PEKING - Haar land bestaat voor driekwart uit vrouwen. Toch kreeg de Rwandese minister voor gezinszaken op de VN-vrouwentop steeds de vraag of ze niets beters te doen heeft dan te confereren. Aloysie Inyumba kijkt sarcastisch. “We zijn hier zelfs met een grote delegatie, jawel, Tutsi's en Hutu's en we zijn hartstikke druk met onze eigen lobbypunten, net als welk ander VN-land ook.”
Inyumba, een Tutsi en sinds één jaar in functie, grijpt 'Peking' vooral aan om begrip en actie van de VN-gemeenschap te vragen voor haar land. Want de slachtoffers van de politieke en economische instabiliteit die na het verdrijven van de moordenaars het land teisteren, zijn vooral vrouwen, stelt Inyumba. “Mijn land bestaat voor 78 procent uit vrouwen. Als de VN zich werkelijk inzetten voor vrouwen, moeten ze helpen vrede in mijn land mogelijk te maken en dat is voor ons eten en politieke rust.”
Ze schuift de verantwoordelijkheid voor wandaden die ook van haar regering bekend zijn, erop “dat je een land niet in één jaar tijd kunt omtoveren. Onze hele samenleving is 30 jaar lang van binnenuit opgegevreten. Door lieden, die er zelf beter van werden toen het land door corruptie en angst naar de afgrond ging.”
Zelf is Inyumba aan de macht gekomen door een soort positieve actie-programma. Het parlement bestaat volgens haar voor ruim een kwart uit vrouwen. Zij is met de nieuwe minister van justitie, die kort geleden na een politieke crisis werd benoemd, de enige vrouw in het kabinet. “Het zijn steeds mannen die oorlog voeren. En die onderhandelen over vrede. Ik hoop dat het verschil maakt dat ik vrouw ben. Ik probeer ervoor te zorgen dat op alle ministeries een afdeling komt voor vrouwenzaken.”
Uit een recent rapport van een Afrikaanse mensenrechtenorganisatie blijkt dat ook vrouwen een grote rol in de genocide van Rwanda hebben gespeeld. Inyumba: “We praten dat niet goed, maar ik vind dat je wel moet weten dat 67 procent van de Rwandese vrouwen niet kunnen schrijven en lezen. Zij zijn makkelijk te manipuleren. We hebben nog meer problemen.” Zoals dat een hele nieuwe samenleving moet worden opgebouwd. Voor Inyumba is meedoen aan 'Peking' een klein stapje in wat in haar woorden steeds terugkeert als 'het proces': de snelle opbouw van een maatschappelijk leven in Rwanda, van (vrouwen)organisaties onderaf tot een stem in de VN. 'Peking' is voor haar ook een oefenterrein voor goed politiek bestuur, stelt zij. “Ik heb alle workshops hier afgelopen over politiek leiderschap voor vrouwen.”
Alle thema's van 'Peking', van armoede tot educatie, mensenrechten tot geweld, hebben een speciale dimensie in Rwanda en die draagt Inyumba fel uit. “Wij kunnen Rwanda alleen weer opbouwen als we vrouwen bereiken. We moeten hen scholen, te eten geven. Als dat mislukt, komt er weer oorlog.” Zij zegt dat er een nationale vrouwenorganisatie bestaat, uit Tutsi's en Hutu's, die onder meer verzoeningsprojecten leidt als 'help een huis voor de buren te bouwen'.”
Met vrouwen stenen bakken, klinkt wat vreemd op een wereldvrouwenconferentie die wemelt van de strijdbare feministes. Inyumba vertrekt het gezicht. Zij heeft het gevoel dat de VN-wereld zich niet meer herinnert wat de genocide voor Rwanda betekent. “Ik kan het niet uitleggen, u begrijpt het toch niet. U bent uw eigen oorlogen erg snel vergeten in Europa. Wij praten niet over geweld alleen, over rouw of trauma's. We praten erover dat een kind van 11 het nu normaal vindt om met een machete om zich heen te slaan. Ik kom net van onze ambassadeur, die allemaal littekens heeft in zijn nek. Het waren zijn buren. Kunt u me volgen?”
Veel constructiever voor de opbouw van haar land vindt Inyumba de discussie over erfrecht die de laatste dagen in Peking speelde. “Erfrecht is bij ons een groot probleem. Traditioneel kunnen vrouwen niet erven. Vele weduwen en dochters hebben nu problemen met hun (schoon)families, die het laatste restje bezit van deze overlevenden opeisen.”
Omdat wetgeving nog moet worden opgezet, denkt Inyumba concreet met het Peking-document aan de slag te kunnen. “Het gaat in ons land erom zo veel mogelijk structuren en wetten te scheppen vanuit een vrouwenperspectief. Het is niet gemakkelijk om de gevolgen van de genocide en de traditie tegelijk te overwinnen.”
Inyumba voelt zich opgejaagd door internationale donoren - die ze hard nodig heeft, maar ook haar land gewoon overspoelen - die allemaal 'Peking' aangrijpen om eens goed met de Rwandezen te praten. Inyumba: “We zijn nu één jaar bezig. Alles is voor ons de eerste keer. Ik heb net stoelen in mijn ministerie, terwijl men van ons al doortimmerde evaluaties verwacht. We willen samenwerken, maar we willen niet dat internationale donoren het beleid bepalen van onze vrouwenorganisaties.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.