*

 
dossier

Archief

Belg voert 'Serviërs en Kroaten' aan in Zaïre

Door: redactie − 28/01/97, 00:00

BRUSSEL (Belga, AFP) - Ongeveer 280 blanke soldaten bereiden in opdracht van de Zaïrese regering de herovering van de plaats Kivu in het oosten van het land voor.

Het zijn mensen die in “moeilijke situaties en guerrillastrijd in het oerwoud zijn gespecialiseerd”. Ze staan onder leiding van Christian Tavernier. De Belgische huurling heeft dat in een telefoongesprek tegen de Belgische krant Le Soir gezegd. De 61-jarige Tavernier, die al eerder als huurling tekeerging in Zaïre, is uitgever van het tijdschrift Fire, een vakblad over wapens waarvan de bekende Franse huurling en avonturier Bob Denard directeur is.

Tavernier ontkent dat hij steun krijgt van landen van de Europese Unie en zegt dat zijn groep vooral uit Serviërs en Kroaten bestaat. Hij laat doorschemeren dat Koeweit bijdraagt aan de financiering van zijn operatie. Waar de Serviërs en Kroaten hun oerwoudervaring hebben opgedaan vertelde Tavernier niet.

Volgens Tavernier zijn de gezonde delen van het Zaïrese leger - zoals de speciale presidentiële garde - onder commando geplaatst van generaal Mahele Lioko, de nieuwe legerstafchef. Hij voegde eraan toe dat zijn groep heer en meester in de lucht is en dat de door buitenlandse journalisten waargenomen gevechtshelikopters in Kisangani maar een tiende vertegenwoordigen van de luchtvloot van het Zaïrese leger. “Maar tot nog toe is geen enkel schot gelost”, verzekerde de huurling.

Tavernier ontvouwde ook ideeën voor een oplossing van de problemen. Volgens hem is de Zaïrese rebellenleider Laurent-Désiré Kabila een stroman van de sterke man van Rwanda, minister van Defensie Paul Kagamé. Tavernier hoopt op een politiek vergelijk tussen Kinshasa en Kigali: “Kagamé moet begrijpen dat Rwanda niet aangevallen wordt als hij zijn troepen terugtrekt.”

Tot slot stelt Tavernier voor dat een onafhankelijke, vooraanstaande Belg die het vertrouwen van beide partijen geniet, bijvoorbeeld oud-premier Leo Tindemans, bemiddelt tussen Kigali en Kinshasa. “Een politieke oplossing in Oost-Zaïre is nog steeds mogelijk, maar het is de hoogste tijd”, aldus Tavernier.

Ondanks Taverniers geruststelling dat er nog geen schot zou zijn gelost ratelden de mitrailleurs wel degelijk bij de rivier de Ose in Oost-Zaïre. De gevechten daar duurden gisteren voort. Het was bijna ondoenlijk om de met Duitse ontwikkelingshulp betaalde brug over te steken. De Ose stroomt halverwege tussen de steden Kisangani en Bukivu. Zondag stegen er vanaf het vliegveld van Kisangani jachtbommenwerpers op, maar volgens westerse bronnen belooft de luchtsteun nog geen beslissing te brengen ten gunste van het Zaïrese leger. Het front bij de Ose ontstond halverwege deze maand. De rebellen, voor het merendeel Zaïrese Tutsi's, vermoeden dat er in het nabijgelegen vluchtelingenkamp van Amisi veel Rwandese Hutu-militairen zitten, die in 1995 mee hebben gedaan aan de massamoorden op Rwandese Tutsi's.

Vluchtelingen

Te midden van al die krijgshandelingen beweegt zich nog altijd een stroom van honderdduizend vluchtelingen, Rwandese Hutu's. Het zijn mensen die drie maanden geleden de vluchtelingenkwampen aan Zaïre's oostelijke grenzen verlieten, omdat het daar te gevaarlijk werd. Vele honderdduizenden gevluchte Hutu's waagden toen de gok om naar Rwanda terug te keren, ondanks het gevaar dat ze daar misschien zouden moeten terechtstaan vanwege de volkerenmoord van 1995.

Die massale terugkeer kreeg de meeste aandacht in de media, maar een flinke minderheid bleef in Zaïre en zocht een goed heenkomen in westelijker gebieden. In de eerste weken na het begin van de vlucht kwamen zo'n tweehonderdduizend mensen aan in de westelijker gelegen vluchtelingenkampen. Honderdduizend 'laatkomers' zijn nog onderweg. Ze houden zich schuil in het oerwoud, terwijl voormalige Rwandese militairen hen 'beschermen'. Het oerwoud is zo dicht dat piloten de vluchtelingen niet kunnen zien met het blote oog. Alleen toestellen van de organisatie 'Aviation sans frontières' (Luchtvaart zonder grenzen) die waren uitgerust met infraroodapparatuur, slaagden erin de aanwezigheid van de vluchtelingen aan te tonen. De piloten wisten later ook contact te leggen met de vluchtelingen. In het kamp Tingi Tingi bij Lubutu komen nog steeds nieuwe vluchtelingen aan. Volgens hulpverleners bevinden zich daar nu honderdvijftigduizend Rwandezen. Naar schatting vierduizend van hen zijn gevluchte militairen.

mailIcon print |