DEN HAAG - Met opgetrokken wenkbrauwen kijkt Rob Neuteboom (34) zijn collega's Leo Lodewijk (34) en Manfred Makkink (35) aan. Zal hij - type ruwe bolster, blanke pit - een praatje voor de vaak houden? Of zal hij eerlijk zeggen wat hij denkt? Het wordt het laatste, na een instemmende knik van zijn maten. “'t Is afgelopen met Fokker. Dat denken wij alle drie.”
Vrijdagmiddag, even na twaalf uur. Het is gemeen koud op het Malieveld in Den Haag. Meer dan zestig busladingen actievoerders zijn uitgespuugd op de immense grasvlakte. Handenwrijvend en met rode neuzen staan bijna zesduizend Fokker-werknemers te wachten op het startsignaal om richting ministerie van economische zaken te lopen. De rood-witte petjes van de Industriebond FNV blijken erg populair. Al was het maar tegen de snijdende wind. Paviljoen Malieveld doet goede zaken. Verkleumd en bijna dankbaar wordt grif betaald voor de dampende koppen koffie en hier en daar een hartversterkertje.
Lodewijk en Makking zijn met de speciaal geregelde bus van hun vestiging Schiphol-Oost naar Den Haag gekomen. Neuteboom heeft in zijn woonplaats Voorschoten de trein genomen. Geamuseeerd wijzen ze elkaar op de door collega's gisterenavond nog inderhaast gemaakte spandoeken, met teksten als 'Fokker krijgt dreun, de concurrentie overheidssteun' en 'Wijers' nee betekent 10 000 in de WW'. Neuteboom heeft voor de gelegenheid zijn fototoestel meegenomen. “Dit maak je maar een keer in je leven mee.”
Gedemonstreerd heeft het drietal nog nooit. De actieliederen slaan niet aan, hoewel ze bij de 'Gaan we nog door'-variant op het populaire 'Busje komt zo' een instemmend gebrom laten horen. Makkink vindt het eigenlijk bizar dat ze uitgerekend nu de barricaden op moeten. “Het is in jaren niet zo druk geweest bij Fokker. We werken twee avonden in de week over. Het lijkt erop dat onze hoge heren de Rolls Royces die wij maken, verkopen voor de prijs van een Japanner. Hoe kan het anders zo gelopen zijn?”
Al zo'n achttien jaar werken de mannen bij Fokker. “Van de mavo, hop, het bedrijf in,” zegt Neuteboom. Ze zijn monteur. “Of schrijf maar: vliegtuigbouwer”, bedenkt Lodewijk. “Wij voelen ons vliegtuigbouwer.” Want iedereen moet goed begrijpen dat het heel wat anders is of je aan een auto sleutelt of aan een “echte machine”.
Acht of negen reorganisaties hebben ze achter de rug. Ze zijn de tel kwijt. Duizenden collega's zijn inmiddels verdwenen. Drie jaar geleden werkten er nog 43 mensen op hun afdeling. Nu zijn er nog maar 12 over. Dat ze vandaag op de demonstratie nog oude bekende ex-werknemers tegenkomen, verbaast het drietal. Maar het doet ze zichtbaar goed. De geluksvogels van destijds, worden nu op hun beurt meewarig aangekeken. “Goh, mocht jij toen blijven? Ik ben al twee jaar weg, maar wilde nou toch even mijn steun komen betuigen. Ja, ik heb een prima baan gevonden.”
Natuurlijk hebben Neuteboom, Lodewijk en Makkink hun kansen op de arbeidsmarkt al voorzichtig bekeken. Werk vinden is misschien nog niet eens het probleem, zeggen de mannen. Maar of ze ergens anders een gelijkwaardige baan kunnen vinden, vragen ze zich af. En ze zijn ervan overtuigd dat ze er financieel op achteruit zullen gaan.
Vooruit schuifelend in de lange optocht, wordt al een beetje branie-achtig gepraat over een reünie op de arbeidsbureaus van Amstelveen, Amsterdam, Hoofddorp of Leiden. En om het eigen leed te relativeren, worden de nog schrijnender gevallen besproken; zoals die collega die eerst op de vestiging Ypenburg werkte, na sluiting naar Hoogeveen verhuisde en nu dus alsnog op straat komt.
Niks Want dat dat uiteindelijk het resultaat zal zijn, weet Neuteboom zeker. Tot het begin van deze week zag het trio de zaak nog zonnig in. Maar sinds afgelopen dinsdag daalde het optimisme gestaag, vertelt Makkink. En nu is er niks meer van over. Neuteboom probeert geinend met zijn maten toch de zonnige kant van de zaak te zien. “Joh, lekker een paar weken vissen in maart. Dan hebben we toch tijd zat.” Niet iedereen kan er om lachen.
De vlot babbelende Voorschoter erkent dat Fokker behoorlijk wat invloed op zijn leven heeft gehad en nog steeds heeft. Het kopen van een huis heeft hij jarenlang uitgesteld, omdat zijn baan iedere keer opnieuw op de tocht stond. En als Neuteboom een baan krijgt bij een stabiel draaiend bedrijf, kunnen hij en zijn vrouw misschien eindelijk serieus overwegen een kind te nemen. “Door alle onzekerheid op mijn werk, hebben we die beslissing steeds voor ons uitgeschoven.”
Eenmaal aangekomen bij het ministerie, kan ook Neuteboom zich even niet meer beheersen. Lodewijk en Makkink kijken een moment vreemd op als het naast hen uit volle borst klinkt: “Wijers, kom nou op met die meiers.” Het tweetal knijpt de ogen een fractie van een seconde samen, maar knikt dan instemmend.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.