DEN HAAG - Het is de laatst overgebleven scoutinggroep in de multiculturele Haagse Schilderswijk, ondanks pogingen daartoe, niet gelukt om voldoende allochtone jongeren te werven. Daarmee valt het doek voor de scouting in deze wijk, waar allochtonen de meerderheid vormen.
Het bestuur van de Tarcisius-scouts ziet zich nu, met pijn in het hart, genoodzaakt de deuren van het groepshuis onder de H. Martha-kerk aan de Hoefkade te sluiten. Met de scoutinggroep verdwijnt opnieuw een stuk van het weliswaar niet zo rijke, maar vroeger wel zeer bloeiende roomse verenigingsleven in de Schilderswijk, constateert bestuursvoorzitter Henk van Loon. De 19e-eeuwse arbeiderswijk telde in de eerste helft van deze eeuw vele rooms-katholieke verenigingen, waaronder majorettecorpsen, drumbands, kleine sportverenigingen en drie scoutinggroepen.
Van Loon, geboren en getogen Schilderswijker en in het dagelijks leven werkzaam bij de politie Haaglanden, kwam 27 jaar terug als 15-jarige bij de Tarcisius-scouts en is sindsdien nauw bij het werk van de groep betrokken gebleven. In het begin van de jaren zeventig tekende zich de neergang van het traditionele verenigingsleven steeds duidelijker af. De Schilderswijk veranderde in die tijd ingrijpend van karakter door de massale komst van allochtonen (de wijk telt nu 70 procent allochtonen uit 65 landen) en de grootschalige stadsvernieuwing.
Van Loon: “We hebben de laatste tien jaar geprobeerd de scoutinggroepen uit de Schilderswijk en het aangrenzende Transvaal samen te brengen, maar dat is niet gelukt, onder meer omdat het niet zo makkelijk blijkt de eigen identiteit op te geven. De afgelopen jaren hebben wij als laatste der Mohikanen doorgeploeterd, maar uiteindelijk waren er nog maar een twintigtal scouts en acht vrijwilligers over.”
Met meerdere projecten heeft de scoutinggroep geprobeerd meer bekendheid onder allochtone jongeren te krijgen. Van Loon: “We hebben bijvoorbeeld meegedaan aan de landelijke actie Scouting Kleurrijk. Een paar jaar terug hebben we geprobeerd een nieuwe welpengroep op te zetten. Daar kwamen 120 kinderen op af, onder wie één Nederlands. Er bleven twintig welpen over, maar toen na een paar maanden het woord contributie viel, was het gelijk afgelopen.”
“We kunnen echter niet zonder contributie; je hebt materiaal nodig en je moet de aansprakelijkheidsverzekering betalen. We hebben nog wel geprobeerd kinderen van buitenlandse afkomst erbij te houden door geen contributie te vragen, maar er zijn grenzen: je kunt ze niet blijven voortrekken. Daarnaast bleek het niet mogelijk, ik wil dat eerlijk en ronduit zeggen, onder de Turkse en Marokkaanse bevolking vrijwilligers te vinden.”
De veronderstelling dat scouting de hedendaagse jeugd of wellicht alleen de allochtone jeugd niet aanspreekt, omdat deze uit de tijd zou zijn, wijst Van Loon beslist van de hand. “Wekelijks gaan in Nederland 125 000 scouts op avontuur. De vereniging staat midden in de belangstelling, denk bijvoorbeeld aan de geslaagde Wereld Jamboree in 1995 in Dronten. Ook in Turkije en Marokko heb je scoutinggroepen; we onderhouden daar contacten mee. Er waren plannen voor een bezoek van deze groepen aan de Schilderswijk, maar die liggen nu in de ijskast.”
“De scoutinggroepen in de landen van herkomst komen uit de steden; op het platteland daarentegen is het georganiseerd verenigingsleven onbekend en onbemind. En de Turken en Marokkanen die in de Schilderswijk wonen, komen vooral van het platteland. Zij hebben de cultuur van platteland, met de oude waarden en normen, meegenomen naar de grote stad in Nederland en houden deze hier, in een isolement, in stand.”
Een gebrek aan speelmogelijkheden kan evenmin een rol spelen bij de afnemende interesse. Van Loon: “De mogelijkheden zijn zeer talrijk: speurtochten, toneel en mime spelen, sport, muziek, klimmen, fotografie, noem maar op. Bovendien hebben we naast ons groepshuis de beschikking over scoutingterreinen elders in de stad, het Zuiderpark bijvoorbeeld en de Waalsdorpervlakte. Maar dat stuitte dan weer op vervoersproblemen, omdat men niet kon of wilde fietsen.”
Van Loon vindt het triest dat in een wijk waar honderden kinderen op straat rondhangen, een scoutinggroep die bij uitstek geschikt is dergelijke kinderen op te vangen, de deuren moet sluiten. Bovendien komen steeds meer van die jongeren (onder wie relatief veel Marokkaanse) in het criminele circuit terecht. Van Loon: “We hebben op die ontwikkeling geen greep kunnen krijgen, hoeveel pogingen we ook hebben gewaagd. Nog deze maand praten we met allochtone organisaties of zij het werk, en dan nadrukkelijk met eigen vrijwilligers, weer serieus van de grond willen tillen. Wij zijn dan bereid het spelmateriaal, zoals tenten, voor een symbolisch bedrag te leveren.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.