*

 
dossier

Archief

Monetaire unie: revolutie in het geniep

J.TH. DEGENKAMP − 09/01/98, 00:00

Voor de politici in Europa staat het zo vast als een huis: de EMU gaat door, inclusief euro. Maar in veel landen, inclusief het belangrijke Duitsland, blijft het publiek sceptisch. En vier Duitse hoogleraren zijn een actie tegen de EMU begonnen en roepen op tot een volksprotest tegen de euro. Is er dan toch nog hoop voor tegenstanders, zoals de Nederlandse emeritus hoogleraar Degenkamp?

Een bank is al begonnen met de reclamecampagne: 'Happy New Euro' wordt 'ondernemende mensen' toegewenst. De officiële reclamecampagne begint pas in mei van dit jaar, als de beslissing is genomen wie aan de euro mogen meedoen en hoe de koersen vanaf begin mei aan elkaar geklonken zullen worden.

Tenminste - als alles gaat zoals politici hopen. Naar buiten wordt door de heren de suggestie gewekt dat de euro een gelopen race is. Terug kan niet meer, wordt beweerd, en wie nu nog vraagt om discussie is meer een vervelende klier dan een serieus te nemen deelnemer aan het openbaar debat. Het vervelende is echter dat er eigenlijk helemaal geen behoorlijke discussie is geweest over de muntunie. Politici hebben in vertrouwelijk overleg besloten dat de muntunie goed zou zijn voor de mensen en dat de burgers dat ook zo zouden moeten vinden.

Toen in Maastricht besloten werd om te komen tot een muntunie werd vooral door Duitsland terecht gesteld dat zo'n monetaire unie niet zou kunnen zonder een economische unie en - nog beter - niet zonder een politieke unie. Die algemene politieke unie is op het ogenblik verder weg dan ooit. De muntunie komt dus als het ware in de politieke lucht te zweven. Dat is erg gevaarlijk, want dat betekent dat het monetaire beleid niet is ingebed in het algemene beleid, maar 'zuiver' monetair zal worden gevoerd. En, voor sociaal beleid moet je niet bij banken en bankiers zijn. Voor banken en centrale bankiers is prijsstabiliteit het hoogste goed, zo staat het trouwens ook in het Verdrag van Maastricht.

Het Verdrag van Maastricht werd vastgesteld met het idee dat voor het begin van de muntunie wel een begin zou zijn gemaakt met het optuigen van de algemene politieke unie. Toen bleek dat hiervan niets zou komen, kreeg men al gauw in de gaten dat dan noodverbanden moesten worden aangelegd. Men nam zijn toevlucht tot een 'stabiliteitspact'. Dat pact moet regeringen ertoe brengen om hun begroting 'op orde' te houden nadat zij - soms met veel kunst- en vliegwerk - tot de EMU zijn toegelaten.

Veel mensen denken dat de EMU zal beginnen met een klein clubje van landen met heel harde valuta. Maar dat is een misverstand; politici zien heel goed in dat bijvoorbeeld het niet-toelaten van Italië tot de EMU heel negatieve politieke consequenties voor dat land zal hebben. De praktijk zal dan ook zijn dat geprobeerd zal worden met een zo groot mogelijke club te beginnen. Gevolg zal in dat geval echter wel zijn dat de euro veel 'zachter' wordt dan bijvoorbeeld de Duitse mark of de gulden. Over dit waarschijnlijke gevolg zal in de reclamecampagne hoogstwaarschijnlijk worden gezwegen.

'In besloten kader'

Zwijgzaamheid en geheimhouding in belangrijke zaken is trouwens toch een 'sterk' punt in de Europese integratie. Dat de democratie steeds verder wordt uitgehold is zo langzamerhand iedereen duidelijk geworden; tot veel verbetering heeft dat inzicht tot nu toe echter niet geleid. Vooral de heren aan de top zijn zeer op geheimhouding gesteld, alhoewel men natuurlijk de mond vol heeft over democratie, transparantie, openheid enzovoort.

Het moet dan ook in een lichte vlaag van vrolijke verstandsverbijstering zijn geweest dat men zijn fiat heeft gegeven aan de tekst die na de top van december 1997 in Luxemburg is verspreid. Men zag al een tijdje in dat een stabiliteitspact wel heel leuk is, maar dat een verdrag regeringen niet in toom kan houden. Daarvoor is overleg en besluitvorming nodig. Die besluitvorming hoeft om effectief te zijn niet in het openbaar te gebeuren; vanuit democratisch oogpunt zou je daar wel voor moeten zijn, maar aan het democratisch bewustzijn van de heren schort - zoals gezegd - wel het een en ander. Dat echter zo onverbloemd wordt gekozen voor besluitvorming in geheime raden is echter verbluffend. De volgende tekst is namelijk door de regeringsleiders ondertekend:

“Teneinde een open en eerlijk debat te stimuleren zal de Raad (het gaat daarbij om ministers van economische zaken en financiën - J.Th.D.) van tijd tot tijd in besloten kader ... moeten bijeenkomen, met name in het kader van het multilaterale toezicht.”

Wie dit leest weet nu wat in de praktijk het open debat van de heren betekent. Als het niet zo ergerlijk zou zijn, zou je de heren dankbaar moeten zijn voor hun ontwapenende naiviteit!

Als de euro komt is dat een revolutionaire verandering van ons economisch bestel. Die revolutie is bewerkstelligd zonder dat daarover een fundamenteel debat is gevoerd. Volgens de meerderheid van politici en juristen was er ook grondwettelijk geen vuiltje aan de lucht. Dat sprake is van een fundamentele verandering in ons staatsbestel is de meeste politici en ook juristen - door een gebrek aan elementaire economische kennis - kennelijk nog steeds niet duidelijk. Een Nijmeegse staatsrechtgeleerde, die blijkbaar helemaal geen verstand van economie heeft, suggereerde een tijdje geleden dat inzichten, zoals in dit stukje verkondigd, alleen gebaseerd zijn op politieke opvattingen!

Zo bestaat thans de kans dat wij een muntunie indrijven die als politiek project slecht in elkaar zit, ondemocratisch is en economisch onvoldoende gefundeerd. Het grote publiek denkt een harde munt te krijgen, maar wordt daarin teleurgesteld en deze teleurstelling zal - als het project doorgaat - negatieve politieke gevolgen hebben voor de samenwerking in Europa.

Maar, de kans dat het geheel niet doorgaat is nog steeds niet verkeken. De publieke opinie gaat in neerwaartse richting; het geloof in deze ongelukkige operatie is aan het slinken. Op feiten gebaseerde voorlichting, in plaats van opgewonden propaganda, kan ertoe leiden dat dit onzalige project alsnog zijn Waterloo vindt. Een open en gedegen debat is nog steeds een eis van democratie.

mailIcon print |