Hoe vaak moet een bepaalde hoop (bijvoorbeeld een politieke) niet in vervulling gaan voordat u de desbetreffende hoop opgeeft, en lukt u dat zonder uw hoop onmiddellijk ergens anders op te vestigen?
Een wetenschapper vroeg aan zijn studenten: wat is het tegenovergestelde van wetenschappelijke waarheid? Een wetenschappelijke onwaarheid. En wat is het tegenovergestelde van een diepe waarheid? Een andere diepe waarheid. Ik zou moeten antwoorden: ik weet het niet. Ik heb niet zo veel gehoopt. Hoop op sociale verbeteringen heb ik wel met me meegedragen. Zonder daar overigens iets mee te doen, daarom kon ik die hoop ook meedragen. En ook heb ik gehoopt een bepaald boek te schrijven, maar het werd altijd wat anders. Ik geloof er niets van dat zo'n zeldzame hoop vervangen kan worden door een andere.
Kunt u denken zonder hoop?
Denken is tegenovergesteld aan hopen. Ik sukkel met het feit dat ik zogenaamd denk en eindig met een verzuchting: het lukt me niet, het kan niet.
Hoopt u op een hiernamaals?
Ik weet niet wat dat is. Alhoewel ieder mens diep van binnen wel eens denkt dat het met dit leven niet afgelopen is. Dikwijls denk ik dat dat wel zo is. Dat is jammer, maar dat is dan ook alles.
Bent u er zeker van dat u van uw volwassen kinderen geen dankbaarheid verwacht? En zo niet: dankbaarheid waarvoor?
Daar ben ik niet zeker van. Wij hebben die kinderen tegen hun wil op de wereld gezet en wij moeten hen dus erkentelijker zijn dan zij ons. Ik vind het prettig dankbaarheid te zien en te ondervinden. Maar ik vind het niet zo erg als ze er niet zou zijn. Ik weet ook een aantal dingen waar ze niet dankbaar voor zouden behoren te zijn. Maar ik kan dat moeilijk preciseren. Evenmin als ik mijn eigen dankbaarheid tegenover mijn ouders kan preciseren, hoewel die er zeker is. Misschien aangaande een zekere plezierige intimiteit. Ik hoop dat mijn kinderen iets dergelijks ook hebben. Maar of die er werkelijk geweest is, weet geen mens.
Is het u ooit gelukt uw volwassen kinderen werkelijk te leren kennen, dat wil zeggen ze niet als kinderen te zien?
Dat vind ik moeilijk. Je blijft toch denken dat ze, behalve jouw kinderen, kinderen zijn. En dat ze volgens een merkwaardige traditie het allemaal niet zo goed weten als jij die volwassen was toen zij nog kinderen waren. Daar staat tegenover dat ik ze toch het liefste zie als de volwassenen die ze wensen te zijn. En dat ik - nu ik zo langzamerhand oeroud ben - ook nog veel van ze leer. Vroeger nam ik hen bij de hand om over te steken, nu nemen ze mij bij de hand om over te steken.
Wat hebt u van uw geboortegrond vooral lief:
a het landschap? b gewoonten en gebruiken? c dat u het daar zonder vreemde taal kunt stellen? d herinneringen aan uw kindertijd?
Ik ben niet zo sterk in geboortegrond. En de herinneringen aan mijn kindertijd zijn niet talrijk. Omdat ik die herinneringen uit mijn vroegste jeugd nauwelijks heb, verbeeld ik me dat andere mensen ze ook niet hebben en afgaan op dingen die hun verteld zijn. Iemand zei me eens: je bent een wortelloze man. Ik heb wel wat herinneringen aan etentjes en zo. En ik weet zeker dat mijn vader in het gezin van iedere gebeurtenis die buiten de gewone orde was een feestdag maakte, die we het jaar daarop herdachten. Nadat mijn moeder genezen was van een longontsteking, werd dat ieder jaar herdacht. Mijn vader was maker van tradities. Dat vind ik aardig, dat doe ik ook.
Hebt u al eens overwogen te gaan emigreren?
Mijn broer is voor de oorlog geëmigreerd naar Amerika. Na de oorlog heb ik wel overwogen naar Israël te gaan. Dat is niet gebeurd. Voor een deel uit laksheid. Voor een deel uit financiële overwegingen. Onze kinderen hebben ook overwogen naar Israël te gaan, maar hebben dat ten slotte niet gedaan. Als zij het gedaan hadden, was ik met hen meegegaan.
Hoe stelt u zich armoede voor?
Ik heb dat van nabij meegemaakt. Bij verre en minder verre familie. Niet bij mijzelf: de armoede van mij en mijn gezin is - ondanks alles - luisterrijk geweest. In mijn jeugd begreep ik niet waarom arme mensen niet gewoon brood wegnamen. Armoede is erg. Ik verkeer in een gepriviligeerde toestand die ik verschrikkelijk vind. Omdat dat niet te verantwoorden is, zegt men voor het gemak: zo zit de wereld in elkaar.
Wat bevalt u aan het Nieuwe Testament?
Allerlei historische bijzonderheden. En de uitwerking van het begrip liefde. Hoewel dat niet nieuw is ten opzichte van het Oude Testament. En de heel hoge en zuivere moraal. Maar de zaak vervalt doordat ik niet geboeid ben door de functie van Jezus. Als persoon boeit hij me zeer. Paulus ook. Maar het loopt bij mij nooit uit op gelovigheid.
Wie onder de doden zou u graag willen terugzien?
Michelangelo. Proust. En talloze anderen. Het hangt samen met mijn belangstelling van dat ogenblik. Ik zou hen wel willen kennen, maar zij zouden mij waarschijnlijk niet willen aankijken.
Zou u willen weten hoe het is om te sterven?
Het is een groot, merkwaardig ideaal van de mensheid door de dood heen te komen. Hem gekend te hebben. Maar dat kan nou precies niet. De dood is de enige zekerheid waarover een mens in dit leven beschikt en met die zekerheid kan hij niets beginnen. Dat is een absurde situatie. Wetenschappelijk gezien zou je op de ene zekerheid die je hebt, moeten voortbouwen. De ordelijkheid en het verstand zouden eisen dat je ermee aan het werk ging. In plaats daarvan ga je het uit de weg. En ervoor in de plaats komen andersoortige zekerheden die hun wortels hebben in het vreemde van dit bestaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.