Bijna ongemerkt duikt de Boliviaan op tussen de ruim veertig wachtende en opgewonden kinderen, bij de ingang van Het Kindermuseum. Als hij begint te praten in een onverstaanbare taal, het Quechua, wordt het pijlsnel stil. “Wat zegt 'ie nou”, roept een brutaaltje jolig, maar de stem voert de spanning op en dwingt aandacht af. Bijna ongemerkt gaat hij over in het Nederlands.
“Ben ik een Indiaan? Dat wist ik niet, zo noemen wij elkaar ook nooit. Pas toen ik na dagen lopen in de buitenwereld kwam, hoorde ik dat ze ons Indianen noemen. Ik ben hier gekomen om jullie te vertellen van mijn land, van mijn volk. Kijk, luister en geniet.” Nilo, de man uit het Zuid-Amerikaanse Andesgebergte, heeft de kinderen schijnbaar moeiteloos gevangen in zijn mysterieuze net van woorden, en leidt ze door een gang mee naar het hoogland. De ouders moeten achter blijven.
'Indianen van het hoge land' heet de tentoonstelling die Het Kindermuseum, onderdeel van het Amsterdamse Tropenmuseum, heeft ingericht en die tot in het jaar 2000 duurt. En een tentoonstelling is hier altijd een combinatie van spullen zien, zelf actief zijn en terloops een inhoudelijk verhaal meekrijgen. Vandaar dat je er niet zomaar binnen kunt lopen, maar in groepen van maximaal 45 kinderen deelneemt aan een programma van anderhalf uur. Ouders kunnen alleen het laatste half uur meemaken.
GEEN VERENTOOI
Het woord 'Indiaan' krijgt hier een heel andere lading dan de verentooi uit de speelgoedwinkel. Bolivia is het meest Indiaanse land ter wereld, waarbij Indiaans gelezen moet worden als de oorspronkelijke bevolking. In dit land heeft de straatarme plattelandsbevolking zich nauwelijks vermengd met de Spaanse overheersers, die zich concentreerden in een paar welvarende steden om het door de Indianen met veel zweet en bloed uit de mijnen gehaalde zilver verder te kunnen transporteren. Eigenlijk zijn die verhoudingen nog weinig veranderd. De Bolivianen die in het bestuur van land en stad zitten zijn nog steeds hoofdzakelijk de mensen met enig Spaans bloed in hun aderen.
Niet dat ze bij Het Kindermuseum hun jonge gasten opzadelen met deze historische last, het is ze vooral te doen om het overbrengen van de sfeer en gewoonten van een ander volk. Daarvoor is een mijn nagebouwd waarin de god Tio ('Oom') huist, restaurant La Papa (de Aardappel, die we tenslotte aan de Indianen hebben te danken), het atelier van een maskermaker en een plaza, het centrale plein in elk dorp waar alles en iedereen uiteindelijk tezamen komt.
CONDOR
Hier heerst de geheimzinnige sfeer van de kale Hoogvlakte, waar behalve aardappels, lama's en mensen weinig groeit, waar het 's nachts ijselijk koud is en waar de condor eindeloos voortcirkelt op de harde wind. Hier klinken de hele diepe tonen van de zampoña (de meer dan een meter lange bamboebuizen van wat je een reuzenpanfluit zou kunnen noemen), de doffe klappen van de bomba (trommel) en het iele geluid van de charango (een mini-gitaarje).
Het verhaal gaat over echte mensen en echte omstandigheden van nu en niet over een geromantiseerd Indianenverleden. Indianen blijken gewoon mensen te zijn die zich afbeulen in de mijnen, die overleven in een vijandige natuur. Maar ook mensen met een eigen cultuur, eigen muziek en dans en eigen plezier. De kinderen bekwamen zich in de duivelsdans, in het schilderen van maskers en het bespelen van de panfluit.
UITBUNDIG
Die werkwijze slaat aan, kinderen voelen zich serieus genomen, zegt Liesbet Ruben, stafmedewerkster van Het Kindermuseum. “Daarom laten we ook echt geen kinderen onder de zes toe, hoe voorlijk de ouders hun kind ook vinden.” Ouders kunnen in het tweede gedeelte van het programma als een voyeur door de gaten van de lemen muren om het plein hun kinderen gadeslaan, en mogen tijdens het uitbundige volksfeest aan het einde zelfs op de tribune op het plein zitten. Als toeristen in Bolivia. De Bolivianen van het hoogland, dat zijn hun kinderen.
De bevindingen van ons testpanel blijken afhankelijk van de leeftijd. Anne en Barbara, beiden 10, zijn erg enthousiast: ze hebben vooral veel plezier gehad en blijken ook het nodige te hebben opgestoken. Paul (12) kon het minder waarderen. Hij had veel meer informatie gewild, bijvoorbeeld over de spanwijdte van een condor, het dansen in die rare kleren vond hij ronduit kinderachtig. “Ik denk dat het leuk is tot maximaal tien jaar.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.