Homoseksualiteit is een typisch product van de negentiende- en twintigste-eeuwse westerse samenleving. Zij kan ons iets van deze samenleving laten zien. Wat ze ons toont is confronterend. We zien dat het homohuwelijk, als we consequent zijn, onontkoombaar was. En dat Oscar Wilde niet homoseksueel was.
In 1993 haalde Yael Dayan zich de woede van het Israëlische parlement op de hals door te verklaren dat zelfs koning David homoseksueel was. (Trouw 13-2-93) David was niet afkerig van vrouwen. Dat blijkt uit zijn affaire met Bathseba (II Samuel 11) die hij verleidde en bezwangerde en wier man hij vervolgens listig uit de weg ruimde.
Er is echter een bijbelpassage, II Samuel 1 : 26, die suggereert dat David een man, Jonathan, nog interessanter vond dan vrouwen. Dayan beriep zich op deze passage, maar zij heeft het mis: David was zeker niet homoseksueel. Die zekerheid is niet gebaseerd op groot inzicht in de persoon David. Die zekerheid draait om de betekenis en de historische bepaaldheid van het begrip homoseksualiteit. Ik geef een voorbeeld ter verduidelijking. Niemand zal de vergissing begaan om te spreken van het autoverkeer bij de oude Grieken. In de oudheid bestond wegvervoer met wielvoertuigen, die zijn weliswaar vergelijkbaar met onze auto's, maar ze verschillen op een essentieel punt.
Dat de oude Grieken enthousiaste 'homoseksuelen' waren, is echter alom bekend. Ten onrechte: zoals antieke karren verschillen van auto's, evenzo was de Oudgriekse, Oudhebreeuwse of Oudromeinse praktijk van gelijkgeslachtelijke seksualiteit essentieel anders dan onze homoseksualiteit.
In het verleden werden ook andere termen gebruikt om de gelijkgeslachtelijke seksualiteit aan te duiden, zoals sodomie en uranisme. Deze termen betekenen niet hetzelfde als ons woord homoseksualiteit, ze duiden slechts op seksuele handelingen tussen personen van hetzelfde geslacht.
Ons begrip homoseksualiteit omvat beduidend meer, namelijk dat er achter die handelingen een bepaalde geaardheid schuilgaat, dat mensen die dergelijke handelingen verrichten, anders zijn, dus een andere 'seksuele identiteit' hebben. Er wordt nu, typisch voor onze tijd, ijverig gezocht naar de biologische basis voor dat anderszijn. Onderzoekers menen al een afwijkende hersenconstellatie te hebben gevonden en de ontdekking van een 'homogen' lijkt slechts een kwestie van tijd.
Maar de belangrijkste vraag, de vraag die aan dat biologische onderzoek voorafgaat, is nog niet beantwoord, namelijk: hoe is het mogelijk dat de westerse samenlevingen een verschijnsel dat zo oud is als de mensheid, ineens met andere ogen gingen bekijken? Wat is er gebeurd dat de mensen de afwijkende seksuele identiteit, de geaardheid gingen zien in plaats van alleen maar de handelingen?
Er is veel onderzoek gedaan naar de homoseksualiteit als maatschappelijk verschijnsel. Men is het erover eens dat de homoseksuele geaardheid en in het algemeen de seksuele identiteit in 1870 werd ontdekt. In dat jaar verscheen een artikel getiteld 'Die contrüre Sexualempfindung' in het Archiv für Psychiatrie, een Duits psychiatrisch tijdschrift. De auteur, professor C. Westphal, gebruikt weliswaar nog niet het woord homoseksualiteit, maar hij ontwikkelt het concept van de afwijkende seksuele geaardheid.
Michel Foucault, die zelf homoseksueel maar vooral geniaal onderzoeker was, geeft in zijn Geschiedenis van de seksualiteit (deel I, De wil tot weten) twee verklaringen voor de ontdekking van de homoseksualiteit. De eerste is de spontane speurzin van artsen, de zielknijperij van psychiaters als Westphal. De tweede is de opkomst van het 'seksualiteitsdispositief'.
'Dispositief' is een typisch filosofenwoord. Foucault bedoelde ermee dat, voordat het mogelijk was om zoiets als een seksuele identiteit te ervaren, voordat een van de norm afwijkende seksuele identiteit en geaardheid konden worden geïdentificeerd, er eerst gemeenschappelijke vooronderstellingen moesten worden aangemaakt. Er moest eerst collectief iets in de hoofden, in de 'bewustzijnen' van de mensen veranderen.
Waarvoor is de seksuele identiteit van belang, waarbij speelt de seksuele geaardheid een essentiële rol? Bij de partnerkeuze, voor hedendaagse westerlingen wellicht de belangrijkste keuze die ze in hun leven kunnen maken. Als de seksuele identiteit biologisch is bepaald, dan moet de homoseksuele geaardheid van alle tijden zijn geweest. Waarom is ze dan pas in 1870 ontdekt? Omdat vroeger de seksuele geaardheid bij de partnerkeuze geen rol speelde. Grofweg 250 jaar geleden ging dat veranderen.
In de loop van de achttiende eeuw werd in onze burgerlijke samenlevingen het geheel nieuwe idee van het huwelijk op basis van de persoonlijke partnerkeuze geboren. Rousseau adviseert ouders, in zijn boek over de opvoeding, Emile (1762), hun kinderen geheel zelf, op grond van hun gevoelens, te laten kiezen.
Eind achttiende, begin negentiende eeuw wordt die nieuwe kijk op de partnerkeuze populair, getuige de literatuur van die tijd. Het mooiste literaire voorbeeld is een roman die misschien wel de meest invloedrijke in de westerse wereld is geweest. Deze roman kunnen we de moeder noemen van een gigantisch literair genre dat nooit met literaire prijzen wordt gehonoreerd: het genre van de keukenmeidenroman. Het boek dat ik bedoel, is Jane Austens Pride and Prejudice, geschreven in 1796-1797, voor het eerst gepubliceerd in 1813.
De hoofdpersoon is Lizzy Bennet, het prototype van de moderne, zelfbewuste jonge vrouw. Het thema van de partnerkeuze komt aan de orde wanneer Lizzy ten huwelijk wordt gevraagd door haar neef Mr. Collins die ze pas enkele dagen kent. Collins heeft, vooral voor Lizzy's familie, uitstekende materiële en maatschappelijke vooruitzichten, maar hij is helaas, Austen beschrijft hem fraai, een engerd. Lizzy wijst hem huiverend af.
Collins is nauwelijks uit het veld geslagen. Zijn volgende doelwit is Charlotte, het buurmeisje van de familie Bennet. Zij accepteert al na enkele dagen, tot verbijstering van Lizzy, gretig Collins' aanzoek. Lizzy's eigenzinnigheid wordt uiteraard beloond, want niet alleen krijgt ze ten slotte, na vele verwikkelingen, de man van haar dromen, die man is ook nog eens van adel en gefortuneerd.
Wat deze roman bijzonder maakt is dat hij het grote thema van de keukenmeidenlectuur presenteert: Lizzy's Mr. Darcy is weliswaar in het begin van het boek al lijfelijk aanwezig, hij moet eerst een grote persoonlijke verandering doormaken voordat hij voor haar als echtgenoot acceptabel is. Darcy's verandering is niets minder dan haar overwinning.
Wie het verhaal kent, kan zich wellicht voorstellen dat voor mensen als Mr. Collins en Charlotte de begrippen seksuele identiteit en seksuele geaardheid nauwelijks betekenis hebben: de één is man, de ander vrouw, meer valt er niet over hun seksuele identiteit te melden en meer is niet nodig. We zouden ons zelfs kunnen voorstellen dat Mr. Collins of Charlotte, of beiden, naar huidige begrippen homoseksueel is of zijn, dat zou voor hun keuzes in het leven geen verschil maken, ze zouden toch gewoon trouwen en wellicht verscheidene kinderen krijgen.
Voor Lizzy daarentegen is seksuele identiteit van het grootste belang, haar keuze is zeer persoonlijk en gebaseerd op wat wij nu al ruim tweehonderd jaar consequent haar diepste gevoelens noemen. Voor Mr. Darcy geldt aanvankelijk hetzelfde als voor Mr. Collins en Charlotte, hij stevent af op een formeel huwelijk met een dame van stand. Maar onder invloed van Lizzy ontdekt Darcy “diep in zijn innerlijk”, zoals de correcte formulering luidt, “zijn vermogen om (deze vrouw) lief te hebben.” Daarmee ontdekt hij zijn seksuele identiteit.
Als we voor de traditionele partnerkeuze, die van Mr. Collins en Charlotte en van talloos veel anderen, een parallel zouden zoeken in het heden, zullen we die niet vinden in de huidige partnerkeuze, daarvoor zijn de verschillen te groot. De traditionele partnerkeuze lijkt meer op onze sollicitatieprocedure. Voor beiden geldt dat het van groot belang is om de juiste persoon op de juiste plaats te krijgen, dat emoties geen al te grote rol horen te spelen, dat het goed is om derden in de keuze te laten bemiddelen en dat de seksuele geaardheid van de kandidaten irrelevant is.
Op deze manier was bijvoorbeeld Oscar Wilde getrouwd. We hoeven er niet aan te twijfelen dat hij van zijn vrouw hield, zoals miljoenen mensen in het verleden van hun echtgenoot of echtgenote hebben gehouden ook al waren hun huwelijken niet begonnen op de manier die wij tegenwoordig zo belangrijk vinden.
Wilde's “love that dares not speak its name” is dezelfde als die van David voor Jonathan en dezelfde die de oude Grieken zo vaak hebben bezongen. Deze liefde stond los van de partnerkeuze en buiten het huwelijk. Zij is niet meer dan sodomie of uranisme. Maar deze liefde werd homoseksueel toen de partnerkeuze van aard veranderde, toen de wijze van liefhebben die Wilde bedoelde, namelijk de diep-gevoelsmatige en seksuele betrokkenheid bij die ene ander, de algemeen geaccepteerde grondslag werd van het huwelijk in de burgerlijke samenlevingen.
Rousseau beschreef het huwelijk op basis van liefde als nieuwtje in 1762. Twee generaties later is deze nieuwe huwelijksbasis in de burgerlijke samenleving sterk in opkomst. In 1870 is zij behoorlijk 'ingeburgerd' en dan gebeurt er iets wat niemand had voorzien, wat niemand zelfs maar had kunnen bedenken: er duiken mensen op die weliswaar beschikken over het vermogen om lief te hebben, die volgens de nieuwe maatschappelijke norm een 'diep-gevoelsmatige' band met een ander mens kunnen aangaan, maar niet met iemand van het andere geslacht. Deze mensen blijven als het ware steken in het nieuwe filter van de seksuele identiteit dat deze samenleving heeft ontwikkeld.
Na 1870 is dat filter steeds dwingender en fijner geworden, zodat tegenwoordig niemand er nog aan kan ontsnappen. Genadeloos scheidt het de abnormalen, de 'homoseksuelen' van de normalen. Het verschijnsel homoseksualiteit is als een spiegel voor deze samenleving. Als we bereid zouden zijn om in die spiegel te kijken, zouden we een beeld kunnen zien dat een reeks lastige problemen presenteert.
Waarom zijn de westerse samenlevingen indertijd, na duizenden jaren van traditionele partnerkeuze, zo betrekkelijk snel en vooral zo volledig overgegaan op de persoonlijke partnerkeuze? Het is niet overdreven te stellen dat hedendaagse westerlingen geobsedeerd zijn door hun seksuele identiteit en dat komt doordat ze geobsedeerd zijn door de liefde in de zin van die diep-gevoelsmatige en seksuele betrokkenheid bij één ander mens. Waarom is die soort liefde voor ons zo belangrijk?
Er zijn geen maatschappelijke ontwikkelingen die niet óók negatieve gevolgen hebben. Als samenleving doen wij meestal onze uiterste best om maatschappelijke ontwikkelingen zodanig te sturen - we noemen dit politiek bedrijven - dat de positieve gevolgen de negatieve overtreffen. De overgang van de traditionele naar de huidige partnerkeuze is niet een politieke ontwikkeling geweest, er is nooit een zorgvuldige afweging gemaakt van voor- en nadelen, tot op de dag van vandaag ontbreekt een heldere kijk op de negatieve gevolgen van deze ontwikkeling.
Onze hedendaagse manier van een partner kiezen heeft ten minste twee ernstige, negatieve gevolgen gehad: ongeveer een derde van alle huwelijken bij ons eindigt in een echtscheiding, het huwelijk op basis van liefde kunnen we dus, maatschappelijk gezien, geen succes noemen. Wat een nieuwe, solide grondslag had moeten zijn, lijkt eerder een bedreiging voor het huwelijk. Daarbuiten heeft het huwelijk de homoseksualiteit doen ontstaan.
Al ruim honderd jaar doen de westerse samenlevingen hun best om de homoseksualiteit voor te stellen als een individueel probleem van mensen die volgens de recentste wetenschappelijke opvattingen biologisch 'anders' zijn. Maar de homoseksualiteit is een maatschappelijke constructie, wij hebben als samenleving de homoseksualiteit voortgebracht, als onbedoeld gevolg, als bijproduct van een ontwikkeling die nog altijd absoluut onomstreden is.
Cultuur verandert. Daarom is het niet uitgesloten dat in de toekomst de wijze van partnerkeuze weer zodanig zal veranderen dat het begrip homoseksualiteit inhoudsloos wordt. Tot die tijd geldt: wie kaatst, moet de bal verwachten, het homohuwelijk is een feit.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.