*

 
dossier

Archief

Stockhausen wordt zeventig jaar

FRANZ STRAATMAN − 22/01/98, 00:00

Langs doorgaande straten in Amsterdam vragen twee grote affiches achter glas om de aandacht. Op beide platen een vrouw met gevouwen handen. De een plooit duimen en wijsvingers rond het gezicht, de ander houdt haar slanke handen devoot gevouwen voor de boezem gevat in een vleeskleurige beha; van het gezicht valt alleen de onderste helft te zien. De meditatieve sfeer straalt van beide prenten zodat je het gevoel krijgt: er staat iets hogers te gebeuren. Zijn dit mythische maagden die het jaar 2000 inluiden?

De vrouw met de vingers en duimen hing er het eerst: zij is de blikvanger voor een concert aanstaande zaterdagmiddag in het Amsterdams Concertgebouw. Dan klinkt vanaf 15 uur 'Inori, aanbiddingen voor twee solisten en orkest' van Karlheinz Stockhausen. Het ensemble is het Radio Kamerorkest geleid door zijn chefdirigent-voor-moderne-muziek Peter Eötvös, de solisten komen uit de artistieke levenskring van de componist, de danser Alain Louafi en de fluitiste Kathinka Pasveer. Het is háár gezicht en het zijn háár vingers die op de affiche de aanbiddingen verbeelden die Stockhausen in klanken en bewegingspatronen vastlegde.

En die andere, serene affiche? Die roept op om een bepaald merk inlegkruisjes aan te schaffen; ze zijn zo flinterdun dat je de reclame-zuil dicht moet naderen om te zien dat het langwerpige lapje tussen de gevouwen handen klemt. De eerste affiche prijst de verheffing van de geest aan, de tweede de hygiëne van het omhullende lichaam.

In de ruim 250 werken die Stockhausen sedert 1950 schreef, neemt de geest een steeds belangrijker plaats in. Er is zelfs sprake van de uitbeelding van een strijd tussen de hogere geest en de lagere materie sinds hij in 1977 besloot zijn creativiteit te richten op één allesomvattend werk, een muziektheatrale cyclus over de zeven dagen van de week onder de samenvattende titel 'Licht'.

'Inori' dateert uit de periode van vóór 1977; het werk ontstond in 1973/74. Aanstaande zaterdag is niet de eerste Nederlandse uitvoering van het circa zeventig minuten durende stuk. Die vond plaats in oktober 1975 in een concertstudio in Hilversum, een project van het Radio Filharmonisch Orkest; in Rotterdam volgde in 1976 een herhaling. De soms verbluffende 'Aanbiddingen' zijn mij altijd bij gebleven om de expressiviteit van de muziek en de grillige, door Stockhausen ontworpen, choreografie.

'Inori' is een Japans woord dat staat voor begrippen als 'gebed', 'aanroeping' 'aanbidding'. In het Duits heet het stuk 'Anbetungen'. Zoals bij vele van zijn werken ontwikkelde Stockhausen 'Inori' vanuit een door hem gecomponeerde kern. Deze omvat dertien verschillende toonhoogten plus twee, die aan het eind herhaald worden. De dertien toonhoogten zijn verbonden met dertien tempi, dertien geluidssterkten, dertien klankkleuren en de dertien gebedsgebaren, plus twee slotgebaren. Vanuit deze strikte gegevens bouwt Stockhausen combinerend verder.

Het gebed van Stockhausen speelt zich dus op twee niveaus af, één voor het orkest, waarbij zich uit een toon, namelijk de g, een melodie ontwikkelt die heel langzaam uitgroeit, waarna de melodie zich uitsplitst tot een polyfoon klankweefsel. Bovendien bepaalde Stockhausen zeer nauwkeurig de verhoudingen en plaatsen hoe luid instrumenten of groepen moeten klinken om het effect te bereiken van een gebed in klank. Vanuit het niets stijgt het op, met steeds meer aandrang, tot in de hoogste extase rakend waar de violen ijselijk hoge geluiden produceren.

Het tweede niveau is zichtbaar, waardoor 'Inori' een dankbaar object is voor televisie-vastlegging wat zaterdagmiddag het geval is. Op een platform zit een danser die in een mengvorm van dans en mime, gebaren maakt die corresponderen met veranderingen in toonhoogte, toonlengte en toonsterkte op het muzikale niveau. Je zou deze solist een voorbidder kunnen noemen. Soms neemt ook de dirigent aan deze bewegingen deel in een soort spiegelspel.

De god tot wie Stockhausen de aanbiddingen richt is de Alvader, de Hu-Man. Het bidden wordt uitgedrukt in de melodische ontwikkelingen in de vijf delen; het opstijgen en dalen van de melodie, het harder en zachter worden, bewerkstelligen volgens Stockhausen de beleving hoe de mens zich in zijn binnenste met God onderhoudt. Dat is volgens hem ook de oorspronkelijke betekenis van de muziek.

Concert of eredienst, op dat wankele evenwicht voelt de concertganger zich. Zeker met Stockhausen destijds als dirigent werd de indruk versterkt dat hij zich als een begenadigde voelt, als een medium tussen de aardse werkelijkheid en het bovennatuurlijke, en dat de uitvoering een normaal concert oversteeg. Zaterdag aanstaande zal Stockhausen in de zaal zitten, achter de elektronische regeltafel, een positie waarin hij minder opvallend, toch duidelijk de touwtjes als een Alschepper in handen houdt.

Die Alschepper wordt dit jaar (op 22 augustus) zeventig. Niet oud, maar jong, want Stockhausen blijft een wonderlijk jeugdige uitstraling houden, met zijn lange blondkleurige haren, zijn dwingende ogen en zijn rijzige, energie uitstralende lijf. Je zou kunnen zeggen: in plaats van de hygiëne van het lichaam die onze maatschappij met aanlokkelijke beelden aanprijst, stelt Stockhausen de reinheid van de geest aan de orde en propageert zo 'de eeuwige jeugd'. Het levert fascinerende muziek op.

mailIcon print |