling epidemische vormen aan. Razendsnel verspreidde cholera zich vanuit het westen over het hele land. Zelfs de hoofdstad Nairobi bleef niet gespaard, terwijl daar de laatste jaren geen choleragevallen zijn gemeld. De oorzaak is, cynisch genoeg bij zoveel regenval, het gebrek aan schoon drinkwater. Waterleidingen zijn gebroken door de overstromingen, en grote delen van het toch al vervallen wegennet van Kenia zijn weggeslagen. Tankwagens met schoon water kunnen daardoor hun bestemmingen niet bereiken.
De meeste mensen scheppen water uit de overal ontstane meertjes. “Als je regenwater maar goed kookt, hoeft er geen probleem te zijn”, meent Lucy Kihihia. “Maar er is een tekort aan droog brandhout en houtskool. En ik krijg het in mijn klamme huis ook niet droog genoeg om te stoken”.
De Keniaanse overheid meldt ruim 600 doden als gevolg van cholera. In Nairobi zouden dertig mensen aan de ziekte zijn gestorven. Maar de aantallen liggen waarschijnlijk veel hoger, aldus een buitenlandse priester in Mathare Valley, een sloppenwijk bij de hoofdstad. “Alleen al in onze buurt weet ik van veertig cholera-doden. In de sloppenwijk hiernaast, Korogocho, zijn ook minstens veertig mensen eraan gestorven. De overheid doet niets. Er is een keer een auto met luidsprekers door de straten gereden om mensen aan te raden hun water goed te koken.”
De Kenianen werden rond de jaarwisseling opgeschrikt door nog een nieuwe epidemie. De symptomen, zoals bloeden uit mond en neus, diarree, koorts en overgeven, deden medici aanvankelijk vermoeden dat het om de gevreesde Ebola-ziekte ging. Bloedproeven wijzen echter op de Rift-Valleikoorts, een ziekte genoemd naar de slenk die door een groot deel van Oost-Afrika loopt.
Veertien parlementsleden uit het zwaarst getroffen gebied, het noord-oosten, deden gisteren een dringende oproep aan de regering om maatregelen te nemen. Hun mededeling dat er al 5000 mensen zouden zijn overleden, “komen niet overeen met de onze”, zei een medewerker van het Internationale Rode Kruis, John Sparrow. Maar hij zei wel dat zijn organisatie grote moeite heeft om de mensen te bereiken. Het Rode Kruis heeft dringend helikopters en boten nodig, aldus Sparrow, want de epidemie van Rift-Valleikoorts “loopt volledig uit de hand.”
Rift-Valleikoorts is eigenlijk een veeziekte, waaraan vooral geiten en schapen lijden. Het virus wordt overgebracht door muggen, die momenteel overvloedig aanwezig zijn door de hevige regenval. “Maar mensen kunnen ook met het virus worden besmet door fysiek contact. Je kunt Rift-Valleikoorts oplopen als je met een piepkleine wond aan de hand een besmet karkas aanraakt. We hebben mensen aangeraden dode dieren niet aan te raken, direct te verbranden en voorlopig geen vlees te eten”, zegt James Mwanzia, directeur van het ministerie van gezondheidszorg.
De epidemie woedt echter voornamelijk in het noord-oosten van Kenia, een gebied dat wordt bevolkt door nomaden, die vrijwel alleen melk met dierenbloed drinken en vlees eten. De overheid heeft weliswaar beloofd alternatief voedsel te brengen. Maar ook daar komt bitter weinig van terecht, doordat de overstromingen de wegen ontoegankelijk hebben gemaakt.
Een extra probleem is de staking van verpleegkundigen in de staatsziekenhuizen. Eind november legden ze het werk neer en eisten ze loonsverhogingen van tussen de 200 en 500 procent. De regering heeft zich nog nauwelijks ingezet om onderhandelingen te beginnen met de verpleegkundigen, die maandelijks tussen de 200 en 500 gulden verdienen.
Irene Mulwa werkt in het Kenyatta ziekenhuis, dichtbij het stadscentrum van Nairobi, maar zit nu al zes weken thuis. Ze laat zich door de slechte gezondheidssituatie in het land niet vermurwen om weer aan de slag te gaan. “Met onze salarissen kunnen we nauwelijks de eindjes aan elkaar knopen. We zijn vaak gedwongen in dezelfde sloppenwijken te leven waar nu cholera heerst. Waar moet ik de energie vandaan halen om elke dag mensen te verplegen, als ik mijn familie niet kan verzorgen. De verpleging is voor mij een roeping. Maar wel een roeping waarvan ik moet kunnen leven.”
Ze geeft een rondleiding door het stille ziekenhuis. De meeste zalen zijn leeg. Een enkele patiënt wordt verzorgd door een familielid of vrienden. “Dat zijn allemaal stervende mensen”, fluistert Mulwa. “Het is niet alleen ons salaris waar we voor staken. We willen de overheid ook wijzen op de belazerde situatie in staatsziekenhuizen. Niets werkt en er is een gebrek aan alles. Niet voor niets worden staatsziekenhuizen in de volksmond mortuaria genoemd. De kans is groter dat je er dood uitkomt dan levend”.
Op de verlaten parkeerplaats stapt de internist Simon Otieno in zijn auto. Hij begrijpt de halsstarrigheid van de verpleegkundigen wel. “Iedereen geeft El Nino de schuld van de rampzalige gezondheidssituatie. Maar ook de overheid is er debet aan. President Moi en zijn regering laten het land kapot gaan. Ik geef liever de schuld aan El Moi-noi”, zegt de internist.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.