NEW ORLEANS (Reuter) - Alles was super in New Orleans. Op Super Sunday werd de Super Bowl XXXI in het Superdome een prooi voor de superieure favoriete ploeg van de Green Bay Packers. De ultieme climax van het vier maanden durende seizoen in het American Football bood precies wat de bookmakers voorspelden: een zege met veertien punten voor het team van coach Mike Holmgren, bijgenaamd “de teddybeer”. De New England Patriots moesten er met 35-21 aan geloven.
Voor 75 000 wild enthousiaste toeschouwers en naar schatting 130 miljoen smullende televisiekijkers zag Holmgren zijn droom uitkomen. Hij trad in de voetsporen van de legendarische Vince Lombardi, de coach die de Super Bowl in 1967 en 1968 met de Packers, een arbeidersclub uit het noorden van Wisconsin, veroverde. De bijbehorende trofee is naar Lombardi vernoemd sinds hij in 1970 overleed.
President Clinton bracht Holmgren telefonisch zijn felicitaties over. Net als bijna iedere Amerikaan had hij voor de beeldbuis gekluisterd gezeten, tijdens een pizzaparty in het kleine theater van het Witte Huis, waar een groot scherm stond opgesteld.
De zege van de Green Bay Packers, opvolger van de Dallas Cowboys, betekende de dertiende achtereenvolgende keer dat een club uit de National Football Conference de Super Bowl bemachtigde ten koste van de kampioen van de American Conference. Heel bijzonder was het succes voor Reggie White. De 35-jarige reus uit Chattanooga, met zijn 1 meter 95 en 136 kilo liefkozend “baby” genoemd, zag zijn lange wachten beloond. Hij smaakte het genoegen de vijandelijke quarterback drie keer neer te halen, aangeduid in footballjargon met een sack. “Vandaag was God een Green Bay Packer”, zei doopsgezind predikant White.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.