AMSTERDAM - De Teletubbies, poppen die gemaakt zijn naar de figuren uit de gelijknamige televisieserie, zullen de komende weken tot de succesnummers van de sinterklaasverkoop behoren. Ze hebben immers alles mee: leuk en ook nog veilig. Maar of dat ook geldt voor de mensen die de poppen gemaakt hebben? Om met de Teletubbies te spreken: Oh-Oh...
De Teletubbies worden, zoals het gros van het speelgoed dat hier te koop is, gemaakt in China. Onderzoekers brachten een bezoek aan de fabriek in Shenzhen en doen daarvan verslag in de brochure die de Novib dezer dagen uitgeeft. “Een dag in de speelgoedfabriek van Dor Lok Toys in Shenzhen, Zuid-China, duurt twaalf uur”, rapporteren zij. “Zevenhonderd jonge vrouwen zitten in groepjes van drie of vier achter de naaimachines. De eerste knipt het materiaal, de tweede naait de lapjes aan elkaar, nummer drie vult de poppen en de vierde vrouw naait ze met de hand dicht. Ze krijgen hiervoor honderd gulden per maand. De vrouwen durven nauwelijks op te kijken, bang als ze zijn voor uitbranders van hun chefs. Ze slapen in de fabriek, in overvolle muffe zaaltjes. De meeste ramen zijn getralied.”
Een van de onderzoeksters van de speelgoedfabrieken in Aziƫ komt vanavond aan het woord tijdens het Grand Gala van het genoeg, dat Trouw en Novib voor de zevende keer verzorgen. Centrale vraag van het gala is telkens: hoe kunnen producenten en consumenten bijdragen aan een mondiale, duurzame ontwikkeling? In de Janskerk in Utrecht staat vanavond de speelgoedindustrie centraal.
Grote fabrikanten als Mattel (Barbie, Fisher Price) hebben hun totale productie uitbesteed aan China, waar de lonen laag en de arbeiders monddood zijn. Topman Peter Waterman van Hasbro, de producent van de Teletubbies, komt er eerlijk voor uit dat hij zijn producten in China laat maken omdat de lonen er 95 procent lager liggen dan in Duitsland. Een Barbiepop kost in Nederland ongeveer dertig gulden, de vrouw die de pop heeft gemaakt, verdient ongeveer zes gulden per dag. De fabriek in Guangdong levert elke dag 250 duizend Barbies af. De werknemers worden niet alleen onderbetaald, ook de omstandigheden waaronder zij hun werk moeten doen, zijn vaak bitter slecht. In tal van Aziatische landen zijn de afgelopen jaren ernstige ongelukken gebeurd in de onveilig gebouwde fabrieken. Nooduitgangen zijn doorgaans niet aanwezig en andere uitgangen zijn vaak afgesloten om te voorkomen dat het personeel er tussenuit knijpt. Bij branden in speelgoedfabrieken zijn de afgelopen jaren in Thailand en China honderden doden gevallen. Een groot aantal werknemers is jonger dan zestien jaar, maar omdat er op grote schaal wordt gesjoemeld met identiteitsbewijzen, valt dat voor de lokale autoriteiten moeilijk te controleren.
Er zijn grote speelgoedproducenten die hun producten uitsluitend in Europa of de Verenigde Staten laten maken. K'nex, Lego, Playmobil en Ambi Toys hebben niets uitbesteed in Aziƫ. Niet uit menslievende overwegingen, maar deels omdat de aanduiding 'made in China' door veel consumenten niet altijd met kwaliteit wordt geassocieerd. Ambi Toys laat zijn speelgoed bovendien hier in Nederland in sociale werkplaatsen maken.
Nederlandse kinderen krijgen per jaar gemiddeld voor 375 gulden aan speelgoed. Dat is overigens minder dan in landen als Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten, waar het gemiddelde de vijfhonderd gulden overstijgt. De detailhandel wordt in Nederland gedomineerd door de Blokker Groep (Intertoys, Bart Smit en Toys R Us), met een totaal aandeel van zeventig procent in de verkoop. Drie van de vier speelgoedartikelen in deze winkels zijn in China of een van zijn buurlanden gemaakt.
Het probleem waarmee de Novib wordt geconfronteerd, is dat consumenten geen alternatief kunnen kiezen dat wel op een verantwoorde manier is gemaakt. Wie een Barbie wil, heeft altijd te maken met een in China vervaardigde pop. “Wij kunnen de consument moeilijk oproepen dat product maar niet meer te kopen, want de kinderen vragen daar nu eenmaal om”, zegt Harry de Vries, beleidsmedewerker van de Novib. “We kunnen daardoor geen consumentenactie voeren, zoals we wel konden doen met de tapijten. Daar geeft het Rugmark label nu aan dat de fabrikant de werknemers tenminste het minimumloon heeft betaald en dat er geen sprake is geweest van kinderarbeid.”
De Novib streeft er nu naar, in de speelgoedbranche het van oorsprong Amerikaanse keurmerk SA 8000 te laten gelden. SA staat voor social accountability. Het keurmerk moet sociale misstanden in bedrijven terugdringen. Controle gebeurt door onafhankelijke bureaus.
In Nederland valt daarover moeilijk te praten met Amerikaanse speelgoedfabrikanten. De Novib heeft daarom zijn hoop gevestigd op Blokker, dat vanwege zijn dominante positie op de Nederlandse markt voorwaarden kan stellen aan de fabrikanten. Vandaag, enkele uren voordat tijdens het Gala in Utrecht uitgebreid over het onderwerp wordt gediscussieerd, praten vertegenwoordigers van Novib en Blokker over een mogelijke gedragscode.
De vertegenwoordiger van Blokker bij dat gesprek, adjunct-directeur Thomas Smit, wil niet op de uitkomsten vooruitlopen. “Maar natuurlijk houdt dit onderwerp ons ook wel bezig. Wij lopen geen lichtjaren achter, hoor.” Harry de Vries van de Novib is allang blij dat Blokker wil praten. Bedrijven zijn over het algemeen niet zo bang voor een enkele klant die wegloopt om bij de buurman een verantwoord product te kopen, zegt hij. “Ze zijn voorzichtiger als het om hun imago bij het brede publiek gaat. Als er rond een Barbiepop een geur hangt van oneerlijkheid en uitbuiting, dan zijn ze wel degelijk gevoelig. En dan wordt onze onderhandelingspositie sterker.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.