*

 
dossier

Archief

'Kijk, de forsythia bloeit al!' 'Welnee, dat is winterjasmijn'

HENK VAN HALM − 27/01/96, 00:00

Veel mensen blijken niet te weten waarin winterjasmijn en Chinees klokje van elkaar verschillen. Chinees klokje? Ja, dat is de officiƫle Nederlandse naam voor de forsythia, de geel bloeiende struik die iedereen bij zijn wetenschappelijke naam kent.

Van verschillende kanten hoorde ik dat de forsythia's al begonnen te bloeien, wat men nogal vroeg vond. Dat is inderdaad vroeg, want het zijn geen forsythia's, die nu geel tegen muren staan te pronken. De gele bloeier van het ogenblik is Jasminum nudiflorum, letterlijk de naaktbloeiende jasmijn, maar algemeen bekend als winterjasmijn. Verwant aan de forsythia's, dat wel: beide behoren tot de olijffamilie. Ze komen zelfs uit dezelfde streek: China.

GELE BLOEMEN De winterjasmijn heeft even gele bloemen als de forsythia. Ze zijn ook even groot, zo'n drie centimeter. Bij allebei zijn de kroonblaadjes vergroeid tot een geheel, bij de winterjasmijn tot een lange kroonbuis, die haast trompetvormig is, bij de forsythia tot een wijde klok, vandaar de naam Chinees klokje. Bij de winterjasmijn is de zoom van de bloemkroon vlak uitgespreid en in zes, soms vijf slippen gedeeld, die op kroonblaadjes lijken. Het hangende klokje van de forsythia heeft een heel diep in vieren gedeelde zoom.

SLAPPE TWIJGEN De winterjasmijn draagt zijn naam met ere, want hij opent zijn eerste bloemen soms al in november, stopt als het gaat vriezen en bloeit weer verder als het weer mild wordt. Bij vorst hangen de bloemen als halfdoorzichtige vodjes aan de takken. De heester is te slap om op eigen benen te staan. Hij groeit tegen muren en afrasteringen en moet daarbij met draad geholpen worden. De bloemen staan afzonderlijk, maar toch min of meer twee aan twee tegenover elkaar, recht van de twijg af, zodat de kroon naar opzij wijst. Ook de kleine diepgroene glanzende bladeren, die elk uit drie ovale blaadjes van ongeveer twee centimeter bestaan, groeien paarsgewijs aan de takken. Die bladeren ontluiken pas als de bloei is afgelopen, in maart. Dat is de maand waarin de forsythia in bloei komt, heel snel in een koud voorjaar, als het plotseling wat zachter weer wordt.

Forsythia's bepalen zozeer het voorjaarsaspect in stadswijken met voortuinen dat ik iemand eens hoorde uitroepen: ''Die verschrikkelijk gele lente, met al die vreselijke forsythia's en trompetnarcissen.'' Als je een hekel hebt aan geel, is de lente niets gedaan, met krokussen, speenkruid, klein hoefblad, berberis, kornoelje, wilgen, paardebloemen, dotters en sleutelbloemen. En dan heb ik bij lange na nog niet alle gele lentebloeiers gehad.

De forsythia is een nogal vormeloze, eigenlijk lelijke heester, die zo'n drie meter hoog kan worden en veel rijker bloeit dan de winterjasmijn. Ik heb het wel steeds over de forsythia, maar er bestaan meer soorten van.

Forsythia viridissima werd uit China in Europa ingevoerd in 1844, verscheidene andere soorten kwamen hier pas rond de eeuwwisseling. Forsythia ovata is vrij klein en gedrongen en heeft een diep goudgele herfstkleur. De bloemen zijn kleiner dan die van de andere forsythia's en gaan vaak al open in februari. Het recht Chinees klokje (Forsythia viridissima) heeft rechte en vierkante, het hangend Chinees klokje (Forsythia suspensa) overhangende en ronde twijgen. Dat is wel het gemakkelijkst waar te nemen verschil. Maar er is meer onderscheid in beide soorten. Het recht Chinees klokje heeft lange ovale bladeren met alleen in de tophelft een gezaagde rand, bij zijn hangende tegenhanger is de bladrand voor driekwart gezaagd en zijn de bladeren soms drietallig zoals bij de winterjasmijn. De bloemen verschillen inwendig: bij de rechte forsythia is de stijl zo lang dat hij buiten de kroon te zien is, bij de hangende korter dan de twee meeldraden en alleen te zien als je diep in de bloem kijkt.

BASTAARD Die kenmerken zijn alleen duidelijk als je de zuivere soort vindt, maar dat zal niet zo snel gebeuren. Recht en hangend Chinees klokje zijn zo nauw verwant dat de bloemen wederzijds bestoven kunnen worden, wat kiemkrachtige zaden geeft, waaruit een tussenvorm, een bastaard, groeit. Die bastaard, Forsythia intermedia, is juist de forsythia die overal in de tuinen staat. Dat is niet zo'n wonder, want kwekers hebben uit die bastaard verschillende cultuurvariƫteiten gekweekt, met grotere en opvallend veel meer bloemen en met klinkende namen, zoals 'Beatrix Ferrand', 'Karl Sax', 'Lynwood Gold', 'Spectabilis', 'Spring Glory'.

Van de boven opgesomde verschillen klopt bij die bastaard niets meer. De takken zijn recht of krom, de bladeren hier en daar drietallig, de bloemen nu eens met een korte, dan weer met een lange stijl of ertussen in.

Hommels, honingbijen en graafbijen bezoeken de bloemen vanwege de nectar en het stuifmeel. Maar geen van alle bevliegen ze de forsythia's erg druk. Ze geven de voorkeur aan andere bloemen, die tegelijkertijd bloeien, zoals de roze ribes en de wilgen.

De hangende forsythia laat zich ook wel leiden langs muren. Zo'n leistruik groeide vroeger tegen de bijkeuken van het huis uit mijn jeugd. Daarin broedde elk jaar een zanglijster en vanaf het platte dak van de bijkeuken kon je zo in het nest kijken. Het was mijn eerste ervaring met een broedende vogel.

Vogels hebben wel meer met forsythia. Zo eten mussen in het prille voorjaar nogal eens de uitbottende bloemknoppen op. Daar staat tegenover dat ze in de herfst de takken afzoeken naar bladluizen.

PIJLSTAARTRUPS De grote rups van de ligusterpijlstaart eet vanzelfsprekend van liguster, maar met niet minder smaak doet hij zich in de herfst te goed aan forsythia, sering en es, alle vier vertegenwoordigers van de olijffamilie. Op de heesterspirea en de sneeuwbes heb ik ze trouwens ook aangetroffen, hoewel die helemaal geen familie zijn.

Winterjasmijn en forsythia zijn ideale stadsplanten. Ze kunnen prima tegen luchtverontreiniging, stellen geen hoge eisen aan de grond, maar willen wel graag in de zon staan. Ze doen het slecht in een donker stadstuintje of steegje. De winterjasmijn zorgt voor kleur in zelfs kleine tuinen, als er verder niet veel te beleven is.

Een bijzondere toepassing van de winterjasmijn, die je zelden ziet, is als bodembedekker. Ik zag het ooit in een gemeenteplantsoen, waar de struik zich over vele vierkante meters had verbreid, omdat de op de grond liggende takken wortel hadden geschoten.

Zo kun je winterjasmijn en ook forsythia gemakkelijk stekken: buig je een tak naar de grond en bedek je die met wat aarde, dan komen er na enige tijd wortels aan en kun je de twijg tot nieuwe struik opkweken.

Natuur deze week

De vlier heeft bosjes klein blad, al helemaal groen. Maar ettelijke vlieren hebben die bladtoefjes al sinds de herfst. - Vorig jaar om deze tijd zag de natuur er heel anders uit. Onder de dikke laag afgevallen blad in de voortuin bloeide Scilla tubergeniana al met een paar bloempjes op korte stelen. Nu zijn onder het strooisel alleen nog maar de neuzen van dit bolgewasje te zien. Het speenkruid had bloemknoppen en in de Amsterdamse hortus bloeiden de eerste winterakonieten en in een perk op het zuiden de kleine blauwe Crocus sieberi al op 17 januari. Nu zijn net de eerste gewone sneeuwklokjes open in tussen de huizen liggende en daardoor beschermde stadstuintjes. Buiten de stad heb ik nog geen sneeuwklokjes gezien. - Op dood hout zitten verse elfenbankjes en fluweelpootjes, echte winterzwammetjes, die flinke vorst glansrijk overleven en zodra het zachter wordt verder groeien. - Sneeuwgorzen zoeken in troepen zaadjes op het strand aan de duinvoet. Soms zijn ze in gezelschap van groenlingen. - Troepen overwinterende eidereenden en zwarte zee-eenden houden zich op voor de kust. Vooral bij vissershavens zijn ze goed en vaak van dichtbij te bekijken. Meestal zijn er ook wel een paar bont gekleurde middelste zaagbekken te zien. - Op zonnige dagen roepen hoog in de lucht zilvermeeuwen voorjaarsachtig boven de weiden in het binnenland, waar de paarvorming plaatsvindt. - Merels eten de rijpe zwarte bessen van de klimop in onze voortuin. - Kool- en pimpelmezen zijn druk in de weer, vooral bij zacht weer. De koolmezen zingen vaak een beurtzang met andere mezemannetjes in de buurt. - De Vereniging voor veldbiologie KNNV Hoorn/Westfriesland verkoopt weer zaden van 180 soorten wilde planten, die vorig jaar zijn geoogst in de heemtuin. De zaden kosten vanaf een gulden per zakje. Enkele soorten van de zadenlijst: monnikskap, bolderik, lange ereprijs, mottenkruid, paarse morgenster, stinkend nieskruid en boslathyrus. Er zijn ook speciale vlindertuin- en vogeltuinmengsels, geurende bloemen, schaduwplantenmengsels en mengsels op kleur en van eenjarigen. De zadenlijst geeft een volledig overzicht en is voor een rijksdaalder te bestellen op giro 3692553 van De Hoornbloem te Zwaag.

mailIcon print |