*

 
dossier

Archief

Viktor en Rolf lanceren 'assepoester-look' in Parijs

JOSE TEUNISSEN − 24/01/98, 00:00

Een negerin in een witte jurk beklimt de sokkel die midden op de catwalk staat. Eenmaal boven glijdt de hoed uit haar hand en pats... hij valt in duizend stukken uiteen. Het heeft effect.

De dames op de eerste rij deinzen achteruit. Dat was, zo blijkt, de bedoeling. De hoed is expres gemaakt uit porselein om zo hard en spectaculair mogelijk kapot te vallen. Na de hoed sneuvelt er nog een gigantische parelketting en een corsage van porselein. Van dat soort verrassingen houdt het Nederlandse modeduo Viktor en Rolf. Het is niet alleen spektakel, de betere verstaander krijgt er ook nog een boodschap in mee. De modesieraden die ontwerpers maken bij hun kleding, zijn nooit kostbaarheden, maar altijd vluchtige nepprullen.

Afgelopen woensdag was in de Parijse Marais de allereerste haute coutureshow te zien van Viktor Horsting en Rolf Snoeren. Terwijl een diepontroerde Yves Saint Laurent diezelfde middag zijn veertigjarig jubileum vierde met een coutureshow waarin alle topstukken uit zijn voorgaande collectie te zien waren, mochten Viktor en Rolf als allerlaatste coutureshow van deze week debuteren.

Toch vierden ook zij een klein jubileum. Zij werken inmiddels vijf jaar samen, met veel succes. Na hun studie aan de Arnhemse academie kregen Viktor en Rolf namelijk al snel bekendheid toen zij een prestigieuze prijs wonnen in het Zuid-Franse Hyères. Het leverde hun uitnodigingen op in galeries en musea waar ze vooral opvielen met hun provocerende stellingen over mode. Zo gingen ze een seizoen in staking omdat ze de mode te vluchtig vonden en ze lanceerden vorig jaar officieel een nepparfum. Ze lieten er mee zien dat een eigen parfum in de mode het ultieme teken is van een geslaagde carrière, maar voor jonge ontwerpers slechts een onbereikbare droom.

Al die aandacht vanuit de kunstwereld vinden Viktor en Rolf aangenaam maar ze willen nu weer terug naar de mode. Dat het de wereld van de haute couture werd, lag voor de hand. Snoeren: “Onze manier van kleding ontwerpen - we maken unieke stukken met veel bewerkelijke details - sluit het beste aan bij de traditie van de haute couture. Ook daarin wordt de kleding met de hand en op maat gemaakt met bewerkelijke patronen die niet hoeven te voldoen aan de praktische eisen die de confectie stelt.”

Maar Viktor en Rolf zouden Viktor en Rolf niet zijn als ze aan die haute couture niet een geheel eigen draai gaven. Dat deden ze afgelopen woensdag dan ook. Op een frissere manier dan de twee andere jonge honden die momenteel in de couture-wereld actief zijn: John Galliano (Dior) en Alexander McQueen (Givenchy).

Nog maar kort geleden had haute couture een belegen imago. Het was er voor een handjevol vrouwen die een exclusieve, vooral duur uitziende jurk wilde hebben. Maar met de herwaardering van kwaliteit en ambachtelijkheid in de mode ontstond er opnieuw belangstelling voor het couturevak. Die belangstelling werd versterkt toen een aantal modehuizen jonge ontwerpers in dienst nam, die zich met verve op de couture stortten. Galliano en McQueen leven zich momenteel uit op peperdure stoffen, borduursels en veren. Ze maken er uiterst chique en smaakvolle kleding mee. Dat kan ook want hun budget is oneindig en ze hebben de beste vaklui in hun atelier om elke creatie meer dan perfect uit te voeren.

Het leuke van de haute couture collectie van Viktor en Rolf is nu dat zij die klassieke perfectie van de haute couture aan de kaak stellen. Dat begint al bij de eerste drie jurken die de catwalk opkomen. De eerste heeft twee levensgrote knopen op de schouder, de tweede is ingewikkeld gedrapeerd volgens een froissé-techniek, de derde heeft een enorme strik op de heup. Het zijn typisch bewerkelijke couture-details, alleen zijn deze jurken bewust half-af gelaten, en uitgevoerd in de meest simpele proefstof: pitjeskatoen. Dat geeft ze wel een heel nieuw 'assepoesteraanzien'.

In een volgende serie zijn het de borduursels die er aan moeten geloven. Terwijl elk modehuis voor haar borduursels het borduurhuis Le Sage inschakelt, dat de meest ingewikkelde bloempatronen van pailletten kan borduren, zijn Viktor en Rolf zelf aan het borduren geslagen. In de eerste jurk zijn de pailletten op een hoop gegooid. In de volgende jurk is het borduursel half af en in een derde jurk is het borduurraam zelfs blijven zitten. Maar dan wel weer zo dat het als een mooie cirkel bij het ontwerp aansluit. Zit daar geen cynisch commentaar in verborgen? Snoeren: “Het is inderdaad een persiflage, maar tegelijkertijd is het ook als een hommage aan al die couturetechnieken bedoeld.” Het fraaist komt dat naar voren in de jurken die gemaakt zijn van een exclusieve Saint-Laurent stof. Zijn merknaam staat in de zelfkant; in plaats van die om te zomen of weg te werken is die duidelijk leesbaar te zien middenvoor op de jurk.

Je zou even kunnen denken dat Viktor en Rolf zich er met hun couture gemakkelijk van af hebben gemaakt. Want wat blijft er naast handigheid en spektakel over als je een loopje neemt met al het vakmanschap en die oude techniek? Om te beginnen heel veel mooie, draagbare broekpakken en jurken maar ook een aantal zeer ingenieuze creaties zoals een onvergetelijke jurk helemaal gevlochten uit gouden en zilveren linten waar ruim anderhalve week dag en nacht aan gewerkt is. Maar hun allergrootste verdienste blijft toch de frisse kijk op de nogal conventionele wereld van de couture.

mailIcon print |