Den Haag: 20, 21, 29, 30/4 en 4, 5, 6/5; Amsterdam: 16,17, 28/4; Rotterdam 22,23/4; Den Bosch 26/4; Breda 27/4; Groningen 2/5; Arnhem 3/5; Nijmegen 7/5.
Geopend werd met twee balletten waarin Hans van Manen en Jiri Kylian bij voorbaat hun hegemonie stellen: 'Visions Fugitives' (Van Manen/Prokofiev) en de solo 'Silent Cries' (Jiri Kylian/ Debussy). Niet ten onrechte wordt 'Visions Fugitives' (1989) door velen de mooste choreografie genoemd die Van Manen na zijn terugkeer bij het Danstheater maakte. Hoe vaker de vijftien miniaturen van Prokofiev door de zes dansers in blauw, zwart, wit worden gedanst, hoe doorzichtiger en ook aangrijpender zij worden.
Geen pas of pose is overbodig in deze serie waarin de wurging van Fiona Lummis aan het slot een even onafwendbaar als onverbiddelijk verloop laat zien van een confrontatie die zo vrijblijvend leek te beginnen. Op het moment dat een van de mannen (Patrick Delcroix) een vrouw (Brigit Martin) naar haar keel greep, sloeg het onheil toe. Op Cora Kroese rustte vervolgens de zware taak om de glansrol van Sabine Kupferberg op Debussy's 'L'apres-midi d'un faune' over te nemen. Zij deed haar wanhopige, vruchteloze doorbraakpoging vanachter het bewasemde glas met overtuiging.
De premiere van deze avond is Martin Mullers 'Heidi', een ballet van een half uur op fragmenten uit de Elegiac Symphony nr 2 van de Amerikaan Lou Harrison, de Bachianas Brasileiras nr 4 van de Braziliaan Heitor Villa-Lobos en het laatste deel van 'Vom Winde Beweint' van de Rus Gij Kantsjeli.
Muller bestookt de blijmoedige landgenote uit zijn jeugd met treurliederen en vraagt zich af wat er van haar onschuld gebleven is. Klokken beieren, vulkanen spuiten, windvlagen gieren in kosmopolitisch rouwbeklag ten gerieve van de New Agebesnaarden onder ons. Het Nederlands Ballet Orkest onder leiding van Christof Escher sloeg zich er kranig doorheen, en dat gold niet minder voor de dansers.
Over Mullers vorige choreografie uit september '93 schreef ik destijds: “Geen interessante danspas gezien, wel een misselijk makend staaltje van koudwatervrees voor gefrusteerde vrouwen.” In 'Heidi' zijn wel interessante passen te zien, bijzonder veel zelfs. Muller blijkt vooral een begenadigd duettenmaker. Ditmaal doet hij het met niet minder dan negen variaties op een thema. Ook nu dompelt hij ons in een diepgegraven poel van suggestieve taferelen met tal van symbolische requisieten. De bombastische klankomlijsting doet de rest.
Zelfs voor de eenentwintig geroutineerde dansers van NDT 1 (dertien vrouwen/ negen mannen) is deze combinatie teveel van het goede. Het eerste deel begint veelbelovend, met dertien zandkleurige vrouwen op een vierkant veld vol ritselende schilfers, als schelpdieren in het schuim en gruis van de zee die veranderen in de wassende en spelende meisjes rond Nausikaa.
Het tweede deel op de Bachianas Brasileiras is aan negen zich krachtig op dijen en borst slaande mannen die door negen vrouwen met een schaal van aardewerk worden opgezocht. Uit de getoonde gastvrijheid tegen een sinistere achterwand die langzaam als een onherbergzame vlakte oplicht, ontstaan vijf korte duetten. Komt het door de muntjes die de mannen in de schalen werpen dat deze doormidden breken? Scherven brengen hier geen geluk.
Het laatste weemoedige deel in blauw en aubergine, met Kantsjeli's klaagzang voor altviolist Daniel Raiskine, geeft aanleiding tot vier duetten. In haar volwassenwording laat Heidi/Nausikaa in het kwadraat haar liefdesverdriet de vrije loop, met wapperende rokken en kronkelende ledematen. Zoveel vrouwenleed in esthetisch verantwoorde verpakking gaat er in als koek: staande ovaties dus. Aan mij is al die energie op kosmo-mythische basis echter niet besteed.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.