HARDINXVELD-GIESSENDAM - Nee, een naam heeft ze niet. En die zal de vrouw die 7 000 jaar geleden werd begraven en wier skelet is gevonden bij archeologisch onderzoek op het tracé van de Betuwelijn bij Hardinxveld-Giessendam, ook niet krijgen.
De leider van de opgravingen, de Leidse hoogleraar prehistorie prof. dr. L. P. Louwe Kooijmans, houdt niet van 'dat geklooi met namen voor een skelet'. Voor hem heet ze gewoon Hardinxveld 2. Skelet Hardinxveld 1 werd een paar meter verderop gevonden, maar daar was nauwelijks iets van over, een paar botten en wervels maar.
Het is een gekkenhuis in en bij de opgravingsput in de weilanden aan de Polderweg in Hardinxveld-Giessendam, waar vorige week op tien meter diepte het oudste skelet van Nederland werd gevonden. Gisteren werd daar pas ruchtbaarheid aan gegeven, omdat het archeologisch team van de Rijksuniversiteit Leiden het mediacircus goed wilde voorbereiden. Dat het storm zou lopen stond voor Louwe Kooijmans vast. “Een skelet spreekt zeer tot de verbeelding. We hebben hier ook twee unieke peddels gevonden en een deel van een boog van iepenhout. Vondsten waar ik minstens zo blij mee ben, maar daar rukken de cameraploegen niet voor uit.”
Toeval
De vondst van het graf met het gave skelet was min of meer toeval. Louwe Kooijmans: “Eerst vonden we wat botten en wervels van een mens. Daarnaast lag nog een graf, maar dat bleek van een hond te zijn. Toen we vervolgens een schedel ontdekten, dachten we eerst dat die daar los lag. Maar heel voorzichtig verder schrapend, kwam er een compleet gaaf skelet voor de dag.”
Dat het om een vrouw ging, stond voor de archeologe Liesbeth Smits op het eerste gezicht vast. “Ze oogt zo fragiel, maar ook de vorm van haar bekken en de schedelomvang overtuigden me meteen.” Smits, die gespecialiseerd is in skeletonderzoek, schat de leeftijd van de vrouw op ruim 40 jaar. Ze meet 1.58 en is waarschijnlijk een natuurlijke dood gestorven. Toen Smits hoorde van de vondst en werd gevraagd de volgende dag naar Hardinxveld te komen, kon ze er 's nachts niet van slapen, vertelt ze. “Dit is zo bijzonder. Toen ik haar zag liggen in het zand, was ik haast ontroerd.” Ze roept een cameraman tot de orde die naar haar mening wat te dicht met zijn zware apparatuur bij het skelet komt.
Hoewel het graf met het skelet als een verrassing kwam, had het archeologisch team rekening gehouden met belangwekkende vondsten. Louwe Kooijmans: “We hebben deze graafplek zorgvuldig uitgezocht. Uit eerdere onderzoeken weten we dat hier een donk ligt, waar het archeologisch materiaal keurig in laagjes ligt. We hoopten op sporen van menselijke bewoning in de periode tussen 5 300 en 4 700 voor Christus. Er hebben hier toen gemeenschapppen van jagers, vissers en verzamelaars geleefd waarover we nog weinig weten.”
De donken van de Alblasserwaard zijn de toppen van rivierduinen, opgewaaid in het brede dal van Rijn en Maas aan het einde van de laatste ijstijd, circa 9 000 v. Chr. De voet van deze duinen ligt nu 12 tot 20 meter beneden het huidige maaiveld en alleen de hoogste toppen steken er nog bovenuit. In de loop van de tijd zijn de donkhellingen geleidelijk onder veen en klei verdwenen als gevolg van de stijging van de zeespiegel.
Om het onderzoek mogelijk te maken is een tien meter diepe put gegraven in de slappe veengrond. Om het grondwater tegen te houden, is op 20 meter diepte een waterkerende laag geïnjecteerd en zijn stalen damwanden tot 23 meter diepte geslagen.
Zo is een waterdichte kuip ontstaan van 18 bij 30 meter diepte waaruit het water kan worden weggepompt. Op de route van de toekomstige Betuwegoederenspoorlijn bevinden zich ongeveer dertig plaatsen die interessante oudheidkundige informatie kunnen opleveren. De helft daarvan wordt de komende twee jaar opgegraven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.