*

 
dossier

Archief

Depressieve bellers klagen vooral over onbegrip van de huisarts

Van een onzer verslaggevers − 27/08/98, 00:00

AMSTERDAM - “In krant en tijdschrift, op radio en tv wordt een verkeerd beeld geschetst van mensen die aldoor of zo nu en dan last hebben van een psychische stoornis.” Dat verwijt komt van Hans van der Zee, coördinator van de voorlichters bij de Stichting Pandora in Amsterdam.

“Het is daarom zo gek nog niet dat het publiek een verkeerd beeld heeft van psychiatrische patiënten. De mensen horen er alleen van als er een psychopaat uit de Mesdagkliniek is ontsnapt of wanneer hij tijdens het weekendverlof iemand heeft doodgeslagen. De media confronteren het publiek alleen met de excessen, maar je kunt iemand met psychiatrische problemen heel goed als vriend, als buurman of als partner hebben.”

Hans van der Zee heeft bijna een jaar geleden de telefonische lotgenotenlijn voor mensen met depressies opgezet. Uit het onlangs verschenen eerste halfjaarverslag blijkt dat men velen heeft moeten teleurstellen. “Er is 892 keer telefonisch contact geweest, maar 3324 keer hebben tevergeefs gebeld. Dat komt omdat er een tekort aan voorlichters is. Bovendien zijn er vanwege geldgebrek niet genoeg telefoonlijnen. Dat is gewoon zonde, want als een telefoongesprek van een halfuur maar één keer iemand uit het ziekenhuis heeft gehouden, dan is de lijn zijn geld al dubbel waard. Daar zouden de ziektekostenverzekeraars eens bij stil moeten staan.”

De hulplijn wordt bemand door mensen die het verschijnsel 'depressie' uit eigen ervaring kennen. “Het laten draaien van zo'n hulplijn is niet zo eenvoudig”, legt Van der Zee uit, “want iemand die depressief is kan het niet opbrengen om zo'n lijn te bezetten. We hebben daarom mensen gezocht die zelf depressief geweest zijn en die bereid waren zich te scholen. Zo iemand kan de beller uitleggen dat het voorbijgaat. Die erkenning en dat begrip doen een beller enorm goed.”

“Er komen ook veel vragen binnen over het gebruik van pillen. Ons standpunt is dat we voor noch tegen medicijnen zijn. Bij sommigen werkt het goed, maar er zijn maar weinig mensen met een puur biologische depressie. Medicijnen kunnen bevorderen dat iemand openstaat voor gesprekstherapie. In elk geval zijn wij er voor dat de oorzaak van de depressie wordt weggenomen. Depressie is een ziekte die bezig is de meest verbreide aandoening te worden. Dat is ook wel te begrijpen, omdat de samenleving steeds hogere eisen stelt. Men moet vaker en belangrijker keuzen doen en dat leidt tot stress. Wie er aanleg voor blijkt te hebben kan dan depressief worden.”

Van alle bellers wordt, als ze er geen bezwaar tegen hebben, anoniem notitie gehouden. Van der Zee kan daardoor heel precies zeggen dat 76 procent van de bellers vrouwen zijn. Jongeren en ouderen zijn ondervertegenwoordigd. De algemene indruk is dat bij veel mensen de depressie langer duurt dan een jaar. De belangrijkste reden om de lijn te bellen is dat men hoopt een luisterend oor te vinden en even van zich af te kunnen praten. Onder de bellers is veel boosheid over de huisarts, die een depressie lange tijd niet herkent en kalmeringstabletjes of slaapmiddelen voorschrijft. “Het komt nog steeds voor dat de dokter tegen zo'n patiënt zegt: 'Zoek de zon op' of: 'Ga toch es wat leuks doen'. En dat wordt dan gezegd tegen iemand die niets leuk vindt doordat hij ziek is.”

Onder de bellers ontbreken vooral jongeren en ouderen. “Ik denk dat jongeren die depressief zijn nog het idee hebben dat het vanzelf wel weer overgaat. In veel gevallen is dat ook zo. Ik heb de indruk dat er onder ouderen veel meer depressie voorkomt, dan het lijkt. Er is veel verborgen depressie. Die mensen zitten thuis en denken dat ze maar beter niet kunnen bellen.”

Het werk bij Pandora heeft voor de werkers zelf een - onbedoeld - therapeutische werking. “Er worden hoge eisen gesteld. Het is bepaald niet zo dat je kunt wegblijven, als het een keertje niet zo goed uitkomt. Wie wegblijft wordt ter verantwoording geroepen. Onze ervaring is dat dat ook op prijs wordt gesteld. Wie begint aan een baan als voorlichter weet dat ie aan iets serieus begint, maar het werk geeft ook status en waardering. Hoewel dat niet de bedoeling is, leidt zo'n baan soms tot terugkeer in het 'gewone' leven. Binnenkort vertrekt er weer iemand van ons naar een andere baan in een bedrijf.”

mailIcon print |