“Dankzij de vele gesprekken en bezoeken in het korps heb ik mij een goed beeld kunnen vormen van de sterke en zwakke zijden van ons korps. In dit beeld is onder meer naar voren gekomen dat met de huidige structuur en werkwijze moeilijk kan worden ingespeeld op ontwikkelingen die qua omvang of complexiteit de districten overschrijden.
De ontwikkelingen met betrekking tot de geweldscriminaliteit zijn daar een goed voorbeeld van. Korpsonderdelen profiteren weinig van hetgeen in andere onderdelen is ontwikkeld. Vaak wordt het wiel opnieuw uitgevonden. Het ontbreekt aan samenhang en synergie. Het regiokorps is nog geen team, maar een groep afzonderlijke spelers. Dit brengt mij tot de constatering dat het korps als geheel nog te weinig opbrengt en meer dynamiek zou kunnen ontwikkelen.
Er zal meer aandacht moeten worden besteed aan kwaliteit van het politiewerk aan de basis. Een goede basiszorg vergt breed opgeleide en ervaren politiefunctionarissen, mensen die situaties snel en goed kunnen doorzien. Professionals dus die weten wat er korpsbreed te koop is en niet alleen in hun buurt. Om bij te blijven in kennis en vaardigheden is regelmatige scholing nodig. Daarin zal de organisatie moeten voorzien. Hierin ligt ook een belangrijk stuk kwaliteitsbewaking.
Om de effectiviteit van de politie in al haar brede taken te verhogen, zal niet met de huidige structuur, werkwijze en cultuur kunnen worden volstaan. Daarvoor is in de eerste plaats een meer ontwikkelde wijze van sturing nodig met een heldere informatie- en besluitvormingshuishouding. De interne organisatie van het korps zal moeten winnen aan flexibiliteit, zodat snel en soepel kan worden ingespeeld op veranderende situaties. We moeten ons bij nieuwe initiatieven echter wel bewust zijn van een culturele hobbel in de politieorganisatie. Het werken naar en het handhaven van een hoog professioneel niveau verdraagt zich slecht met zaken als eenzijdige loopbanen en ingeslopen gewoonten. Zoals het nemen van een zee van tijd voor zaken die ook in korte tijd kunnen worden afgedaan, grote papierstromen, afstandelijk leiderschap en een sterk vertrouwen op het improvisatievermogen van de individuele politiefunctionaris.
Uiteindelijk is het resultaat van elke inspanning afhankelijk van de kwaliteit van de leidinggevenden. Zij dienen te leiden met een actieve, op resultaat gerichte instelling. Leidinggevenden moeten de moed hebben de dingen bij hun naam te noemen en daar waar nodig naast motiveren ook durven te corrigeren. Professionaliteit vereist een kritische instelling van de leiding en scherpte in de uitvoering. Zonder zelfcorrigerend vermogen is blijvende kwaliteit niet denkbaar.
Urgentie
Er is sprake van urgentie. Deze urgentie wordt bepaald door het feit dat het veiligheidsbeeld op korte termijn om gerichte inspanningen vraagt die binnen de huidige structuur niet of nauwelijks zijn te leveren. Dit mede door het feit dat de huidige werkwijze op verschillende gebieden risico's inhoudt. Er bestaat nu immers onvoldoende greep op en inzicht in alle activiteiten en processen binnen ons regiokorps. Laten we onze grenzen verleggen en werken aan de verdere vorming van een flexibel, professioneel en op de maatschappij gericht politiekorps.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.