Toernee t/m 27/3.
Susy Blok is vooral bekend van het duo Blok & Steel. Samen met Christopher Steel veroorzaakte zij een paar jaar terug een aardbevinkje met 'Breaking the back of love', een dansstuk vol acrobatische stunts en roekeloze vitaliteit: aantrekkelijk en risicovol. Dat was overigens schijn, want hun dans was juist zeer geraffineerd. Niets werd aan het toeval overgelaten door een timing die zo exact en perfect is als die van trapezewerkers.
Sindsdien maakte dit duo tal van dergelijke voorstellingen vol gevaarlijke manoeuvres bovenop tafels, op een springveren bed, al dan niet samen met een hiphopband. Bij de jeugd slaat hun stijl ook erg aan.
Gosschalk maakte dus een eigentijdse keuze, Blok een stuk zoals te verwachten was. Voor 'Unburden Unbound' haalde ze samen met twee danseressen en vier dansers zo'n beetje alles van stal wat ze in huis heeft. Het stuk opent met een minutieuze dans op tafels, druk, heftig en scherp. Dan volgt een speels uitdagend spel tussen de seksen. Tussen alles door beweegt zich een malloot die colbertjes van anderen verzamelt, zoals neurotisch gestoorde zwervers dat met todden doen.
Hoogtepunt werd het rondsjezen op rollend kantoormeubilair, een scène die uit een filmscript van Dennis Potter geknipt lijkt. Secretaressen en klerken willen even de sleur van het oersaaie kantoorleven vergeten en gaan in hun dagdromen flink uit hun bol, zwieren joelend over de burelen alsof ze op de kermis zijn.
Choreografisch gezien zijn de unisono groepsdelen het best. Veel om het lijf heeft het echter allemaal niet. Het is gewoon leuk om te zien. Voor het repertoire vind ik 'Unburden Unbound' een aanwinst, ook omdat de dansers, met name Inge Buyls, Barbara van Oost en Kory Perigo er zo enthousiast tegenaan gaan.
Een groot contrast hiermee vormde 'MARes', een groepswerk van de Granadese Ana Buitrago. Deze onervaren choreografe maakte in 1993 een stuk voor de workshop. Kennelijk ziet Gosschalk wat in haar. Wat, wordt ook nu niet duidelijk. 'MARes' is het saaiste stuk dat ik in tijden zag. Van het knungelige toneelbeeld (twee klimtouwen en veel lege groene flessen) moest ik begrijpen dat het om de broeierige sfeer in een (Zuidamerikaanse) havenstad gaat. Als decor van een ontmoeting tussen mensen die op zoek zijn naar innerlijke rust, of zoiets. Er klinkt een tango, de dansers dansen deze meestal felle, zwoele dans liggend op de grond, als omgevallen paarden. Hoewel de dansers soms soli kregen toebedeeld, is van 'gedanste portretten' absoluut geen sprake. De meesten van hen (op Gallagher na) voelen zich knap ongemakkelijk in Buitrago's loomlijzige danstaal die de jaren zeventig niet ontgroeid is. Het zien van zoveel choreografisch onvermogen wekte een mistroostig gevoel op, sterker dan het beeld dat de maakster beoogde.
Tussen deze werken in werd Ton Simons prachtige solo 'Still Life III' ('91) uitgevoerd. Aangezet door Van Morrisons sensuele 'Like a ballerina' toont Caroline Harder de exacte souplesse die haar eigen is. Als een matglanzende parel: eenvoudig en chique.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.