Waar bent u uit de natuurlijke behoefte aan vriendschap al vaker ingelopen:
a vleierij? b dezelfde nationaliteit in den vreemde? c het besef dat u zich in dit geval helemaal geen vijandschap kunt veroorloven, bijvoorbeeld omdat u uw carrière daardoor in gevaar zou brengen? d uw eigen charme? e omdat het uw ijdelheid streelt als u iemand die op dat moment aanzien geniet in het openbaar uw vriend kunt noemen (met voornaam)? f ideologische overeenstemming?
IJdelheid. Als je me op de man af zou vragen of ik ijdel ben, zou ik automatisch zeggen: 'Natuurlijk niet'. Maar het feit dat ik nu door de telefoon lastige vragen zit te beantwoorden illustreert mijn ijdelheid. Ik moet er op bedacht zijn dat ik de dingen niet zo zeg dat ze verkeerd uitgelegd kunnen worden. En dat terwijl ik weet dat alles verkeerd is uit te leggen. Toch doe ik mee. Want bijval streelt mijn ijdelheid. En ik wil ook graag aardig worden gevonden.
Topsporters en -politici kunnen bijna geen aardige mensen zijn. Anders waren ze nooit op zo'n hoge positie terechtgekomen. Ze spelen de rol van prettig mens. Heel af en toe gaat het masker af, wanneer er iets indringends gebeurt: bij geboorte, dood, liefde.
In mijn werk op de rechtbank spelen we ook allemaal onze rol. Als we eens zonder toga met elkaar zouden praten - wat zelden of nooit gebeurt - dan zouden we het opeens tot op grote hoogte met elkaar eens zijn. Of we zouden juist ruzie maken. Maar we spelen ieder onze afgesproken rol en daarom functioneert het systeem. Iedere rol heeft haar eigen grenzen, maar er is nog wel discussie over.
Sommigen vinden dat ik de grens van mijn rol heb overschreden, maar ik denk nu dat de discussie over de euthanasiewetgeving een nuttige impuls heeft gekregen doordat ik mijn eigen niet-ontvankelijkheid bepleitte in de zaak tegen een Groningse huisarts, die het leven had beƫindigd van een pasgeboren ernstig gehandicapte baby. Nu wordt erover gepraat en geschreven. Misschien heb ik dan toch nog een nuttige rol gespeeld.
Haat u vlugger een collectief of een bepaald individu en haat u liever alleen of in een collectief?
Ik weet niet goed wat haat is. Een hekel hebben aan, je aan iemand ergeren, iemand die je niet bevalt; dat ken ik allemaal wel, maar haat?
Ik erger me eerder aan groepen dan aan enkelingen. Als een persoon iets naars doet, heb ik de neiging te denken dat er wel een oorzaak voor het wangedrag in zijn achtergrond zal liggen.
Wel ken ik het in een groep sublimerende gevoel. Je sleept elkaar mee, zweept elkaar op, maar achteraf vraag je je af hoe je het hebt kunnen doen. Dit geldt niet alleen voor het oproepen van gevoelens van haat, maar voor elk gevoel. Dat heb ik het ook zelf ondervonden. Lang geleden was ik op een evangelisatiebijeenkomst. Het was allemaal ontzettend goed bedoeld, en aanvankelijk had ik het gevoel van 'we zijn het eens en met iets moois bezig'. Maar toen ging het een grens over en kon ik het collectieve gevoel niet verder meemaken. Ik zag mezelf zitten en dacht: 'Wat ben je nu aan het doen', en toen was het gelijk afgelopen met de betovering. Het was niet mijn stijl om 'de blijde boodschap' op die manier uit te dragen: de evangelist had door de zaal geroepen: 'Steekt nu u hand op als u van Jezus houdt'. En wie het niet deed werd aangekeken met ogen van 'houd jij dan niet van Hem?'
Leeft u in het besef tegenover een bepaald iemand, die dat zelf niet hoeft te weten, geen zuiver geweten te hebben en haat u daar eerder uzelf of die iemand om?
Nee, ik het een zuiver geweten.
Als u de macht zou bezitten om datgene af te dwingen wat u op dit moment juist lijkt, zou u dat dan afdwingen tegen de wil van de meerderheid in? Ja of nee. En waarom niet, als het u toch juist lijkt?
Ik hoop dat ik hier met een zuiver geweten 'nee' op kan zeggen. Dit zijn vragen waarop je het antwoord geeft waarvan je denkt dat men het het liefst hoort. Ik vraag me wel eens af wat ik had gedaan als ik 50 jaar eerder was geboren, en ik in 1940 of 1938 officier van justitie was geweest. Zou ik dan erkend hebben dat dezelfde wetten die we altijd hadden opeens anders werden toegepast? Zou ik dan de juiste conclusie hebben getrokken? Ik weet het niet, ik kan het alleen maar hopen. Op dit soort vragen ken je pas het echte antwoord op het moment dat je het antwoord ook in werkelijkheid moet geven. En dan mag iedereen voor zich maar hopen dat hij niet het antwoord van de collaborateur zou hebben gegeven. Achteraf is het antwoord makkelijk: iedereen had zich natuurlijk bij het goede aangesloten. Maar ik weet het niet. Het idee dat je misschien niet het goede antwoord had gegeven, vind ik beangstigend. Als je deze angst een beetje wakker houdt, maakt het je misschien ook wat milder tegenover mensen die dingen doen waarvan iedereen zegt dat ze niet deugen.
Zou u liever dood willen zijn of nog een tijdje willen leven als een gezond dier? En als welk dier?
Laat me dan maar liever sterven.
Terwijl we zo zitten te telefoneren kijk ik uit het raam en zie ik twee winterkoninkjes. Ze dartelen om elkaar heen en springen van de ene tak op de andere. Mooi hè? Ik kan me niet voorstellen hoe het is om een dier te zijn.
Wat kunt u alleen met een dosis humor verdragen?
De aanblik van lijken. Ik zat eens op een cursus voor aankomend officieren van justitie en daar werden de meest afschuwelijke dia's vertoond van mensen die een onnatuurlijke dood waren gestorven. Alleen dankzij de groep en de ruwe grappen konden we de aanblik verdragen.
Gesteld dat u aan een God gelooft: bestaat er naar u weet enige aanwijzing voor dat hij gevoel voor humor heeft?
Hij moet wel humor hebben. God toont zich volgens mij namelijk in de mensen. Die moeten er voor zorgen dat de aarde een hemel wordt. In werkelijkheid zijn we echter vooral bezig met ons eigenbelang. Misschien moet de wereld wel eerst vergaan voordat het hier hemels wordt.
Soms ben ik mensen tegengekomen die ontkenden dat ik in God geloof. Mensen hebben de neiging hun godsbeelden aan elkaar op te dringen. Je moet een makaber gevoel van humor hebben, om daar nog iets goddelijks in te zien.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.