Eigenlijk zou er een boek gewijd moet worden aan de vijg, de nazomerse, oeroude vrucht die zo goed gedijt in het mediterrane klimaat. Vijgenbomen groeiden in de hangende tuinen van Babylon, en zijn de eerste bomen die in de Bijbel worden genoemd. Vijgen waren krachtvoer voor de atleten van de antieke Olympische Spelen, en Aristophanes verklaarde: “Niets is zoeter dan vijgen.” Naast de historische, economische en anekdotische aspecten is het ook culinair gezien een interessante vrucht. De vijg gold 3 000 jaar geleden al als basisvoedsel in verschillende mediterrane beschavingen, vers of gedroogd, als natuurlijk zoetmiddel of in ongewone hartige gerechten. De Italiaanse combinatie van verse vijgen met Parmaham is bekend, maar er zijn ook Catalaanse, Provençaalse en Arabische zoetzure vleesgerechten met vijgen.
Desserts, gebak en snoeperijen met vijgen zijn talloos. Dit is een aanpassing van een oud Grieks dessert uit de bergachtige provincie Epirus.
Voor 4 personen:
8 grote, verse vijgen, 4 dl droge rosé (wijn), 200 g suiker, 40 g fijngehakte walnoten, 25 g lichtgeroosterde pijnboompitten, 1/3 theelepel, gemalen kruidnagel, 1/2 theelepel kaneel, 2 theelepels fijngeraspte sinaasappelschil
Kook de wijn met de suiker ca. 8 minuten zachtjes door, tot het een beetje stroperig wordt. Laat de wijnstroop afkoelen. Was en droog de vijgen voorzichtig en snijd ze horizontaal tot de helft in. Haal er met een puntige theelepel wat vruchtvlees uit. Verwarm de oven voor op 180 graden C. Meng de walnoten, pijnpitten, specerijen en sinaasappelschil door elkaar, en vul de vijgen hiermee. Duw ze voorzichtig dicht. Bak de vijgen 20 minuten in een (ingevette) glazen ovenschaal, en kwast ze dan dik in met de wijnsiroop. Bak ze nog ca. 5 minuten, tot ze licht karameliseren. Neem ze uit de oven en giet de rest van de wijnsiroop erover. Serveer ze lauw of op kamertemperatuur. Lekker met wat ongezoete geklopte room, of blokjes verse roomkaas.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.