ROTTERDAM - Op het wedstrijdformulier voor de met 1-0 gewonnen bekerwedstrijd tegen RKC, had Feyenoord gistermiddag de namen van zeven buitenlanders staan. Nog eens acht andere vreemdelingen op de loonlijst zorgen er voor dat te Rotterdam-Zuid momenteel een sportieve afdeling van de Verenigde Naties aan het werk is.
Tegenover elf Nederlanders maken thans twaalf buitenlandse spelers deel uit van Feyenoords A-selectie. Nog eens drie anderen, de Rus Denis Klioejev, de Braziliaan Glaucio en de Pool Marek Saganowski, zijn uitgeleend aan respectievelijk Lierse SK, Excelsior en Hamburger SV. De buitenlanders die tot de A-groep behoren zijn de Argentijnen Patricio Graff, Pablo Sanchez en Bustos 'Tati' Montoya, de Polen Jerzy Dudek en Tomek Iwan en de Ghanezen Christian Gyan en Patrick Allotey, de Uruguayaan 'Fernando' Picun, de Belg Geoffrey Claeys, de Egyptenaar Haysan Farouk, de Zweed Henrik Larsson en de Tsjech Jarda Paciorek.
De spelersvakbond VVCS heeft onlangs kritische noten gekraakt inzake de overvloed aan buitenlandse voetballers in Nederland. Namens Feyenoord speelt trainer Arie Haan dat balletje terug. “De VVCS zou zich eens moeten afvragen waarom het zelfs voor een club als Feyenoord al zo moeilijk is geworden een Nederlander te contracteren. De salariseisen rijzen werkelijk de pan uit.” Om dat te benadrukken zegt Haan dat in Nederland alleen PSV en Ajax nog bij machte zijn met miljoenen aan salarissen en tekengelden te smijten. Haan: “Een speler van Vitesse is voor Feyenoord niet haalbaar meer.”
Sinds Arie Haan het voor het zeggen heeft bij Feyenoord, richt de Rotterdamse club de blik vooral op Zuid-Amerika. Op dat continent was Haan al thuis toen hij nog trainer was in de Bundesliga. Zijn contacten in met name Argentinië resulteerden toen al in transfers. Bij Feyenoord haalde hij voor dit seizoen de Argentijnen Graff (linksback) en Sanchez (schaduwspits) binnen. Tijdens het trainingskamp van enkele weken geleden in Argentinië, werden vervolgens Tati Montoya (een twintig jaar jonge aanvaller van Rosario Central, zonder interlandstatus in Argentinië) en Fernando Picun (ex-River Plate en tweevoudig international in Uruguay) vastgelegd. Naar verluidt is met deze transacties in totaal een transferbedrag van vijf miljoen gulden gemoeid.
Haan heeft de nieuwe aanwinsten in de drie oefenwedstrijden van Feyenoord in Argentinië aan het werk gezien. Het enthousiasme van zijn contactpersonen ('ik zeg niet wie die mensen zijn, want dan gaat iedereen hen bellen') deelde Haan vrijwel onmiddellijk. Gisteren kon het nieuwe tweetal nog niet worden beoordeeld, want als invallers voor achtereenvolgens Jean-Paul van Gastel en de binnenkort naar Benfica vertrekkende Gaston Taument, kregen zij slechts tien en acht speelminuten.
In de voorbije jaren heeft Feyenoord niet al te veel succes gehad met buitenlanders. In de laatste vier seizoenen gingen zeven anderen het leger van dit moment voor. Alleen de al veel eerder gecontracteerde Hongaar Jozsef Kiprich was een succes. Mike Obiku (Nigeria) was nooit meer dan een invaller en Aurelia Vidmar (Australië), de gebroeders Arnar en Bjarki Gunnlaugsson (IJsland), Mukweyanzo Bulayima (Zaïre) en Marian Damaschin (Roemenië) waren nauwelijks van belang voor Feyenoord.
Dat de club nochtans meer dan ooit buiten Nederland kijkt, heeft allereerst te maken met de weggevallen belemmeringen voor buitenlanders. Als Feyenoord het wil, kan de club desnoods elf buitenlanders opstellen. Arie Haan zou dat in principe geen probleem vinden. Het tegengeluid dat een voetbalclub toch enigszins 'herkenbaar' moet zijn voor de supporters, is aan Haan niet besteed.
“Ik ben altijd al gecharmeerd geweest van voetballers uit Zuid-Amerika. Die mensen spelen op basis van techiek, dat type voetballer ligt mij. Voor de supporters maakt het volgens mij niks uit. Als je goed speelt en goed presteert, zul je geen supporter horen. Als kind had ik zelf ook buitenlanders als idool. Als ik op straat ging voetballen, wilde ik Helmut Haller na doen, een Duitser.”
Komisch
Bert Jacobs, gisteren de verliezende trainer in de Kuip, zorgde bij de discussie over de buitenlanders van Feyenoord voor de komische noot. “Misschien zijn die Argentijnen in werkelijkheid wel Europeanen. Die zijn er in dat land na 1945 tenslotte genoeg binnen gekomen. . .”
Voor de buitenlanders pleitte in de overigens zwakke bekerwedstrijd, dat Sanchez de beste man van het veld was. Twee Nederlanders bij Feyenoord speelden daarentegen beroerd. Rechtsback George Boateng, Ghanees van afkomst maar in het bezit van een Nederlands paspoort en de Brabander Henk Vos bakten ze weer bruin. Van Vos hoeft men niet veel meer te verwachten in Rotterdam. Het publiek maakt hem permanent uit voor rotte vis. Tegen het in de eerste helft betere, maar na rust wegzakkende RKC, vroeg Vos in feite voortdurend om een wissel. Toch was het precies deze meest verguisde Feyenoorder van de laatste jaren die diep in de tweede helft met een kopbal toesloeg en Feyenoord naar de laatste acht in het bekertoernooi liet promoveren.
Feyenoords spel was voor de zoveelste keer dit seizoen verre van indrukwekkend. Vooral Ronald Koeman zegt steeds weer dat het spel van zijn team er eigenlijk niet uitziet. Maar mooi dat Feyenoord bij de herstart van de competitie PSV's enige concurrent voor het kampioenschap nog is. Arie uit Winschoten kan men om een boodschap sturen - hij weet hoe de puntjes worden gepakt. Het zal hem worst zijn of dat met autochtonen of met allochtonen gebeurt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.