ARNHEM - Na een kwart eeuw het leiderschap over Introdans te hebben gedeeld, besloten Ton Wiggers en Hans Focking er eind vorig jaar een derde man bij te halen. Hun keuze voor Roel Voorintholt lag voor de hand. De ex-Introdanser bewees de afgelopen zeven jaar ruimschoots dat hij de verwaterde educatieve afdeling tot een bruisend groepje kon oppeppen.
De voorstellingen voor de jeugd halen inmiddels een zaalbezetting van gemiddeld 90 procent. Met zeven dansers in vaste dienst zorgt Voorintholt voor honderdvijftig theatervoorstellingen per jaar, waarvan dertig in het buitenland. Daarnaast verzorgt de educatieve dienst nog eens honderd workshops in scholen. Kortom, Voorintholt heeft hart en ziel voor de jeugddans. Vijf maanden terug werd zijn Introdans Educatief omgedoopt in Introdans Ensemble voor de Jeugd.
Met vlammetjes in zijn donkere ogen en zo nu en dan een kwinkslag over zijn al dan niet geveinsde onwetendheid, weet hij zijn motieven zeer gedecideerd te verwoorden. Een cursus mediatraining heeft hij in elk geval niet meer nodig. Voorintholt wil dat kinderen de waarde van toneeldans weer ín het theater zelf wordt bijgebracht. “Weg met die gymlokalen. Het is veel beter om kinderen de betekenis van toneeldans in het theater zelf te laten ervaren. Daar zit ook een heel andere kennis achter. Je moet kinderen wel kijkopdrachten geven, kwaliteit laten herkennen en respect voor dansers bijbrengen. Kinderen zijn prima in orde, hoor. Ze zijn heel bewegingsgevoelig en kunnen ook heel goed zeggen wat ze zien. Alleen moet je ze niet meteen na afloop van een voorstelling een microfoon onder hun neus douwen. Dan krijg je geheid: “Nou, wel leuk.”
Voorintholt duikt met andere woorden in het spoor van voorgangster Hans Snoek, oprichtster van het Scapino Ballet. In haar jarenlange kruistocht om kinderzieltjes voor dans en theater te winnen, kan hij zich ook volledig vinden. De waardering is overigens wederzijds: “Ze viel me om mijn hals toen ze merkte waar ik mee bezig was en nog steeds belt ze maandelijks op. Ze is zo blij dat haar idealen worden voortgezet. Ze borrelt nog over van ideeën en nieuwe suggesties. Echt ongelooflijk!”
Dat de doortastende Voorintholt het goed aanpakt mag blijken uit de Perspektiefprijs die hem onlangs werd toegekend. Hij krijgt een ticket New York, een bedrag van 7500 gulden en een beeldje. Natuurlijk is hij daar verguld mee, want in New York is hij nog nooit geweest. Maar vorig jaar was hij wel al met zijn groep in Singapore, Jakarta en Havana. Dit jaar gaat hij met zijn ensemble naar de Antillen, Moskou en Innsbruck. Om zijn prijs op 16 maart in Amstelveen in ontvangst te kunnen nemen moet hij zelfs even uit Aruba overkomen.
Belangrijker dan de prijs acht hij dan ook het feit dat hij drie ton overheidsgeld voor zijn dans voor de jeugd in de wacht sleepte. Aanvankelijk kreeg hij van de Raad voor de Kunst nog geen cent voor zijn op 1,9 miljoen gulden begrote plannen, maar toen de Tweede Kamer met de door staatssecretaris Nuis tevoorschijn getoverde 16 miljoen voor Sinterklaas ging spelen, ontving hij alsnog jaarsubsidie. Die drie ton is bij lange na niet genoeg, maar voor het eerst sinds jaren is er wel rijksgeld officieel voor kinderdans geoormerkt.
“Vorig jaar kwam staatssecreatis Nuis bij onze première van 'Oliver Twist'. Die productie liep echt storm. Nuis was heel enthousiast en vroeg: “Wat is nou het probleem?” Ik antwoordde: “Er staan negentien mensen op het podium, van wie maar vier op de loonlijst. Dát is het probleem.”
In korte tijd ontpopte Voorintholt zich als een zeer bedrijvig baasje. Zijn voornemen om de jeugddans uit het slop te halen, viel samen met het besluit bij Scapino Ballet Rotterdam om de jeugd definitief de rug toe te keren. Hij was niet de enige die in dat gat sprong, maar in vergelijking met tientallen semi-professionele kinderdansgroepjes pakte hij het anders aan. Terwijl de anderen energie verspilden door steen en been te klagen over concurrentie, gebrek aan geld en belangstelling, had hij een betere startpositie door de faciliteiten en naamsbekendheid van Introdans. Bovendien hoefde hij ook niet zo nodig zijn eigen choreografische ei in het nest der kinderen te leggen.
Beseffend dat de Nederlandse dansgezelschappen sinds 1960 een reusachtig pakhuis van dans hebben aangelegd met veel dans voor alle leeftijden, besloot Voorintholt te gaan 'shoppen'. Bovendien herinnerde hij zich uit zijn eigen studietijd hoe verrukt hij was over de balletten van toen. Hij acht het domweg zonde dat dit alles als wegwerpkunst verdwijnt. Waarom die onbetwist hoge danskwaliteit van toen aan kinderen van nu onthouden? Kortom, hij verzocht figuren als Van Manen, Kylian, Duato, Christe vriendelijk doch dringend of hij met hun creaties aan de slag mocht.
Nog altijd is hij verbaasd over hun enthousiaste reacties: “Het gekke is dat je in Nederland geen voorstelling verkoopt onder het label 'meesterwerken van Kylian, Van Manen, Duato, Christe'. Maar afficheer je het als Pretpakket, Viermaal Liefde, Beestenboel of Piste, dan gaat het er in als koek.”
“Vergeet niet, mijn producties zijn niet bestemd voor het uitgelezen danspubliek of voor de elite die volgens het CBS per jaar zevenduizend gulden aan kunst uitgeven.”
Een treffend voorbeeld is 'Beestenboel', de voorstelling gericht op zeven-plussers die zaterdagavond in Arnhem in première gaat. Vooraf moesten de dansers en stagiaires een ochtend lang de vogels en apen in het Arnhems dierenpark bestuderen, want Nacho Duato is vertegenwoordigd met zijn elf jaar oude 'Ucelli' (vogels), terwijl Kirsten Debrock de dansers als apen in haar 'Monkey Business' laat slingeren. Van de Amerikaanse choreograaf Daniel Ezralow werd zijn 'Psycho killer' geschikt bevonden, al heeft dat weinig of niets met dansant dierengedrag uitstaande. Van Nils Christe is ten slotte het oude succesnummer 'Prinses Asiza' uit de kast gehaald.
Voor het aanstaande septemberprogramma heeft Voorintholt al fragmenten uit Kylians 'Dreamdances', Van Manens 'Bits and Pieces' en Patrick Delcroix' 'Sans Response' op het oog. Voor het circus-programma Piste in maart volgend jaar zullen zes choreografen elk zeven minuten voor hun rekening nemen.
“Uitgangspunt is dat het de dansers ten goede moet komen en dat mijn programma's een vitale, vrolijke energie uitstralen. Nee, geen zware educatieve thema's met levensvraagstukken zoals kindermishandeling of Bosnië. Dat neemt niet weg dat dit soort onderwerpen wel degelijk via de workshops of in de gesprekken met kinderen na afloop van de voorstellingen boven tafel komen. Ik heb gemerkt dat in Amerika en Canada veel meer onderzoek is gedaan naar hoe je met toneeldans kinderen kunt bereiken. In dat opzicht vielen mij de schellen van de ogen tijdens een congres in Sydney over 'Dance and Child'. Dat motiveerde mij weer om dans uit de gymzalen te halen en me meer op het theater te richten.”
“Ik beslis alles alleen, geef heel gesloten opdrachten. Mijn droom is nog altijd het uitbrengen van Kylians 'Piccolo Mondo'. Daar staat tegenover dat ik alle kanalen met mijn dansers, overig personeel en de programmeurs, subsidiënten en sponsors zo open mogelijk houd. Ik communiceer me gek. Viermaal per week moet ik me netjes aankleden en de arbeidsmarkt af. Ik heb nu steun via drie werkervaringsplaatsen, ons geboden door Stichting Podium Kunstwerk. Ondertussen moest Introdans wel een extra administratieve kracht in dienst nemen om alle bureaucratie aan te kunnen. Vooral de nieuwe wet op de arbeidstijden voor het theaterbedrijf is een ramp! Dat alleen al kost Introdans 80 000 gulden per jaar extra. Wat mijzelf betreft: mijn privé- en werkleven zijn één.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.