Stel, je bent student in de rechten en je wilt iets doen met die studie. Maar je komt pas aan de bak met een bul op zak. Om je tentamens te halen, moet je wel geld bijverdienen, dus ga je een paar avonden per week achter de bar staan. Waardoor je niet bepaald fris op college verschijnt.
Niet ideaal, dus. Maar als het aan onderwijsminister Ritzen ligt, gaan werken en studeren elkaar juist aanvullen. Duaal leren heet dat: werken en studeren in elkaars verlengde. In het beroepsonderwijs is het vaak al heel gewoon, maar de universiteiten moeten er ook aan geloven. Bij sommige studierichtingen is dat al vrij gewoon - aankomend accountants.
De minister betaalt de komende vier jaar proefprojecten met 'duale werknemers'. Daarvoor zijn natuurlijk wel werkgevers nodig. De Rotterdamse universiteit pakte het slim aan en bood aan om studenten op het onderwijsministerie te plaatsen. Zo kon het ministerie het goede voorbeeld geven. En dus beginnen in september tien Rotterdamse studenten in het bestuursrecht aan een halve baan op het ministerie, voor twee jaar. Daarna volgt de tweede lichting. Dus: de ene helft van de werkweek bestudeer je op de universiteit juridische vraagstukken en ontvang je een beurs van minister Ritzen; en de andere twintig uur zit je voor hem misschien wel diezelfde juridische problemen uit te vlassen en in de praktijk op te lossen. Voor de halve werkweek komt dat uit op een kleine veertienhonderd gulden bruto per maand.
“Het kan voor ons, het ministerie als werkgever, ook voordelen hebben. Afgestudeerden komen nu bij ons in dienst met een heel algemene opleiding, ze hebben veel kennis maar ze missen vaak de ervaring hoe het is om te werken. Daaraan hebben ze tijdens hun studie vaak weinig aandacht besteed”, zegt mr. P. Holthuis, secretaris-generaal van het ministerie. Het is volgens de hoogste onderwijsambtenaar “nuttig om als werkgever iets te kunnen vertellen wat je vindt dat afgestudeerden zouden moeten kunnen en weten. En natuurlijk zijn wij op dit ministerie altijd geïnteresseerd in jonge academici.”
Dat het moeilijk is om goede afgestudeerden te vinden, merkt het ministerie regelmatig. Wegens reorganisaties moesten er een tijd lang alleen maar ambtenaren uit en kregen jongeren geen kans - 'de dood in de pot' volgens Holthuis - maar het laatste jaar zijn er weer regelmatig banen vrij. “Het is een hele heisa om een goede selectie te maken”, zegt de secretaris-generaal. “Je hebt wel allerlei hulpmiddelen zoals assessment, maar van iemand die net begint is het altijd afwachten of-ie het goed doet. Een opleiding zonder praktijkcomponent lijkt mij voor de meeste beroepen gewoon wat armzalig. Je kunt zoveel theorie bestuderen, maar de meeste universitaire studenten worden niet opgeleid voor de wetenschap, maar voor de praktijk.”
Werken en studeren was vroeger heel gewoon. Zelf werkte Holthuis als rechtenstudent bij een advocatenkantoor. “Daar heb ik zoveel geleerd: de studie werd interessanter en kreeg veel meer diepgang.” Maar de combinatie komt niet veel meer voor. Omdat Ritzen studenten het strakke keurslijf van de prestatiebeurs opdringt, zeggen z'n critici.
Holthuis wil zich als ambtenaar van Ritzen niet in dat debat begeven. Hij wijst er wel op dat het ministerie al individuele 'duale' medewerkers heeft rondlopen, studenten die op eigen initiatief aan een baan kwamen. “Dat bevalt vaak prima”, zegt Holthuis. “Maar het risciso is dat iemand als eenling een beetje verloren gaat. Deze mensen komen binnen als groep en kunnen zich sterker manifesteren. In de eerste baan voelen mensen zich vaak verloren. Je moet ze niet laten zwemmen.”
Er is ook politieke kritiek op de experimenten met duaal leren. Tweede-Kamerleden willen het niet: ze vragen zich af of het 'academisch gehalte' van de universitaire studie wel overeind blijft als werkgevers inspraak krijgen in het studieprogramma. Ritzen mag alleen experimenteren met dualisten, besloot de Kamer gisteren, maar wel onder voorbehoud. Holthuis laat zich er niet over uit, maar misschien is dat wel een van de redenen dat het ministerie met de Rotterdamse universiteit het voortouw heeft genomen: zo kunnen we de zaak goed organiseren en kritische parlementariĆ«rs verblijden met een gunstige evaluatie. De dualisten worden vanuit de Rotterdamse universiteit begeleid door wetenschappers, terwijl ze op het ministerie een 'mentor' krijgen aangewezen. Niet onbelangrijk: hun werktijden en colleges zullen elkaar niet bijten. En ze hoeven niet in eenzelfde tempo tentamens te halen als de voltijdse student: “de klok tikt niet harder door”.
Studenten in het bestuursrecht zijn van nature thuis op een ministerie. Of ook studenten van andere studierichtingen er kunnen werken, wordt volgens Holthuis later bekeken. “Voor de technische richtingen wordt het misschien lastiger. Die moeten bij andere organisaties terecht. Maar voor bijvoorbeeld aankomende economen zie ik hier ook wel plaats.”
De dualisten zijn niet de eerste jonkies op het ministerie. Sinds korte tijd heeft Holthuis een groep 'trainees' in dienst, jonge en pas afgestudeerde ambtenaren die op veel verschillende plaatsen worden ingezet. Zodat ze niet verdwijnen in een specialisme en daarmee de verkokering op het departement bevestigen. Holthuis: “Het is best goed om als organisatie te horen wat jonge mensen van je vinden. Zo organiseer je je eigen zelfkritiek. Oudere medewerkers moeten sinds lange tijd weer eens uitleggen waarom ze iets doen zoals ze het doen. Een beetje frisse invalshoek, daarvan kun je als werkgever alleen maar profijt trekken.” Ondertussen moet er natuurlijk wel gewoon worden gewerkt. “Dit experiment is voor het ministerie geslaagd als we er een aantal goede werknemers aan overhouden. Met academisch niveau.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.