“Het bezoek aan de zenuwarts was voor mij een geestelijke mishandeling,” zei de tandarts gisteren tegen de voorzitter van het regionaal tuchtcollege in Groningen. “Dat bezoek maakte me ernstig psychisch ziek en zorgde dat ik weer jaren achterop kwam.”
De tandarts met een goed lopende praktijk in het noorden des lands had al twintig jaar lang medicijnen geslikt om zijn stemmingen in evenwicht te houden. Dat lukte zo goed dat hij zelfs overwoog zijn kennis verder uit te breiden zodat hij moeilijker behandelingen zou kunnen uitvoeren.
Maar begin jaren negentig sloeg de stress toe. Hij hield het niet meer vol en herinnerde zich dat hij gelukkig bij twee verzekeraars een polis had lopen die hem tegen arbeidsongeschiktheid verzekerden. Nu er als gevolg van een aanhoudende depressie niets meer uit zijn vingers kwam wilde hij gebruik maken van die polissen.
De ene verzekeraar accepteerde zonder veel moeite dat de rek er bij de tandarts uit was, maar de andere wierp grote bezwaren op. De tandarts moest naar een zenuwarts die hem zou keuren. En dat liep uit op een volledig drama.
Gisteren stonden de tandarts en de zenuwarts met hun advocaten voor de tuchtrechter. Want de zenuwarts had de toch al zeer wankele en onzekere tandarts tijdens een zitting van twee uur zo zwaar aangepakt dat deze na thuiskomst een instorting nabij was. Hij moest zelfs enige tijd in een psychiatrisch ziekenhuis worden opgenomen.
“De zenuwarts schoffeerde mij, hij liet me niet uitspreken en onderbrak mij iedere keer,” zei de tandarts. Daarnaast kon de tandarts zich helemaal niet terugvinden in de bevindingen van de zenuwarts.
“Hij kwam met een lijst van de ernstigste psychiatrische ziektebeelden, maar concludeerde daaruit dat ik maar weer aan het werk moest. Dat klopte helemaal niet met de mening van de arbeidsdeskundige, die juist had geadviseerd voorlopig niet aan het werk te gaan en eerst nog maar rustig wat tijd te nemen voor arbeidstherapie, zoals het bouwen aan een zeilboot.”
De zenuwarts ontkende beslist dat er sprake kon zijn van ook maar een schijn van belangenverstrengeling met de verzekeraar. “Ik ben strikt onafhankelijk,” zei hij.
Als bewijs diende een meegekomen collega, die globaal tot dezelfde conclusies was gekomen.
De zenuwarts erkende echter dat hij zijn rapport iets ten gunste van de tandarts had bijgesteld, nadat de huisarts van de tandarts hem pisnijdig had gebeld over de onheuse bejegening die zijn patiƫnt had ondergaan en de gevolgen daarvan.
Waarom de tandarts zich na het bezoek zo ziek gevoeld had leek de zenuwarts volledig te ontgaan.
“Ik ben hem, zoals het hoort, tegemoet getreden met maximale empathie en maximale distantie,” zei de zenuwarts.
“Ik merkte wel dat hij onder een behoorlijke psychosociale druk verkeerde en dat er sprake was van een zwakke psychische structuur, maar er was geen sprake van een massaal onvermogen, dat tot de conclusie 'arbeidsongeschikt' had moeten leiden.
Dat van die empathie was volledig aan de tandarts voorbijgegaan, want die verklaarde tegen de tuchtrechter: “Beide geneesheren zijn er in geslaagd mijn leven tot een hel te maken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.